Ontdek
  1. Zoeken
  2. Concerten
  3. Menu
  4. 0
    Mandje
  5. Account
  6. Inloggen
Douwe Eisenga c Kees de Kroo

Douwe Eisenga: ‘Componeren is graven vanuit je tenen’

ma 25 apr. 2022 - 4 minuten leestijd - Door Liesbeth Houtman

Zijn For Mattia staat hoog genoteerd in de Klassieke Top 400 van Radio 4, met volgens luisteraars de mooiste composities ooit. Tijdens de Piano Nights van 18 mei speelt Douwe Eisenga eigen werk. Diezelfde avond vertolkt Hannes Minnaar Bachs Goldberg-variaties. Een kennismaking met de componist uit Middelburg. ‘Ik ben eindeloos kritisch op mijzelf.’

‘Best spannend’, noemt Eisenga door de telefoon zijn optreden tijdens de Piano Nights. Een licht kuchje verraadt dat hij herstellende is van corona. ‘Als componist leid ik een redelijk geïsoleerd bestaan. Ik was dus wel verrast dat ik het kreeg. Ondanks alle prikken en boosters. Maar we komen er wel weer bovenop hoor.’

Dat is maar goed ook, want de komende tijd bereidt hij zich voor op het concert in Het Concertgebouw. Eisenga maakt er zijn debuut. Spannend dus, ‘maar ook eervol’, zegt hij vanuit zijn huis in Middelburg. ‘Het Concertgebouw is natuurlijk dé zaal van Nederland. Er kleeft een bepaalde status aan. In 2010 ging er een stuk van mij in première, uitgevoerd door het Utrechts Studenten Koor en Orkest, op tekst van Herman van Veen. Zelf spelen deed ik er niet eerder.’

Niet zo gek als je bedenkt dat Eisenga pas vijf jaar geleden voor het eerst als pianist naar buiten trad. ‘Toen ik op latere leeftijd op het conservatorium zat, hoorde ik er al die jonge mensen de sterren van de hemel spelen. Ik componeer wel, dacht ik, laat anderen mijn muziek maar uitvoeren, zij kunnen dat veel beter. Dat heb ik dertig jaar zo volgehouden. Tot de Zeeuwse singer-songwriter Broeder Dieleman mij achter de broek ging zitten. Hij zei: “Het gaat er niet om dat je een Schoeversdiploma hebt van 321 aanslagen per minuut, het gaat erom dat jij jouw composities zo authentiek en eerlijk mogelijk speelt. Het publiek zal dat enorm waarderen.“’

Ik componeer wel, dacht ik, laat anderen mijn muziek maar uitvoeren

Broeder Dieleman had gelijk, moet Eisenga achteraf constateren. ‘Het was natuurlijk niet niks om ineens op een podium te staan. Ik heb echt even de knop om moeten zetten. Maar het is best hard gegaan’, zegt hij, nog altijd lichtelijk verbaasd. ’Vóór corona had ik toch al gauw twee, drie, vier optredens per maand. Maar Het Concertgebouw is wel een dingetje. En Hannes Minnaar is natuurlijk een waanzinnige pianist. Ik ben benieuwd. En ach weet je, het wordt echt wel een heel erg leuke avond.’

‘Hannes kende ik persoonlijk nog niet. Ik heb hem afgelopen januari voor het eerst ontmoet toen hij hier in Middelburg de Goldberg-variaties speelde. We hebben het er toen ook over gehad of we samen nog iets zullen doen. Een stukje Bach quatre-mains, of een compositie van mij voor twee vleugels, The Writers Dance bijvoorbeeld. Het programma zal zich de komende weken nog verder uit moeten kristalliseren.’

Ik had me voorgenomen om de mooiste pianomuziek op aarde te maken

Solo speelt Eisenga een selectie van zijn twee laatste pianoalbums: For Mattia en Open. Die eerste titel is ontleend aan een wel heel bijzondere opdracht. ‘In 2016 werd ik benaderd door de ouders van Mattia met de vraag of ik iets wilde componeren voor hun dochter die het jaar daarvoor door zelfdoding om het leven was gekomen. Ik had me voorgenomen om de mooiste pianomuziek op aarde te maken. Nou, als je jezelf al componist wilt blokkeren, dan moet je je vooral zo’n ambitie stellen. Ik heb drieënhalve week gezocht naar materiaal. Maar daarna stond het stuk in een dag of vier op papier.’

For Mattia heeft enorme vleugels gekregen. Op Spotify is elke drie minuten iemand die dit nummer opzet. Hoe ik dat succes verklaar? Het verhaal erachter maakt natuurlijk indruk. Tegelijkertijd is het stuk heel tonaal georiënteerd, het heeft een bijna klassieke sonatevorm. De muziek is op een bepaalde manier gelaagd, er is ruimte om er je eigen dingen in te horen.’

Tekst gaat verder onder de video.

Onderdeel van

Toen ik van het conservatorium kwam, had ik zoiets van: nou, ik weet niet of ik nog wel kan componeren

‘Toen ik op mijn drieëndertigste van het conservatorium in Groningen kwam, had ik zoiets van: nou, ik weet niet of ik nog wel kan componeren. Ik had het idee dat ik iets nieuws moest toevoegen aan de muziekgeschiedenis. Het heeft me een paar jaar gekost om erachter te komen dat dat proces anders in elkaar grijpt. Pas toen ik een opdracht aanvaardde voor een musicalachtig kerstding à la Oliver Twist realiseerde ik me: dáár liggen mijn roots.’

‘Geleidelijk aan ben ik gaan inzien dat het woord “origineel” niet betekent dat je iets nieuws moet bedenken, maar meer zoals de architect Gaudi het uitlegde: origineel in de zin van terug naar de origine, naar je eigen bron. In mijn geval de pop en de rock. Die ben ik vanaf dat moment gaan combineren met de technieken die ik op het conservatorium had geleerd. Het grappige is dat mensen ineens spraken van de typische Eisenga-sound.’

Douwe Eisenga © Nous Davidse

‘Ik ben eindeloos kritisch op mijzelf. Een stuk is voor mij pas goed als ik het idee heb dat ik er een volgende keer naar kan luisteren zonder dat het mij verveelt. Sommigen classificeren mijn muziek als minimal, postminimal of neoklassiek, maar zelf ben ik daar niet mee bezig. Liever noem ik het een mengeling van rock, minimal en barok. Ik hou enorm van ritme en van een doorgaande beweging. Of dat nou lyrische muziek is met een langzaam tempo of muziek met een stampende groove.’

Een stuk is voor mij pas goed als ik het idee heb dat ik er een volgende keer naar kan luisteren zonder dat het mij verveelt

‘Soms, heel soms gebeurt het dat ik achter de piano ga zitten, een paar akkoorden aansla en denk: wow dit is het. Maar meestal is componeren een kwestie van graven vanuit je tenen, van eindeloos schaven en dingen opschrijven. Ik heb schetsboeken vol notities. Het komt voor dat ik niet weet wat ik met een idee moet. Dan pak ik het een paar jaar later weer op en wordt het de kern van een stuk van zeventig minuten, bij wijze van spreken.’

Iets dergelijks gebeurde met Theme 1, vertelt Eisenga. ‘Ik schreef het toen ik een jaar of achttien, negentien was. Over de pianoversie van dit stuk, dat ik ook in Het Concertgebouw zal spelen, was ik nooit echt tevreden. Ik had altijd het idee: er zit een geheim in dat ik nog niet heb ontdekt. Een paar jaar geleden belandde het opnieuw op de tekentafel. Tussen de afwas en het achtuurjournaal door ging ik er af en toe naar kijken. Langzaamaan ontdekte ik wat de sleutel van het stuk was. De bladmuziek bestaat uit vier pagina’s. De eerste twee zijn ongewijzigd, de laatste twee heb ik opnieuw gecomponeerd.’

Ik heb een behoorlijke afstand tot het circuit in de Randstad

Laatst had Eisenga een lunchafspraak met een collega-componist in Amsterdam. ‘Ik heb een behoorlijke afstand tot het circuit in de Randstad, in de spreekwoordelijke wandelgangen verkeer ik nooit. Die componist zei tegen me: “Volgens mij heb jij geen idee van de reikwijdte van je muziek. Ze houden hier echt wel in de gaten wat jij daar in het verre Middelburg uitspookt.” Ik dacht: ha, dat is mooi, maar had geen benul.’ Dát zal na de Piano Nights van 18 mei in elk geval anders zijn.

Bekijk ook eens