


Iván Fischer ontvangt de Concertgebouw Prijs
di 17 mrt 2026 - 4 minuten leestijd - Tekst: Het Concertgebouw - Foto: Jessie Kamp
De Hongaarse dirigent en componist Iván Fischer ontving gisterenavond de Concertgebouw Prijs. ‘Een hele eer’, zegt hij. Sinds zijn debuut in 1987 dirigeerde hij in de Amsterdamse concertzaal meer dan honderdvijftig concerten.
Iván Fischers band met Het Concertgebouw gaat terug tot 1977: tijdens een Open Huis-avond op 9 september leidde hij het Nederlands Kamerorkest in werken van Telemann en Mozart. Dat jaar en het jaar erop dirigeerde hij ditzelfde orkest opnieuw tijdens de Kerstmatinee. Uitsluitend barokmeesters stonden op het programma.
Tien jaar later, op 26 april 1987, debuteerde Fischer bij het Concertgebouworkest in onder andere Bartóks Concert voor orkest. Roland de Beer sprak in de Volkskrant van een ‘even zelfverzekerd als geïnspireerd debuut. (…) Bartóks Concert voor orkest laat zich maar zelden vlekkeloos realiseren. Fischer realiseerde het stuk niet alleen vlekkeloos maar gaf er ook een uiterst persoonlijke fijnzinnige visie op ten beste.’ En met voorspellende gave: ‘Een dirigent als Iván Fischer zou in Amsterdam wel eens hoge ogen kunnen gaan gooien.’
Daarin kreeg De Beer gelijk, want inmiddels leidde Fischer in Amsterdam meer dan honderdvijftig concerten: niet alleen bij het Concertgebouworkest, waarvan hij sinds het seizoen 2021-2022 honorair gastdirigent is, maar ook met zijn eigen Budapest Festival Orchestra. Daarnaast dirigeerde hij ook het European Union Youth Orchestra en het Gustav Mahler Jugendorchester.

Iván Fischer dirigeert in de Grote Zaal bij de uitreiking van de Concertgebouw Prijs op 16 maart 2026 © Eduardus Lee
Iván Fischer werd in 1951 geboren in Boedapest. Hij studeerde piano, viool, cello en compositie in zijn geboortestad en vervolgde zijn dirigentenopleiding bij Hans Swarowsky in Wenen. Vervolgens was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte hij het Budapest Festival Orchestra op. Met dit gezelschap, waarvan hij nog altijd chef-dirigent is, bracht hij vele vernieuwende concepten, waaronder chocomelconcerten voor kleine kinderen, Midnight Music-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en outreach-projecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.
Onorthodoxe aanpak
Fischer is actief als componist en operaregisseur met zijn eigen Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Symphony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waarvan hij eredirigent is. Hij ontving de Hongaarse Kossuthprijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor zijn inzet voor internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Iván Fischer tijdens het Concertgebouwdiner, op de avond van de uitreiking van de Concertgebouw Prijs © Eduardus Lee
Fischer staat bekend om zijn originele en onorthodoxe aanpak. Zo liet hij bij een concert van het Concertgebouworkest het publiek tussen de orkestleden plaatsnemen en stelde hij een eigentijdse passie samen waarbij Bachs Matthäus-Passion samensmolt met muziek uit diverse windstreken.
Ook als componist liet hij in Amsterdam van zich horen. Van zijn hand klonk in Het Concertgebouw bijvoorbeeld het aangrijpende Sait gezunt door het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor.
Spelen met de noten
Tijdens het Mahler Festival van 2025 leidde Fischer het Budapest Festival Orchestra in Mahlers Tweede en Vijfde symfonie. ‘Het belangrijkste in muziek staat niet in de noten, vond componist Gustav Mahler’, schreef Joost Galema naar aanleiding van de Tweede in NRC. ‘En Fischer lijkt deze zin tot zijn Mahler-mantra te hebben verheven: hij speelt niet de noten, hij speelt mét ze. (…) Fischer speelde weergaloos en betekenisvol met stilte en klank, met spotlust en diep geloof, en met orkestraal geweld en de karakteristieke tederheid waarmee Mahler de mens uiteindelijk bekijkt. De betovering suddert nog steeds na.’

Iván Fischer na afloop van Mahlers Tweede symfonie tijdens het Mahler Festival in 2025 © Jessie Kamp
Gouden appel
‘Een hele eer’, noemt Fischer desgevraagd de toekenning van de Concertgebouw Prijs. Voor Fischer, die lange tijd in Amsterdam woonde, voelt Het Concertgebouw als een tweede thuis. ‘Als ik, zoals de Trojaanse prins Paris, de opdracht had gekregen om te kiezen welke van ‘s werelds concertzalen het mooist, feestelijkst en aantrekkelijkst is, dan zou ik de gouden appel aan Het Concertgebouw geven.’
Het moment dat hij de solistentrap afdaalt, ervaart hij ook na bijna vijftig jaar nog als magisch. ‘Zodra de deuren openzwaaien, moet ik gaan lopen. Ik ben geneigd om naar beneden te kijken, om niet te struikelen. Maar ik dwing mijzelf om recht vooruit te kijken. Dan zie ik al die componistencartouches: Bartók, Richard Strauss, Diepenbrock, Pijper… heel indrukwekkend. Ik maakte er een paar jaar geleden met het Concertgebouworkest een programma over. Als je me vraagt wat mij met Het Concertgebouw bindt, dan is het die componistenrij.’

Simon Reinink en Iván Fischer voor het eretableau tegenover de solistentrap van de Grote Zaal © Eduardus Lee
Simon Reinink, algemeen directeur van Het Concertgebouw, vertelt over de toekenning van de Concertgebouw Prijs: ‘Iván Fischer is een rasartiest. Wars van routine. Alles wat hij aanraakt verandert in iets nieuws, alsof het voor de eerste keer klinkt. En altijd met een fijn gevoel voor humor. Een concert met Iván is meer dan een concert, het is een totaalervaring.’
Onderdeel van
Wat is de Concertgebouw Prijs?
De Concertgebouw Prijs, die voor de vijftiende keer wordt uitgereikt tijdens een feestelijk galadiner in de Grote Zaal, is een initiatief van de directies en besturen van Het Concertgebouw en Het Concertgebouw Fonds. De prijs is bestemd voor musici die over een langere periode hebben bijgedragen aan het artistieke profiel van Het Concertgebouw. Eerdere laureaten waren Cecilia Bartoli (2004), het Beaux Arts Trio (2006), Bernard Haitink (2007), het Koninklijk Concertgebouworkest (2009), Maurizio Pollini (2010), Thomas Hampson (2011), Janine Jansen (2013), Yo-Yo Ma (2014), John Eliot Gardiner (2016), het Radio Filharmonisch Orkest/Groot Omroepkoor (2017), het Hagen Quartett (2019), Wynton Marsalis (2021), Jaap van Zweden (2023) en Joyce DiDonato (2024). De Concertgebouw Prijs bestaat uit een kunstwerk en een permanente naamsvermelding op het eretableau tegenover de solistentrap van de Grote Zaal.

Kunstwerk behorend bij de Concertgebouw Prijs © Eduardus Lee




