Terug naar Ontdek
  1. Zoeken
  2. Concerten
  3. Menu
  4. 0
    Mandje
  5. Account
  6. Inloggen

Terug naar Wenen in 1803...

wo 23 aug. 2017

Een benauwde bladomslaander, drie wereldpremières en Beethoven op zijn best: het iconische concert op 5 april 1803 in het Theater an der Wien had álles. Beleef deze avond op 2 oktober opnieuw in de Grote Zaal.

Onderdeel van

Dinsdag 5 april 1803 in Wenen. Een heel normale lentedag. 13 graden. Niet onaangenaam, wel wat frisjes. Wie ruim van tevoren zijn kaarten had gekocht voor de door Herr Beethoven georganiseerde ‘Akademie’ in het pas geopende Theater an der Wien, had geluk. De maestro had de prijzen enkele dagen voor het concert verdriedubbeld.

Herr Beethoven had dan ook wel wat te bieden, deze dinsdagavond. Drie premières van drie nieuwe stukken, én de herneming van zijn Eerste symfonie. Daar mochten de mensen wel voor betalen. Bovendien had hij niet alleen een orkest moeten regelen, hij had ook een koor nodig voor de première van zijn nieuwe oratorium Christus am Ölberge. Plus drie solisten. Én iemand die de blaadjes ging omslaan tijdens de vuurdoop van zijn Derde pianoconcert. Een solist voor dat soloconcert had Beethoven niet nodig, dat deed hij zelf.

Beethoven had op dit moment al problemen met zijn gehoor. In 1796 waren zijn gehoorproblemen begonnen. Oorsuizen. Waarvan de doktoren niet begrepen waar het vandaan kwam, hoe het te behandelen was, en hoe het zich zou gaan ontwikkelen. Kwam het misschien door Beethovens gewoonte om zijn hoofd in een bak met koud water te stoppen, om wakker te blijven en door te kunnen werken? Niemand die het wist.

Het oorsuizen weerhield Beethoven er niet van om deze avond zelf de première van zijn Derde pianoconcert te spelen. Met aan zijn zijde de jonge pianist Ignaz von Seyfried, die nog bij Mozart had gestudeerd en zelf een grote muzikale carrière in het verschiet had, als bladomslaander. Het werd een avond die ook Von Seyfried zich nog lang zou heugen. ‘Ik zag eigenlijk alleen maar lege pagina’s. Hoogstens stond er op een of andere pagina een onbegrijpelijk, Egyptisch aandoend hiëroglief-gekrabbel, waar ik niets van begreep, maar Beethoven waarschijnlijk wel.’

Beethoven had de orkestpartijen uitgeschreven, en had geen tijd meer gehad om de pianopartij te noteren. Dat was niet erg, hij kende het uit zijn hoofd en bovendien improviseerde hij er graag lustig op los. En dat hij de jonge Von Seyfried daarmee een hartverzakking bezorgde, was alleen maar mooi meegenomen. Von Seyfried: ‘Beethoven keek me aan als hij aan het einde van een van zijn onzichtbare passages was. Hij had flinke lol om mijn nauwelijks verborgen paniek dat ik de beslissende momenten zou missen.’

Na het Derde pianoconcert leidde Beethoven de première van een ander gloednieuw stuk, zijn eerste grote koorwerk: het oratorium Christus am Ölberge, voor orkest, koor, en drie vocale solisten. Beethoven had het stuk in zeer korte tijd neergepend. ‘Niet meer dan veertien dagen’, zou hij later zeggen. Een werk vol drama, het schetst Jezus’ gepijnigde uren in de hof van Getsemane vlak voor de kruisiging. Drie zangers vertegenwoordigen de drie hoofdrolspelers: de tenor zingt Jezus, de sopraan vertolkt een serafijn (een engel) en de bas is Petrus. De discipelen en soldaten worden gezongen door het koor. Had Beethoven dit onderwerp gekozen als spiegel voor zijn eigen lijdensweg? Nam hij hier zijn toevlucht tot het geloof? Concrete aanwijzingen zijn er niet, al zijn er kenners die suggereren dat Beethoven dit oratorium schreef omdat hij een ‘Heilige Week’-concert had willen organiseren. Voor zijn eigen portemonnee.

Wat dat betreft: zakenman Beethoven sprong er goed uit, deze avond in het Theater an der Wien. Hij hield er een netto winst van 1800 gulden aan over, omgerekend naar deze tijd toch ruim tienduizend euro. De reacties van publiek en pers waren minder enthousiast. ‘Onderkoeld’ waren de reacties van de luisteraars. En hoewel de Zeitung für die Elegante Welt de volgende dag schreef dat het nieuwe oratorium ‘een paar prachtige passages’ bevatte, vond de Freymüthige Blätter het werk ‘kunstmatig’ en ‘weinig expressief’. Wie had door dat deze dinsdag 5 april 1803 muziekgeschiedenis was geschreven? Wie van de bezoekers besefte dat ‘ie een historische avond had beleefd…

Een avond die in retrospectief namelijk zo historisch, zo iconisch is, dat die nu, 214 jaar later, wordt gereconstrueerd door Beethoven-expert Jan Caeyers en zijn Le Concert Olympique. Althans, niet een letterlijke reconstructie. De concerten in Beethovens tijd duurden vele uren. Tegenwoordig doen we dat anders, daarom wordt de Eerste symfonie weggelaten. Maar de drie wereldpremières - van de Tweede symfonie, het Derde pianoconcert en het oratorium Christus am Ölberge – blijven.

Dirigent en Beethoven-specialist Jan Caeyers gaat in Preludium van oktober (nog te verschijnen) dieper in op waarom 5 april 1803 historisch zo van belang is: ‘Beethoven schreef in de zomer van 1802 (…) een aangrijpend epistel waarin hij vrijuit over zijn gehoorproblemen praat. Na een grote crisis besluit hij om van het componeren van nieuwe muziek zijn hoofdactiviteit te maken. (…) In de nasleep van die crisis organiseerde hij dit concert waarin hij uitsluitend nieuwe muziek van zichzelf programmeerde, dat was ongewoon en ongehoord. (…) Hij gaf een visitekaartje af van de nieuwe componist. Dat was een groot gebaar, een statement van de moderne Beethoven.’

Op 2 oktober 2017 klinkt dit unieke ‘statement van de moderne Beethoven’ in de Grote Zaal van Het Concertgebouw. Met (met enig gevoel voor fantasie) Jan Caeyers als de dirigent Beethoven, en Kristian Bezuidenhout als de pianist Beethoven. Historisch gemotiveerd, dat betekent dat de speelstijl historisch geïnformeerd is, maar het orkest wel op hedendaagse instrumenten speelt. En hoe ver zal deze reconstructie verder gaan? Zal Kristian Bezuidenhout de volledige bladmuziek bij zich hebben? En wie durft de blaadjes om te slaan?

Tekst: Thomas de Jonker