Geschiedenis — 21 juli 2020 · 5 minuten leestijd

Verdieping: De geheimzinnige geschiedenis van de tuin van Het Concertgebouw

· tekst Liesbeth Houtman

Van ‘geliefkoosd plekje om er ochtend- en avondconcerten bij te wonen’ tot moestuin. De tuin is misschien wel het best bewaarde geheim van Het Concertgebouw.

Deel dit artikel

De tuin van Het Concertgebouw © Nicolaas van der Waay

Op 11 april 1888 ging Het Concertgebouw open. Naar dat moment hadden vele Amsterdammers reikhalzend uitgekeken. Vanwege strubbelingen om een te dempen slootje, de aanleg van toegangswegen en straatverlichting liet het openingsconcert flinke tijd op zich wachten. Het neoclassicistische gebouw, met op het dak de gouden lier, lag te pronken in de weilanden net buiten de stadsgrenzen. Toch was het Concertgebouwbestuur nog niet tevreden. ‘Er blijft nog veel te wenschen over’, lezen we in het ‘feestboekje’ dat ter gelegenheid van het openingsconcert werd uitgegeven. ‘Een goed samengesteld orkest (…) onder leiding van een waarachtig kunstenaar’ en ‘het verlangen naar een orgel’ bijvoorbeeld. Maar ook: de beplanting en exploitatie van de tuin.

‘De tuin is nog weinig aantrekkelijk’

De openslaande deuren van de Spiegelzaal, destijds nog niet voorzien van spiegelglas, gaven toegang tot de tuin aan de achterzijde van Het Concertgebouw. Het hoefijzervormige stuk grond van zo’n 80 x 55 meter bood uitzicht op de koeien en tuinderijen in de omgeving. ‘De tuin is nog weinig aantrekkelijk’, aldus het bestuur, ‘maar bloemen en tuingewassen vinden goeden bodem, waar ze welig zullen tieren en – zijn er de gewenschte kiosken en zitjes, de groote muziektent en een uitnodigend buffet, dan wordt die tuin spoedig een geliefkoosd plekje om er ochtend- en avondconcerten bij te wonen.’

De muziektempel in de tuin van Het Concertgebouw © Stadsarchief Amsterdam

Een half jaar na de feestelijke opening kon men beginnen met de inrichting van de tuin. Als voorbeeld diende het Park bij de Plantage Dok- en Parklaan. Daar bevond zich ook de Parkzaal, de voorloper van Het Concertgebouw. De concertgelegenheid was in de herfst van 1881 gesloopt, samen met de rest van de oude Plantage. De Parkzaal had een eigen orkest, dat ’s zomers bij mooi weer buiten speelde. ‘De streelende tonen der muziek’ smolten dan samen met ‘het zacht gemurmel der springfontein en het geheimzinnig gefluister der bladeren’, aldus een getuige.

Er verschenen een muziektempel, deels overdekte tribunes, een buitenbuffet, ‘retirades’ en twee portiershuisjes

Iets dergelijks stond het Concertgebouwbestuur voor ogen. Naar een ontwerp van Dolf van Gendt, de architect van Het Concertgebouw, verschenen een muziektempel, deels overdekte tribunes, een buitenbuffet, ‘retirades’ en twee portiershuisjes. De gasverlichting was eveneens geïnspireerd door die van het Park: sierlijke ballonnen en lantaarns, verbonden door bogen. Een smeedijzeren hek met een lengte van zo’n 250 meter scheidde de tuin van de openbare weg.

Zicht op de tuin met op de achtergrond de muziektempel © Stadsarchief Amsterdam

Op 16 mei 1889 werd de tuin ingewijd. In het midden, tussen de lantaarns en rozenpoorten, prijkte de exotische muziektempel, omgeven door hoge populieren. De leden van het Concertgebouworkest traden er, voor de gelegenheid mét hoge hoed, voor het eerst op. Vanaf dat moment vonden in het voorjaar, de zomer en de vroege herfst tuinconcerten plaats. Het Concertgebouw was in die tijd exclusief toegankelijk voor abonnementhouders en hun introducees. Wie niet genoeg geld had, ging achter het hek staan luisteren. Er vormde zich zo een hele schare ‘hekleden’. Zij hadden vaak meer aandacht voor de muziek dan het publiek binnen de omheining.

Wie niet genoeg geld had, ging achter het hek staan luisteren

Regelmatige spelbreker was het weer. ‘Die er waren zaten te bibberen en moesten stampvoeten tegen de koude’, aldus Samuel Bottenheim, een van de eerste geschiedschrijvers van Het Concertgebouw, over een tuinconcert in mei 1895. Het orkest studeerde daarom vaak twee programma’s in: een ‘bij gunstig weder’ voor buiten, en een ‘bij ongunstig weder’ voor binnen. De niet gespeelde programma’s werden opgeschoven naar het volgende concert. Overigens weigerde Willem Kes, de eerste chef-dirigent van het Concertgebouworkest, steevast om buiten te dirigeren. Vond een concert in de tuin plaats, dan liet hij zich vervangen.

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik bezoekt de bloemententoonstelling in de tuin van Het Concertgebouw, 1917 © Stadsarchief Amsterdam

In de loop van de tijd kwamen er steeds meer klachten over het toenemende verkeerslawaai. Het gerinkel van de elektrische tram overstemde de ijle klanken van de strijkers. Het Concertgebouwbestuur heeft nog overwogen om een geluidswerende schelp of nis te laten plaatsen om zo de tuinconcerten te redden. Die operatie bleek te kostbaar voor de financieel noodlijdende NV. In 1913 kwam er een einde aan de traditie van de tuinconcerten. Door het organiseren van bloemenexposities, kermissen en feesten hoopte men in de jaren erna de krappe kas te spekken.

In 1922 besloot het bestuur de tuin te verkopen aan de gemeente Amsterdam

Het leverde onvoldoende op. In 1922 besloot het bestuur de tuin te verkopen aan de gemeente Amsterdam. Directe aanleiding was de noodzaak van een fatsoenlijke pensioenvoorziening voor de orkestleden. Concertgebouwdirecteur Rudolf Mengelberg noemde de dag van verkoop later een ‘dies ater’ (zwarte dag) in de annalen van Het Concertgebouw. Aanvankelijk huurde de NV de tuin van de gemeente voor één gulden per jaar. In 1925 werd de grond in erfpacht uitgegeven. De populieren werden gekapt en het hek verdween. Vier jaar later vond de oplevering plaats van twee symmetrische huizenblokken in een late Amsterdamse Schoolstijl. De hoefijzervorm van de tuin is nog altijd te herkennen in het halfronde stratenpatroon met in het midden de twee karakteristieke torens aan de Jan Willem Brouwersstraat.

De populieren worden gekapt ten behoeve van de woningbouw, 1925 © Stadsarchief Amsterdam

Tegenwoordig zijn de kantoren van Het Concertgebouw gevestigd in een aantal van die panden, gelegen aan het Concertgebouwplein, voorheen het Jan Willem Brouwersplein. Zo heeft Het Concertgebouw weer een klein stukje in gebruik van zijn oorspronkelijke tuin. De binnentuin is goed te zien vanuit de omloop van de Kleine Zaal. Er vinden geen buitenconcerten meer plaats, en ook geen exposities of feesten. Bij mooi weer vergadert het kantoorpersoneel in de tuin. In 2013 mocht de winnaar van een prijsvraag in het kader van de Robeco SummerNights er een nachtje slapen in een tent. Inclusief bubbels, avondeten in de Artiestenfoyer, begeleiding door de nachtportier, ochtenddouche en een ontbijt in het Café.

De tuin van Het Concertgebouw voor de ‘make-over’, met achter zicht op de Kleine Zaal en rechts op de kantoorpanden © Hans Roggen

‘Wie wil een kruiden- en groentetuin aanleggen in onze binnentuin?’ Die oproep stond in 2016 in de personeelskrant. Het Concertgebouw maakte werk van zijn duurzaamheidsambitie en daar paste ook een moestuin bij. ‘Een collega attendeerde mij erop’, herinnert Mark Posthumus zich. Al sinds zijn studententijd werkt hij bij Het Concertgebouw waar hij begon in de afwas. ‘Ik heb in het verleden een hoveniersopleiding gedaan, dus het leek me wel wat. De tuin was ernstig verwaarloosd. Het was één groot grasveld met aan de randen breed uitgegroeide struiken en bomen en her en der wat verouderde hortensia’s.’

Details uit de bloeiende tuin © Mark Posthumus

Samen met een collega zette hij de schop erin. ‘We wilden een aantrekkelijke moes- en siertuin creëren waarbij het onderhoud op ecologische wijze wordt uitgevoerd. Mijn interesse ligt vooral bij wilde planten, dat zie je terug. Veel planten kweek ik zelf, maar we hebben er ook een aantal gekregen van Mari Maris, auteur van de Groentebijbel. Er staat nu een grote diversiteit aan planten, die ook veel vlinders en bijen aantrekken. Op verschillende plekken hangen nestkasten voor mezen en winterkoninkjes. De groenten en kruiden die we kweken worden door onze koks in de keuken gebruikt.’

‘De groenten en kruiden die we kweken worden door onze koks in de keuken gebruikt’

In het dagelijks leven is Posthumus grafisch ontwerper. ‘Ieder weekend probeer ik tijd vrij te maken om in de tuin aan de slag te gaan. De tuin heeft iets vertrouwds gekregen. Op een gegeven moment ken je alle planten met hun eigenaardigheden en de dieren die er bivakkeren. Als ik bij het scheppen weer eens op een betonnen fundering stuit, dan denk ik onwillekeurig aan de bijzondere concerttuin die we een eeuw geleden hadden. Zo prachtig! Je kunt je haast niet voorstellen dat het ooit zo is geweest.’

Wat bloeit en groeit er zoal in de Concertgebouwtuin?


Planten

Aruncus (geitenbaard)
Centaurea (knoopkruid)
Helianthus (vaste zonnebloem)
Allium (daslook)
Lithrum (kattenstaart)
Verbascum (toorts)
Cichorium (chichorei)

Kruiden
Bieslook
Moederkruid
Oost-Indische kers
Marjoraan
Citroenmelisse
Lavas
Rozemarijn
Thijm
Daslook
Laurier

Groenten
Snijbiet
Aardbeien
Aalbes
Cherrytomaat
Snackkomkommer

Wij raden u aan om uw concertkaarten te bestellen via een andere browser. Gebruik hiervoor Chrome, Firefox, Safari, Edge of Internet Explorer versie 10 of hoger.