Ontdek
  1. Zoeken
  2. Concerten
  3. Menu
  4. Inloggen
Sebastiaan Kemner Harmony of the spheres Het Concertgebouw Bowie Verschuuren

Hemelbestormer Sebastiaan Kemner: ‘Alles wat ik doe vind ik leuk’

ma 21 nov. 2022 - 5 minuten leestijd - Tekst: Liesbeth Houtman

In Harmony of the Spheres vloeien muziek uit de renaissance en van nu samen. Hemelbestormer en trombonist Sebastiaan Kemner presenteert het programma samen met vijf zangers van Silbersee. ‘Ik voel mij net een olifant in de porseleinkast.’

Onderdeel van

Een klein halfuur na de afgesproken tijd komt Sebastiaan Kemner het Haagse café binnenstormen. Duizend excuses. Wat blijkt? Op het moment dat hij de afspraak maakte was hij in Oxford, het uur tijdsverschil was niet goed in zijn agenda terechtgekomen.

Een kopje earl grey-thee doet wonderen. Even later zit Kemner toch nog ontspannen te vertellen. Of nou ja, ontspannen… Hij is er de persoon niet naar om stil te zitten, zegt hij. ‘Ik ben heel erg ongeduldig en beweeglijk, type ADHD.’ Een karaktertrek die ook heel mooie dingen oplevert, zoals tijdens ons gesprek al gauw blijkt.

Hij een Hemelbestormer? Kemner moet er hartelijk om lachen. ‘Het is wel een heel groots woord, ik zou mezelf niet direct zo noemen. Maar als je daarmee iemand bedoelt die van de gebaande paden wijkt, dan past mij dat. Ik ben niet bang om tegen de stroom in te gaan, om concertconventies te doorbreken en te zoeken naar nieuwe manieren om het publiek te bereiken.’

Sebastiaan Kemner © Bowie Verschuuren

Ik ben niet bang om tegen de stroom in te gaan

Die gebaande paden zijn voor een trombonist niet heel spannend, vindt Kemner. ‘Je wordt opgeleid voor het orkestleven. Dat vind ik ook heel leuk, en dat heb ik ook gedaan. Twee jaar lang heb ik als academist meegespeeld in de Berliner Philharmoniker. Het grote symfonische repertoire is fantastisch. Maar uiteindelijk past een orkestbaan niet bij mij als persoon. Ik vind andere dingen interessanter. Moderne muziek spelen, mijn eigen projecten bedenken bijvoorbeeld.’

Ook in andere opzichten wijkt het pad van Kemner af van dat van andere koperblazers. Hij komt niet van beneden de rivieren, maar groeide op in Leiden. Hij speelde nooit in een harmonie of fanfare, maar vond via de muziekschool en het jeugdsymfonieorkest zijn weg naar het conservatorium. Als negenjarige viel hij als een blok voor de trombone, herinnert hij zich. ‘Ik vond het een heel stoer instrument, lekker groot, met die schuif en dat bling-bling.’ Van meet af aan was voor hem duidelijk dat hij professioneel musicus wilde worden. ‘Mijn moeder vroeg een keer: “Heb je er weleens over nagedacht of je ermee door wilt gaan?” Ik dacht: hoezo, ermee doorgaan? Ik had nooit bedacht dat dat niet zo zou zijn.’

Ik vond de trombone een heel stoer instrument, lekker groot, met die schuif en dat bling-bling

Na het conservatorium behaalde Kemner in Oxford zijn master musicologie aan de universiteit. Hij was er laatst weer om ‘stappen te zetten’ in het promotieonderzoek dat hij nu doet. Het onderwerp: wat kan je als uitvoerder doen om de kloof tussen de muziek van nu en het publiek te overbruggen? De hedendaagse muziek boeit hem sowieso mateloos. ‘Wat wordt over tweehonderd jaar nog gespeeld, en wat niet? Ik vind het fascinerend om onderdeel te zijn van die schifting. Er is zoveel muziek die ongelooflijk de moeite waard is.’ Een paar jaar geleden richtte hij Lonelinoise op: een platform waarin hij al zijn projecten om de moderne muziek aan de man te brengen heeft gebundeld.

Eén daarvan is Harmony of the Spheres, waarin hij samenspeelt met vijf zangers. Met dit programma reikt de Hemelbestormer Kemner trouwens bijna letterlijk tot in de hemel. Het idee van de harmonie der sferen stamt uit het oude Griekenland, licht hij toe. Volgens Pythagoras brengen de hemellichamen samen, al bewegend, een soort ideale muziek voort. ‘Als je die relaties tussen de planeten vertaalt naar muziek, ontstaat een ultieme, hemelse samenklank. In de renaissance werd dit geïnterpreteerd als de muziek die het dichtst bij God staat.’

Op een gegeven moment weet je niet meer: is deze muziek nu vijfhonderd jaar oud of gisteren geschreven?

‘Door renaissancemuziek te koppelen aan moderne muziek met hetzelfde onderwerp ontstaat een totaalervaring. Dus niet: we doen een stukje oude muziek, dan een beetje appelmoes en een spruitje, het is echt één verhaal dat we vertellen.’ Grenzen vervagen, als luisteraar verlies je het besef van tijd. ‘Op een gegeven moment weet je niet meer: is deze muziek nu vijfhonderd jaar oud of gisteren geschreven?’

Wouter Snoei componeerde de overgangen tussen de stukken. En er gaat een nieuw werk van de Koreaanse componist Seung-Won Oh. Een paar jaar geleden stapte Kemner tijdens een festival op haar af. ‘Ik was erg onder de indruk van de zeggingskracht van haar muziek. Met eenvoudige middelen weet ze een bijna ritualesque sfeer te creëren. In Music of celestial harmony maakt ze gebruik van pure boventonen. Elke planeet heeft zijn eigen stem.’

In de renaissance was de combinatie van zangstemmen en trombones de normaalste zaak van de wereld. Vaak was ook niet gespecificeerd wie welke partij voor zijn rekening moest nemen, vertelt Kemner. Met de zangers van Silbersee werkte hij eerder samen toen hij anderhalf jaar geleden de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst nam. ‘Zangers maken woorden, ze zijn continu bezig om geluid te vormen. Daar leer ik zoveel van! Hun manier van kleuren en fraseren probeer ik te vertalen naar de trombone.’

In een paar repetities zijn ze steeds dichter naar elkaar toegegroeid. ‘Mijn grootste angst is dat het publiek straks denkt: wil die toeter alsjeblieft even zijn mond houden. Tussen die zangers voel ik me net een olifant in de porseleinkast.’

Mijn grootste angst is dat het publiek denkt: wil die toeter alsjeblieft even zijn mond houden

Toen Kemner voor zijn studie in Oxford woonde, nam hij er zangles en zong in een koor. ‘Heerlijk vond ik dat!’ Alleen al op de eindeloze schat aan repertoire kan hij als trombonist jaloers zijn. Had hij dan niet eigenlijk zanger willen zijn? ‘O ja, als dat zou kunnen!’ Zijn ogen beginnen te twinkelen. ‘Fantastisch lijkt me dat. Maar ik ben 32 hè, ik weet niet of dat er nog van komt.’

Projecten bedenken, concerten geven, af en toe meespelen in een orkest, aan zijn promotieonderzoek werken – alsof het allemaal nog niet genoeg is geeft Kemner ook nog les op het Koninklijk Conservatorium in zijn woonplaats Den Haag. Zijn hoofd en zijn agenda lopen behoorlijk over. ‘Afgelopen week was ik misschien zeven of acht uur per dag thuis, en daarin moest ik ook nog slapen. Ik kan moeilijk nee zeggen, alles wat ik doe vind ik leuk.’ Of hij dit op de lange termijn zo volhoudt? ‘Nou, nee.’ Bulderlach: ‘Als ik een idee in mijn hoofd heb, dan moet het ook nú gebeuren. Ik zal moeten leren om keuzes te maken, om dingen meer uit te spreiden.’

Als ik een idee in mijn hoofd heb, dan moet het ook nú gebeuren

‘Heb je hier iets aan?’, vraagt Kemner na een dik uur praten. ‘Ik vond het een wat incoherent verhaal van mezelf.’ Als ik hem verzeker dat dat wel goed komt, vertrekt hij, op naar weer een volgende afspraak.

Bekijk ook eens