Home
  1. Zoeken
  2. Concerten
  3. Menu
  4. 0
    Mandje
  5. Account
  6. Inloggen
Vinod Subramaniam

Vinod Subramaniam: ‘De luiken moeten open’

Aflevering 2. Van exclusief naar inclusief?

ma 28 feb. 2022 - 6 minuten leestijd - Door Stephan Sanders

Het Concertgebouw wil iedereen verwelkomen. Maar niet iedereen voelt zich welkom in Het Concertgebouw. Dat is een ongemakkelijke waarheid. Welke kansen zijn er om Het Concertgebouw en de wereld van de klassieke muziek meer inclusief te maken? Journalist en schrijver Stephan Sanders legt in deze nieuwe, maandelijkse interviewreeks de vraag voor aan uiteenlopende prominenten. Het levert waardevolle verhalen op. Soms ontroerend, soms pijnlijk, maar altijd verhelderend en recht uit het hart. In deze tweede aflevering: wetenschapper en bestuurder Vinod Subramaniam. ‘Geef de nieuwe Concertgebouwbezoekers het idee: ik hoor hier, deze muziek is ook voor mij gemaakt.’

Even kriskras door de loopbaan van Vinod Subramaniam: hij is als natuurkundig onderzoeker verbonden geweest aan diverse universiteiten, waaronder het beroemde Duitse Max Planck Instituut; in 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar biofysische technieken aan de Universiteit Twente; in 2013 werd hij directeur van het FOM-instituut AMOLF, de gerenommeerde organisatie voor natuurkundig onderzoek in Amsterdam, en in 2015 werd hij rector magnificus van de Vrije Universiteit, ook weer in Amsterdam. Pffffffff.

Zes jaar lang, tot september 2021, was hij, geboren in Madras (Zuid-India), het gezicht van de universiteit die zich ooit nadrukkelijk beriep op haar gereformeerde wortels. ‘Dat ze me vroegen vond ik getuigen van lef’, zegt Subramaniam. ‘Een brahmaanse hindoe als ik die zo’n functie mag vervullen aan een universiteit met zo’n andere traditie.’ Hij grinnikt even. ‘Bij de VU nemen ze levensbeschouwing serieus, elke levensbeschouwing, ook de mijne.’

Subramaniam kreeg veel lof: de Vrije Universiteit is inmiddels een van de meest diverse universiteiten van het land, zeker qua studentenpopulatie. Bij zijn afscheid als rector barstte een lid van de studentenraad, een vrouw met een hoofddoek, in tranen uit. Dat trof Subramaniam, daar had hij niet op gerekend. ‘Ineens realiseerde ik me dat het ertoe doet om een rolmodel te zijn, en dat word je bijna jouws ondanks, vanwege je afkomst, bijvoorbeeld. Er zijn zoveel studenten die niet automatisch de aansluiting hebben met de oude, gereformeerde VU. Ze zien aan mij dat je er ook op een andere manier kunt komen.’

Een rolmodel word je bijna jouws ondanks, vanwege je afkomst, bijvoorbeeld

Hij vertelt hoe inspirerend hij het vond om te merken dat de VU veel studenten trekt die de eersten van hun familie zijn om academisch onderwijs te volgen. ‘Die hebben geen rolmodellen thuis, die kunnen hun moeder of vader niet naar hun studentenervaringen vragen. Ze beginnen iets nieuws, ze begeven zich op onbekend terrein.’ Subramaniam ziet zeker parallellen met het publiek van Het Concertgebouw, waar juist de nieuwkomers, die weinig tot geen ervaring hebben met klassieke muziek, een drempel over moeten. Als rector aan de VU legde hij de nadruk op een stevige begeleiding voor studenten en een strak onderwijsprogramma. Liever iets te ‘schools’ dan te weinig persoonlijke aandacht.

Je mag spreken van een fikse carrière, zowel in wetenschappelijk als in bestuurlijk opzicht: sinds het najaar van 2021 is Subramaniam voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Twente. Hij mompelt het terloops, maar het is toch goed te horen: ‘De eerste en enige gekleurde universitaire collegevoorzitter in Nederland.’

Je zou denken: zo iemand is inmiddels wel wat gewend, die kijkt er niet van op wanneer er om hem geworven wordt. Dat blijkt toch niet het geval, want toen hij in de zomer van 2021 gepolst werd om toe te treden tot de Raad van Commissarissen van Het Concertgebouw, zag hij dat niet aankomen. ‘Ik dacht, toen iemand mij benaderde: maar dat is nog eens een glazen plafond om te breken! Dat ze iemand als ik vragen om zich zozeer te verbinden met deze tempel van de westerse klassieke muziek.’

Ik dacht, toen iemand mij benaderde om toe te treden tot de Raad van Commissarissen: maar dat is nog eens een glazen plafond om te breken!

Hij was allang een geregeld concertganger, samen met zijn vrouw: kaartjes kopen, een hele abonnementsserie. Maar zelfs hij, man van de wereld en van de wetenschap, kent het gevoel in de Concertgebouwzaal net iets anders bekeken te worden; alsof zijn aanwezigheid uitleg behoeft, alsof hij er eigenlijk niet thuishoort. Subramaniam, nadrukkelijk: ‘Ik stoor me er niet aan.’

Hij peinst nu ook hardop over het verschil tussen iemand als hijzelf met India als vaderland, een land dat allang bezig is een superpower in de wereld te zijn, en de Nederlandse Surinamer of Marokkaan, die niet kan bogen op een achtergrond met zo’n wereldwijde impact.

Als scholier bezocht Subramaniam een katholieke middelbare school in New Delhi, waar het gezin vanwege het accountantswerk van zijn vader naartoe verhuisde. Naast die school stond de katholieke kathedraal van New Delhi. ‘Als vanzelf liep je er binnen en hoorde je er muziek.’ Subramaniam noemt het ‘een geluk’ dat hij zodoende werd blootgesteld aan de westerse klassieke muziek. ‘Er is natuurlijk ook de Indiase traditie van klassieke muziek, weer heel anders. Maar hoewel ik er niet mee ben opgevoed, werd ik toch meteen gegrepen door Bach. Dat is kennelijk iets werkelijk universeels.’

Hoewel ik er niet mee ben opgevoed, werd ik toch meteen gegrepen door Bach. Dat is kennelijk iets werkelijk universeels

Ik vraag even door over die ouderlijke achtergrond: ‘Safely middle class?’ Daar mag ik gerust ‘safely upper middle class’ van maken. Zijn vader had zelf gestudeerd in Groot-Brittannië en schopte het uiteindelijk tot senior partner van een van India’s grootste accountancy firma’s. ‘Maar westerse klassieke muziek heb ik van huis uit niet meegekregen. Ik hoorde weleens wat op de radio en later, op die katholieke school, kwam ik in aanraking met veel kerkmuziek. Maar ik speelde bijvoorbeeld zelf geen instrument, zoals mijn dochter dat nu wel doet. Ik zie wat een verschil zoiets maakt: al repeterend en musicerend raakt ze vertrouwd met het idioom.’

Subramaniam benadrukt nog eens het belang dat Het Concertgebouw moet hechten aan de eerste generatie luisteraars, ‘al die mensen die niet vanzelfsprekend met klassieke muziek zijn opgegroeid, die net als ik niet zelf een instrument bespelen. Geef die nieuwe Concertgebouwbezoekers extra steun, meer begeleiding, zoals dat ook op de VU gebeurt met nieuwkomers. Geef ze het idee: ik hoor hier, deze muziek is ook voor mij gemaakt.’

Geef die nieuwe Concertgebouwbezoekers extra steun, meer begeleiding

En natuurlijk, vindt Subramaniam, mag je ook van de nieuwkomers verwachten dat ze bereid zijn nieuwe dingen te leren en zich die eigen te maken. Ook als het betekent dat ze wat extra moeite moeten doen omdat ze klassieke muziek niet met de paplepel ingegeven hebben gekregen. ‘Uiteindelijk zijn kleur, afkomst, levensbeschouwing of geloof niet afdoende redenen om iemand binnen te willen halen in Het Concertgebouw.’ Maar – het is een van zijn weinige, Engelse zinnen tijdens dit interview: ‘Everybody deserves a fair chance.’

Uiteindelijk zijn kleur, afkomst, levensbeschouwing of geloof niet afdoende redenen om iemand binnen te willen halen in Het Concertgebouw

Als achttienjarige student vertrok Subramaniam vanuit India naar New York, om zich aan de Cornell University in te schrijven. Hij werkte er als vrijwilliger in de bijbehorende concertzaal, waar hij mensen naar hun plaatsen begeleidde. ‘Zo heb ik kunnen kennismaken met heel verschillende klassieke-muziekstijlen, want ik bleef natuurlijk hangen in de zaal, ik wilde ervaren wat al die mensen gingen beleven.’ En, zegt hij: ‘Vergeet niet: wat wij nu scharen onder de noemer “westerse klassieke muziek” is van zichzelf al heel divers.’

Het is belangrijk dat ook de staf van Het Concertgebouw divers is qua samenstelling

Nee, het lijkt Subramaniam niet per se een goed idee om Wagner vanaf nu in Het Concertgebouw enkel nog door een zwarte sopraan ten gehore te laten brengen. En een programmering van negentig procent zogeheten wereldmuziek, daar ziet hij ook geen heil in. ‘Het is belangrijk dat ook de staf van Het Concertgebouw, alle mensen die er op de een of andere manier voor werken, divers is qua samenstelling. En geef ook jonge, aanstormende talenten het podium.’

Een tijdje geleden las Subramaniam een artikel in The New Yorker over de jonge Afro-Amerikaanse bas-bariton Davóne Tines, die de conventies van de klassieke muziek uitdaagt. ‘Zo’n bericht stuur ik meteen door naar directeur Simon Reinink.’ De kop van het verhaal luidde: ‘Deze man verandert wat het betekent een klassiek zanger te zijn.’ Tines zingt onder meer werk van de zwarte avant-gardecomponist Julius Eastman, die onbehoorlijk onbekend bleef tot aan zijn dood in 1990, en die net als de zanger zelf zijn zwarte en homoseksuele ervaring laat doorklinken in zijn muziek.

Er groeit een hele generatie op in Nederland die huiverig is om Het Concertgebouw te betreden

Subramaniam: ‘Het Concertgebouw zal zijn verhaal op een andere manier moeten vertellen. Het gaat niet alleen om kleur en afkomst, het gaat ook over de leeftijdsopbouw van het publiek. Er groeit een hele generatie op in Nederland die huiverig is om Het Concertgebouw te betreden, omdat ze denken dat het niets voor hen is. Dus de luiken moeten open.’

Subramaniam deed het eerder aan de VU. Zo wil hij ook een eerste generatie Concertgebouwbezoekers ‘leren om te leren, leren om te luisteren’.

Vinod Subramaniam (c) Marie-Louie Hodge

Vinod Subramaniam © Marie-Louise Hodge

In samenwerking met De Groene Amsterdammer.
De volgende aflevering in deze interviewreeks verschijnt eind maart.

Onderdeel van

Van exclusief naar inclusief
nú verkrijgbaar

De interviews in de serie Van exclusief naar inclusief door Stephan Sanders zijn ook verkrijgbaar in gebundelde vorm.

Geinterviewden:

Orville Breeveld - consultant en muzikant
Jet Bussemaker - hoogleraar en oud-minister
Yannick Hiwat - violist
Aldith Hunkar - presentator en dagvoorzitter
Tania Kross - mezzosopraan
Claron McFadden - sopraan
Paul Scheffer - publicist en emeritus hoogleraar
Vinod Subramaniam - biofysicus en bestuurder
Jaap van Zweden - dirigent
Nabeschouwing met Simon Reinink algemeen directeur van Het Concertgebouw

Met een voorwoord door Gunay Uslu, staatssecretaris Cultuur en Media.

Prijs: € 15
Uitgave: Het Koninklijk Concertgebouw NV i.s.m. De Groene Amsterdammer
ISBN/EAN: 978-90-9036559-6

Verkrijgbaar in Het Concertgebouw, via de website van mediapartner De Groene Amsterdammer, bij een aantal Amsterdamse boekhandels, waaronder Athenaeum Boekhandel, Scheltema, Het Martyrium, Boekhandel Robert Premsela en Boekhandel Jimmink, en te bestellen via de (online) boekhandel.

Bekijk ook eens