Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Jpeg optimizer Boekpresentatie Terug 12 Milagro Elstak 2

De levens achter de namen van zeventien Joodse orkestleden

di 13 okt 2026 - 5 minuten leestijd - Tekst: Liesbeth Houtman - Foto: Milagro Elstak

Wie waren de zeventien Joodse musici die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit het Concertgebouworkest werden ontslagen? In zijn boek Terug! reconstrueert Willem de Haan hun levens. ‘Om mensen te kunnen herinneren, hebben we hun verhalen nodig’, zegt hij tijdens de presentatie in de Spiegelzaal van Het Concertgebouw.

Een plaquette in de omloop van de Grote Zaal herinnert sinds 2020 aan de zeventien Joodse musici die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog deel uitmaakten van het Concertgebouworkest. De levensgrote, gecalligrafeerde lettersculptuur verbeeldt een gebroken klimop, ‘een bloeiende plant waarvan de takken zijn stukgemaakt’, aldus kunstenaar René Knip. In het kunstwerk zijn de namen van de zeventien orkestleden vereeuwigd.

‘Door dat herdenkingsteken zijn de namen teruggebracht naar Het Concertgebouw’, zegt 
Willem de Haan. ‘Dat is mooi. Maar om mensen te kunnen herinneren, hebben we ook hun verhalen nodig. Wie waren zij, als mens en musicus? Hoe verliepen hun levens? Wat gebeurde er met hen na hun gedwongen ontslag uit het Concertgebouworkest?’

Een vraag zonder antwoord

De Haan is emeritus hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit. Muziek is zijn passie: hij is een fervent concertbezoeker, in zijn jonge jaren speelde hij viool. Dertien jaar geleden gaf hij ter gelegenheid van Dodenherdenking een lezing over een kamporkest van Joodse musici uit Lviv. Geen van hen overleefde de oorlog. ‘Iemand uit het publiek vroeg: “Hoe zit het eigenlijk met de Joodse musici uit het Concertgebouworkest?”’

Willem de Haan in gesprek met Margriet Vroomans tijdens de boekpresentatie op 9 oktober in de Spiegelzaal

Het antwoord op die vraag moest hij schuldig blijven, vertelt De Haan tijdens de presentatie in een vraaggesprek met Margriet Vroomans. Van sommige Joodse orkestleden waren wel enkele biografische gegevens bekend. ‘Maar een boek bestond vreemd genoeg nog niet, anders dan bijvoorbeeld over de Joodse musici van de Wiener en de Berliner Philharmoniker.’

De zoektocht van Willem de Haan

Het onderwerp liet hem daarna niet meer los. Drie jaar lang deed hij onderzoek. Hij dook de archieven in, raadpleegde bestaande literatuur en sprak met familieleden van zowel de musici als hun onderduikverleners. Het resulteerde in het boek Terug! Ontslagen Joodse musici uit het Concertgebouworkest, 1940-1945.

Het Alma Quartet speelt delen uit het Eerste strijkkwartet van Korngold

De presentatie op 9 oktober in de Spiegelzaal wordt muzikaal omlijst door het Alma Quartet. De vier strijkers van het Concertgebouworkest spelen delen uit het Eerste strijkkwartet van de Joodse componist Erich Wolfgang Korngold. Vlak voor aanvang worden nog gauw wat stoelen bijgezet: de belangstelling is groot. In het publiek bevinden zich opvallend veel nabestaanden.

Waarom zoveel musici overleefden

Van de zeventien Joodse musici overleefden veertien de oorlog. Een opvallend hoog percentage, constateerde De Haan. ‘Zes overleefden omdat ze op een lijst stonden van personen die door de Duitsers waren aangemerkt als Verdienstjuden. Dat waren mensen met grote maatschappelijke verdiensten, bestuurders maar ook kunstenaars, van wie de bezetter dacht dat zij op enig moment van nut konden zijn.’

Het misverstand rond Willem Mengelberg

Een van de hardnekkigste misverstanden die De Haan tijdens zijn onderzoek tegenkwam, betreft de rol van Willem Mengelberg. De gevierde chef-dirigent werd na de oorlog ontslagen vanwege zijn nazisympathieën. Volgens sommige bronnen zou Mengelberg persoonlijk bij Rijkscommissaris Seyss-Inquart hebben bemiddeld om de orkestleden op de beschermde lijst te krijgen. Dat beeld klopt niet, zegt De Haan. ‘Mengelberg had vooral het belang van het orkest voor ogen. Hij regelde dat het ontslag van sommige musici in 1941 werd uitgesteld omdat hij ze niet kon missen. Bovendien wist hij op dat moment nog niet wat de Joden in de jaren daarna te wachten stond.’ Het waren anderen die voor hen in de bres sprongen, zoals Gerrit Hendrik de Marez Oyens, plaatsvervangend bestuursvoorzitter van Het Concertgebouw. ‘Mengelberg had daar niets mee te maken.’

Acht orkestleden overleefden de oorlog door onder te duiken. Zij werden geholpen door mensen uit het verzet of, vaker nog, door hun leerlingen en vrienden.

Emeritus hoogleraar Willem de Haan deed drie jaar lang onderzoek naar de Joodse musici van het Concertgebouworkest

Terug in het orkest

‘Terug!’ werd geschreven op de archiefkaarten van gedeporteerde Joden die de kampen hadden overleefd. De zes Joodse musici namen na hun terugkeer hun plek in het orkest weer in, net als de acht collega’s die waren ondergedoken. Op 29 juli 1945 zaten ze bijna allemaal weer op het podium bij het eerste naoorlogse concert van het Concertgebouworkest.

Bijna allemaal kampten zij met slaapproblemen, hoge bloeddruk of tremoren, waardoor spelen vaak heel moeilijk werd

‘Dat uitroepteken suggereert blijdschap en opluchting’, aldus De Haan. ‘Maar dit is geen eind-goed-al-goed-verhaal. Een paar haalden bij het orkest hun pensioen of hadden op een andere manier een mooie carrière, zoals cellist Samuel Brill en violist Jo Hekster. Violist Sal Snijder keerde ernstig ziek terug uit het kamp; hij speelde slechts korte tijd weer mee. Anderen, zoals harpist Rosa Spier en violist Louis Pens, verlieten het orkest al snel. Bijna allemaal kampten zij met slaapproblemen, hoge bloeddruk of tremoren, waardoor spelen vaak heel moeilijk werd. Een enkeling belandde in een psychiatrische inrichting.’ Over hun oorlogstrauma’s werd volgens De Haan niet gesproken. ‘Zoals overal in Nederland heerste de mentaliteit: niet zeuren, we moeten vooruit.’

Herinneringen van een nieuwe generatie

In het tweede deel van zijn boek zoomt De Haan in op de persoonlijke levensverhalen van de zeventien musici. Een van hen is violist Siegfried de Boer, die net als enkele van zijn orkestcollega’s de oorlogsjaren doorbracht in Barneveld, Westerbork en Theresienstadt. Vanwege zijn zwakke gezondheid ging hij in 1961 op 54-jarige leeftijd met vervroegd pensioen. Zijn dochter Milly de Boer (1946) is speciaal voor de boekpresentatie uit Israël overgevlogen. ‘Heel emotioneel’, noemt zij de bijeenkomst. ‘Ik ben zeven jaar niet in Nederland geweest vanwege corona en de oorlog. Dit wilde ik niet missen: het is de laatste eer die ik mijn vader kan bewijzen.’ Eén herinnering aan de orkesttijd van haar vader schiet haar meteen te binnen. ‘Ik was tien en wilde dolgraag een keer een concert meemaken. Eigenlijk moest je twaalf zijn, maar mijn vader zei: “Ik neem je gewoon mee.”’ Het orkest speelde de Bolero van Ravel. Het maakte op haar een onvergetelijke indruk.

Milly de Boer bij het herdenkingsteken in de omloop van de Grote Zaal, kijkend naar de naam van haar vader, violist Siegfried de Boer

Dit wilde ik niet missen: het is de laatste eer die ik mijn vader kan bewijzen

Ook Aat Tromp (1935) is samen met een van zijn drie dochters uit Israël overgekomen. Hij is de zoon van violist Samuel Tromp, die net als Siegfried de Boer met zijn gezin verbleef in de kampen van Barneveld, Westerbork en Theresienstadt. Na veertig jaar ging hij in 1968 met pensioen. Een jaar later werd hij benoemd tot erelid van de Vereniging ‘Het Concertgebouworkest’. Hij overleed in 1987 op 85-jarige leeftijd.

Aat Tromp publiceerde zelf een boek over het tragische lot dat zijn familie in de oorlog trof en zijn herinneringen aan het kampverleden. ‘In mijn onderzoek ben ik professor De Haan regelmatig tegengekomen’, vertelt hij. ‘Ik ben telkens weer verbaasd over hoe actueel de Holocaust nog altijd is.’

Aat Tromp bij het herdenkingsteken in de omloop van de Grote Zaal, precies onder de naam van zijn vader, violist Samuel Tromp

Ik heb alle grote dirigenten uit die tijd meegemaakt: Bruno Walter, Pierre Monteux, noem maar op

Na de oorlog woonde het gezin Tromp in de Bronckhorststraat, vlak bij Het Concertgebouw. ‘Mijn vader had drie brillen: eentje voor veraf, eentje om te lezen en eentje voor de muziekstandaard. Die vergat hij regelmatig mee te nemen naar repetities. Dan vroeg hij mij om de bril te komen brengen.’ Herinneringen aan de concerten heeft hij te over. ‘Ik heb alle grote dirigenten uit die tijd meegemaakt: Bruno Walter, Pierre Monteux, noem maar op. In Het Concertgebouw kom ik nog zeer geregeld. Muziek heeft mijn grote interesse. Ik ben amateurviolist: mijn vader was mijn leraar.’

Dominik Winterling en Simon Reinink, algemeen directeur van respectievelijk het Concertgebouworkest en Het Concertgebouw, nemen het eerste exemplaar in ontvangst

Waarom dit boek moest verschijnen

Wat dreef De Haan in zijn onderzoek? ‘Het korte antwoord is: iemand moest dit doen. Maar om zo’n onderzoek vol te houden, heb je een persoonlijke drijfveer nodig. Die lag voor mij in de muziek. Ik heb een intense bewondering voor musici die op hoog professioneel niveau muziek maken. Er is in de oorlog zoveel talent vernietigd en beschadigd. Dat raakt mij diep. De gedachte dat deze mensen vergeten zouden worden, vind ik onverteerbaar.’

Er is in de oorlog zoveel talent vernietigd en beschadigd. Dat raakt mij diep

Volgens de Joodse overlevering sterft een mens drie keer: de eerste keer als zijn lichaam sterft, de tweede keer als hij wordt begraven en de derde keer als zijn naam voor het laatst wordt uitgesproken. Met dit boek heeft De Haan de levens van zeventien Joodse musici aan de vergetelheid ontrukt.

Terug! Ontslagen Joodse musici uit het Concertgebouworkest, 1940-1945 is voor € 24 verkrijgbaar in de (online) boekhandel of via Uitgeverij Verloren.
 

Onderdeel van

De namen van de zeventien Joodse musici uit het Concertgebouworkest:


Siegfried (Sieg) Jacques de Boer, tweede viool
Samuel Brill, cello (aanvoerder)
Simon Furth, tweede viool
Simon Gomperts, contrabas
Emanuel Haagman, trombone
Joël (Jo) Hekster, eerste viool
Joseph (Joop) Koen, tweede viool
Benjamin (Ben) Meijer, eerste viool
Jacques (Jacq) Muller, altviool
Louis (Lou) Pens, tweede viool
Lion (Léon) Rudelsheim, eerste viool
Louis Salomons, fagot
Joseph (Jo) Sloghem, trompet
Salomon Hartog (Sal) Snijder, tweede viool
Rozalie (Rosa) Spier, harp (aanvoerder)
Samuel (Sam) Tromp, tweede viool
Zoltán Székely, viool (concertmeester)

Bekijk ook eens