Biografie — 29 mei 2020 · 10 minuten leestijd

Beethoven 250 jaar - wie was hij en hoe klinkt zijn muziek?

· tekst Frederike Berntsen , foto Maarten Rijnen / Art Associates

Ter gelegenheid van het Beethovenjaar – de componist werd tweehonderdvijftig jaar geleden geboren – organiseert Het Concertgebouw Beethoven 2020. Wie was Beethoven en hoe klinkt zijn muziek?

Deel dit artikel

Wat als...

Zoals bij ieder mens heeft het toeval bij de lotsbestemming van Ludwig van Beethoven (1770-1827) een rol gespeeld. Wat als Maximiliaan van Oostenrijk, keurvorst van Bonn, in 1787 de jonge Beethoven niet naar Wenen had gestuurd om les van Mozart te nemen? Wat als Beethoven in een rustiger tijd had geleefd dan tijdens de Franse expansie, en een veilig bestaan als hoforganist in Bonn had geprefereerd? Wat als hij niet in de navel van de muziekwereld, Wenen, terecht was gekomen?

Beethovens moeder stierf jong aan tuberculose. Zijn vader was een middelmatige hofzanger met een drankprobleem. Wat als Ludwig evenwichtiger ouders had gekend, die hem een minder grillig karakter hadden meegegeven? Wat als zijn verantwoordelijkheidsgevoel hem niet levenslang had opgezadeld met de zorg voor zijn twee jongere broers en zijn neef Karl? Het lukte Beethoven niet een vrouw te vinden. Wat als hij zijn ‘unsterbliche Geliebte’ rechtstreeks had durven benaderen, en zij op zijn avances was ingegaan? Wat als het grootste muzikale genie an zijn tijd niet langzamerhand stokdoof was geworden? 

Het lot heeft Beethovens leven diepgaand beïnvloed. Maar toch is, dankzij of ondanks alle toevalligheden, in vervulling gegaan wat graaf Ferdinand von Waldstein aan Beethoven schreef bij diens definitieve vertrek uit Bonn:

Beste Beethoven,
Je reist nu naar Wenen om je wens die zo lang tegengewerkt werd
in vervulling te laten gaan. Mozarts genie treurt nog en beweent de
dood van zijn pupil. Bij de onuitputtelijke Haydn heeft hij onderdak
gevonden, maar geen bezigheden; via hem wenst hij nog één keer
met iemand anders verenigd te worden. Ontvang Mozarts geest uit
Haydns handen, door jouw onophoudelijke ijver.
Bonn, 29 oktober 1792, je toegewijde vriend Waldstein

Alleen de kunst deed ertoe

Op 3 november 1792 vertrok Beethoven voor de tweede keer vanuit zijn geboorteplaats Bonn naar Wenen, waar hij tot het einde van zijn leven zou blijven. Toen hij aankwam in de muziekmetropool stond boven aan zijn to-dolijst: een piano huren. Ook schafte hij dure kleding aan, om in de smaak te vallen bij de Weners. En: hij nam dansles. Beethoven zat achter de toetsen of krabbelde verwoed noten op papier. De bende om hem heen, de wanorde in zijn appartement, kon hem niet deren. Vellen muziekpapier slingerden rond, borden met etensresten en half leeggedronken wijnglazen stonden op de vloer, kleren lagen her en der verspreid; alleen de kunst deed ertoe. Bij Haydn ging hij een paar keer in de week langs voor een les.

Beethoven keek over Haydns schouder mee toen deze componeerde aan symfonische werken en aan strijkkwartetten

De oude meester liet hem partijen overschrijven van hemzelf en van Mozart, niets is leerzamer dan kopiëren. Beethoven keek over Haydns schouder mee toen deze componeerde aan symfonisch werken en aan strijkkwartetten. Eén ding wist Beethoven zeker: Haydn en Mozart zijn zó goed in hun vak, dat wilde hij ook kunnen. Ze waren in alles net iets beter dan hun tijdgenoten, schreven muziek die spannender en gewaagder was.

IJzersterke vingerafdruk

‘Beethoven wist dat hij goed was, hij wilde de wereld verbeteren met zijn muziek en vond dat hij daartoe een goddelijke opdracht had’, zegt pianist Ronald Brautigam, die tijdens Beethoven 2020 in de Kleine Zaal zijn opwachting maakt. ‘Dat is niet bepaald bescheiden. En het is hem gelukt, in geen enkel werk is een zwak moment te ontdekken. Zijn muziek is ook ongemakkelijk, en valt of staat met de dynamiek. De hobbels moet je nemen, je moet niets gladstrijken, als je dat zou doen, blijft er niets over van Beethoven. De muziek is grillig, en zelden charmant of lieflijk.’

‘Beethoven wist dat hij goed was, hij wilde de wereld verbeteren met zijn muziek en vond dat hij daartoe een goddelijke opdracht had’

‘Vanaf zijn vroegste werken, ook die hij al in Bonn heeft geschreven, hoor je onmiskenbaar Beethoven zoals je hem zijn gehele oeuvre lang zult herkennen, of je nu luistert naar de pianosonates, de vioolsonates, de symfonieën of de strijkkwartetten. Beethovens vingerafdruk is ijzersterk. Zo komt een bepaalde sequens, die hij telkens iets anders inzet, verspreid in zijn oeuvre terug. Rots in de branding is voor mij de “Eroica”, de Derde symfonie, daarin leer je Beethoven echt kennen.’

Drie periodes

De symfonieën, de strijkkwartetten, de sonates voor diverse instrumenten: al deze genres heeft Beethoven zijn hele leven beoefend. Zijn oeuvre wordt vaak in drie periodes verdeeld. In de eerste periode is duidelijk een verwantschap met Mozart en Haydn te horen, voorzien van eigenwijze trekjes. Die trekjes waren kenmerkend voor Beethoven. Als je je eerste symfonische werk begint met een dominantseptiemakkoord, dan is dat een ongehoorde provocatie. Beethoven deed dat – Brahms deed het hem vijfenzeventig jaar later aarzelend na. De tweede vormt de oogsttijd. Beethoven is op de top van zijn kunnen. Hij is volstrekt origineel – binnen de klassieke spelregels die hij had overgenomen van Haydn en Mozart, en die hij eigenhandig oprekte. Beethoven schreef de Vijfde, de noodlotssymfonie, en de Zesde, de ‘Pastorale’, tegelijkertijd. Dat lukt alleen bij voldragen meesterschap.

Beethoven was overtuigd van het belang van zijn nieuwe klanken

De derde groep werken is eigenzinnig en grillig, de muziek is soms moeilijk te volgen en klinkt zelfs modern in onze oren. Ook hier was Beethoven overtuigd van het belang van zijn nieuwe klanken. Toen hij na de première in 1826 van zijn Dertiende strijkkwartet het bericht ontving dat de luisteraars zijn Grosse Fuge – het slotdeel – niet gewaardeerd hadden, werd hij woedend en riep: ‘Ezels zijn het!’ 

De diepte in

‘In het begin ging het vooral om het vakmanschap’, volgens Brautigam. ‘De vorm waarin de muziek gegoten moest worden, zoals hij die had geleerd van een componist als Haydn. En toch hoor je altijd dat Beethoven met een breekijzer bezig is om zichzelf vrijheid te geven: uitbouwtje hier, erkertje daar. Structuur en muzikale inhoud vallen voor hem op een gegeven moment steeds meer samen. En op het laatst, in die derde periode, gaat het helemaal niet meer om het componeren maar alleen nog maar om wat hij wil zeggen. Hij gaat volledig de diepte in. Het beeldenstormerige van het begin is verdwenen, alleen de verinnerlijking is nog daar. En dat heeft zeker met zijn doofheid te maken. Als je de muziek die je bedenkt niet meer kunt toetsen aan de werkelijkheid gaat die een eigen leven leiden. Je referentiekader valt weg, dus je kunt doen wat je wilt. Daaraan danken wij die spectaculair klinkende laatste werken.’

‘Je hoort altijd dat Beethoven met een breekijzer bezig is om zichzelf vrijheid te geven’

In de Weense beginjaren was Beethoven vooral populair als pianist, hoewel Mozart zijn spel maar ruw en slordig vond. In 1796 ondernam hij zijn eerste grote concertreis, een succesvolle trip van een aantal maanden. Wrange afsluiter was dat hij eenmaal terug in Wenen ziek werd. De in Berlijn opgelopen vlektyfus leverde hem fatale gehoorschade op.

Hoe flitsend Beethoven ook was achter de toetsen als virtuoos en improvisator, toch was het lastig om in de Oostenrijkse hoofdstad een optreden voor elkaar te krijgen. De uitgaanswereld was gericht op opera en toneel. Als je een concert wilde geven moest je dat zelf regelen en bekostigen: je organiseerde dan een zogeheten Akademie. Mede door inmenging van de keizerin kon Beethoven in 1800 zijn eerste Akademie op poten zetten in het Burgtheater. De toegangskaartjes verkocht hij zelf, thuis. ‘Het is een onwezenlijke gedachte’, schrijft Beethovenbiograaf Jan Caeyers, ‘dat een van de grootste muzikanten aller tijden de dagen vóór zijn allerbelangrijkste concert heeft moeten doorbrengen met het incasseren van geld en het toewijzen van de plaatsen!’ 

Exacte kopie

Op deze Akademie had Beethoven muziek van Mozart en Haydn geprogrammeerd naast nieuw werk van hemzelf, waaronder het Eerste pianoconcert. ‘Beethovens pianoconcerten zijn allemaal even sterk’, stelt pianist Lucas Jussen, die ook te horen is tijdens Beethoven 2020. ‘Uit die werken spreekt een enorm zelfvertrouwen. En zo moet je deze muziek ook spelen. Je hebt er ontzag voor als musicus, maar dat zet je liefst opzij om zelfverzekerd op die pianokruk te kunnen gaan zitten; pas dan kun je Beethoven vol tot zijn recht laten komen.’

‘De contrastwerking in deze vijf monumentale concerten is fascinerend. Beethoven gaat van de hoogste hoogten naar de diepste diepten, en zo was hij zelf ook. Hij heeft niets bedacht om iets te bedenken; de muziek is een exacte kopie van hemzelf, en dat voel je als je de stukken speelt.’ Beethoven schreef wat hij wilde en waar hij zin in had, en vaak genoeg was er ook een deadline. Met deadlines was hij permanent in gevecht. Niet zelden mislukte een première omdat er te weinig repetitietijd was geweest, de musici speelden noten waarvan de inkt nog nat was.

‘Beethoven gaat van de hoogste hoogten naar de diepste diepten’

Niettemin kreeg Beethoven voet aan de grond als componist, na het succesvol verlopen eerste Akademie-concert. Het was ook het moment waarop het besef groeide dat het met zijn gehoor bergafwaarts ging. Beethoven trok zich een tijdje terug in Heiligenstadt, vlak bij Wenen, en schreef in het beroemd geworden Heiligenstädter Testament aan zijn broers over de angst en paniek die hem bevingen, de gedachte aan zelfmoord. Maar de muziek was z’n alles, die hield hem op de been.

Reuzenstappen

Een violist met wie Beethoven veel heeft samengewerkt is Ignaz Schuppanzigh. Beethoven leerde van hem alles over strijkinstrumenten en hoe die het beste in te zetten, en Schuppanzigh kon Beethovens muziek uitvoeren met zijn kwartet. Beethovens cyclus van drie strijkkwartetten opus 59, de zogeheten Razumovsky-kwartetten betekenden een ommekeer in kamermuziekland. Beethoven had ze geschreven voor professionals, Schuppanzighs kwartet, en hoefde op geen enkele manier rekening te houden met enig amateurniveau. In lengte, kleur en harmonie zet Beethoven reuzenstappen in dit drietal. Schuppanzigh klaagde wel over de moeilijkheidsgraad – Beethovens antwoord luidde: ‘Denk je werkelijk dat ik aan jouw ellendige viool denk wanneer ik getroffen ben door een bepaald gevoel?’

Nieuwe muzikale werelden

‘Beethoven zoekt harmonieën en nieuwe muzikale werelden’, zegt cellist Nicolas Altstaedt. Hij voert met Alexander Lonquich de Sonates voor piano en cello uit tijdens Beethoven 2020. ‘Als ik Beethoven speel ben ik altijd aan het graven naar het karakter van de harmonieën, de retorische taal aan het uitdiepen. Haydn heeft Beethoven met vorm, structuur en instrumentatie op weg geholpen. Beethoven zorgde voor een andere aankleding van het materiaal, gaf er een eigen karakter aan. Terwijl Haydn een wetenschapper in de muziek was, de architect van zijn muzikale taal, wordt bij Beethoven de muziek persoonlijk. Naar aanleiding van zijn muziek is er ook altijd discussie over wat men erin heeft gehoord, ieder vat de muziek op zijn eigen manier op.’

De piano van de toekomst

Altstaedt vervolgt: ‘Goethe omschreef Beethoven in een brief aan zijn vrouw zo: “Zusammengefasster, energischer, inniger habe ich noch keinen Künstler gesehen.” Al deze karakteristieken golden vanaf de eerste noot die Beethoven schreef. Een genie als hij kan je dingen laten zien die vertrouwd zijn voor je, je begrijpt ze, maar je zou ze zelf nooit kunnen verzinnen. Een genie verruimt je geest en biedt je nieuwe horizonten.’

Die horizonten ontdekte Beethoven deels achter zijn piano’s. Meervoud, want hij wisselde nogal eens van instrument. Beethoven speelde niet alleen óp de instrumenten, maar ook mét de instrumenten. Zijn ideale klaviertoon, zoals omschreven door biograaf Caeyers, moest aan de ene kant zangerig, gedragen en zelfs luid zijn, en tegelijkertijd gearticuleerd, flexibel en sensibel. Beethoven was altijd in discussie met bouwers, die hem instrumenten toestuurden en op zijn verzoek aanpasten.

‘De bestaande piano’s waren te klein voor Beethovens grote, vooruitstrevende geest’

‘Beethoven schreef voor de piano van de toekomst’, merkt Ronald Brautigam op. ‘Als pianist hield hij van het instrument, hij moet het fantastisch bespeeld hebben. Tegelijkertijd waren de bestaande instrumenten te klein voor zijn grote, vooruitstrevende geest. Je merkt dat aan bepaalde fragmenten in de sonates, hij heeft de esthetiek deels overboord gegooid. De bas en de discant liggen niet zelden erg ver uit elkaar, dat is niet bepaald de beste manier om zo’n instrument mooi te laten klinken. Het ging Beethoven dan ook alleen om de muziek.’

Toenemende doofheid

In een brief aan de bouwer Andreas Streicher scheef Beethoven:

Eergisteren ontving ik uw fortepiano. Het is een voortreffelijk instrument, en ieder ander mens zou proberen om het te behouden. Maar – en nu gaat u echt lachen – ik zou liegen als ik u niet zei dat het veel te goed voor mij is. Waarom? Omdat het mij de vrijheid ontneemt om zelf mijn toon te maken. Dat moet u er overigens niet van weerhouden om uw fortepiano’s op dezelfde manier te blijven bouwen. Niet iedereen is zo gek als ik.

Beethoven vereenzaamde door zijn toenemende doofheid. Gesprekken voerde hij met behulp van Konversationshefte – van de oorspronkelijke vierhonderd schriftjes zijn er zo’n honderdvijftig overgebleven, die een schat aan informatie opleveren. Toch verloor Beethoven niet in het minst de greep op wat hij componeerde – zo sterk was zijn innerlijk gehoor dat hij bij het lezen van zijn ontroerende Cavatina voor strijkkwartet in tranen uitbarstte. Maar het effect van zijn dynamische aanwijzingen kon hij niet meer controleren.

Beethoven vereenzaamde door zijn toenemende doofheid

De laatste drie jaar van zijn leven, hij was toen al lang volledig doof, concentreerde Beethoven zich op het strijkkwartet. Vijf kwartetten maken de cyclus van zestien stuks compleet. Ze laten een visionaire componist horen bij wie de musici steeds op de tenen moeten lopen om het allerbeste resultaat te behalen – net als Beethoven, die als een bezetene constant probeerde zichzelf te overtreffen.

Heel Wenen liep uit bij Beethovens begrafenis op 29 maart 1827. Een genie was heengegaan, na een leven vol menselijke strijd en goddelijke inspiratie.

Cartouche Beethoven © Hans Roggen


  • Vrijdag 2 oktober 2020


    • Beethoven 2020: Hagen Quartett

      Vrijdag 2 oktober 2020 19:00Grote Zaal

      Hagen Quartett
      Hagen Quartett
      Beethoven, Mozart
      Mozart Strijkkwartet in d, KV 421
      Beethoven Strijkkwartet in cis, op. 131
    • Beethoven 2020: Hagen Quartett

      Vrijdag 2 oktober 2020 21:15Grote Zaal

      Hagen Quartett
      Hagen Quartett
      Beethoven, Mozart
      Mozart Strijkkwartet in d, KV 421
      Beethoven Strijkkwartet in cis, op. 131
      Laatste kaarten!
      Bekijk concert
      Laatste kaarten!
      Bekijk concert

  • Woensdag 7 oktober 2020


    • Concertgebouworkest & Krystian Zimerman: Beethovens Pianoconcert nr. 2

      Woensdag 7 oktober 2020 19:00Grote Zaal

      Concertgebouworkest, Gustavo Gimeno (dirigent), Krystian Zimerman (piano)
      Concertgebouworkest, Gustavo Gimeno (dirigent), Krystian Zimerman (piano)
      Beethoven, Webern
      Webern Fünf Sätze, op. 5
      Beethoven Pianoconcert nr. 2 in Bes, op. 19
    • Concertgebouworkest & Krystian Zimerman: Beethovens Pianoconcert nr. 1

      Woensdag 7 oktober 2020 21:15Grote Zaal

      Concertgebouworkest, Gustavo Gimeno (dirigent), Krystian Zimerman (piano)
      Concertgebouworkest, Gustavo Gimeno (dirigent), Krystian Zimerman (piano)
      Beethoven, Webern
      Webern Fünf Sätze, op. 5
      Beethoven Pianoconcert nr. 1 in C, op. 15

  • Donderdag 8 oktober 2020


    • Concertgebouworkest & Krystian Zimerman: Beethovens Pianoconcert nr. 3

      Donderdag 8 oktober 2020 20:15Grote Zaal

      Concertgebouworkest, Gustavo Gimeno (dirigent), Krystian Zimerman (piano)
      Concertgebouworkest, Gustavo Gimeno (dirigent), Krystian Zimerman (piano)
      Beethoven, Richter
      Richter 2270 (In opdracht van het Concertgebouworkest)
      Beethoven Pianoconcert nr. 3 in c, op. 37
Wij raden u aan om uw concertkaarten te bestellen via een andere browser. Gebruik hiervoor Chrome, Firefox, Safari, Edge of Internet Explorer versie 10 of hoger.