Home
  1. Zoeken
  2. Concerten
  3. Menu
  4. 0
    Mandje
  5. Account
  6. Inloggen
Weissmann

Sylvia Willink over maestro Frieder Weismann

wo 20 nov. 2019 - 2 minuten leestijd - Door Joost Galema

Welke rol speelt Het Concertgebouw en de musici die er optreden in de levens van Concertgebouwbezoekers? Lees hieronder het verhaal van Sylvia Willink.

Onderdeel van

‘Op mijn achtste beleefde ik in Het Concertgebouw mijn eerste Beethoven en op mijn twaalfde de Matthäus-Passion, met dirigent Piet van Egmond. Hij zag er prachtig uit, met halflang blond haar, wel bijzonder voor 1956.'

'Enkele jaren later raakte ik zeer bevriend met de Amerikaans-Duitse dirigent dr. Frieder Weissmann, die ik ontmoette in de manege. We waren beiden paardenliefhebbers. Zijn naam kende ik toen al van radioconcerten. In de jaren twintig en dertig was Weissmann in Duitsland en daarbuiten beroemd door zijn ontelbare plaatopnamen met de Berliner Staatsoper. Tot aan het berufsverbot voor Joden in 1933 dirigeerde hij ook de Berliner Philharmoniker als vaste gastdirigent naast Wilhelm Furtwängler.’

‘Weissmann vertelde me hoe aardig hij werd opgevangen door de Concertgebouwdirectie, nadat hij op 26 juni 1933 was gevlucht voor de nazi’s. Gebouw en orkest vormden toen nog een eenheid. De
directie regelde een woning en concerten. Al op 29 juni 1933 dirigeerde Weissmann het Concertgebouworkest in de Groote Schouwburg in Rotterdam en op 24 november in Het Concertgebouw zelf. Dat concert werd uitgezonden op de radio. In 1936 en 1937 stond hij opnieuw in de Grote Zaal. Die opvang van de door de nazi’s vervolgden, zoals Weissmann, daarover lees ik nooit iets terug in de geschiedenis van Het Concertgebouw. Jammer: hierbij rechtgezet.’

'In 1986 was ik bij het recital van de charismatische pianist Vladimir Horowitz. Hij was al dik in de tachtig, maar wat maakte zijn spel een ontroering los in de zaal. Bij de kassa bedelde ik een grote poster los,die hier nog thuis hangt. Voor de Solistenfoyer vereeuwigde ik later zijn hoofd in brons.’

‘In de jaren twintig had mijn man, de schilder Carel Willink, een schoonvader die paukenist was in het Concertgebouworkest, dat leverde weleens vrijkaartjes op. Het Concertgebouw speelde in het leven van Carel en mij een heel belangrijke rol. Dat zal altijd zo blijven.’