Achter de schermen — 14 september 2020 · 3 minuten leestijd

Kunst in het gebouw: Beethoven en de muzen - een raadselachtige buste

· tekst Liesbeth Houtman , foto Hans Roggen

Dit Beethovenjaar is het precies tachtig jaar geleden dan Het Concertgebouw een bijzondere buste kreeg: ‘Beethoven die wordt ingefluisterd door de muzen’. Links is een mannelijke figuur te zien, rechts een vrouwelijke. Het beeldhouwwerk hangt tegenwoordig boven aan de trap naar het balkon van de Kleine Zaal. Waar komt het vandaan?

Kunst in het gebouw: Beethoven en de muzen - een raadselachtige buste

Deel dit artikel

De Beethovenbuste was een cadeau van Willem Dreesmann, bestuursvoorzitter van Vroom & Dreesmann en de oudste zoon van Anton Dreesmann, oprichter van de warenhuisketen. De overhandiging vond plaats als afsluiting van een feestelijke bijeenkomst op 13 maart 1940 in de Julianafoyer. Een verlaat feestje weliswaar, want de aanleiding was het vijftigjarig bestaan van Het Concertgebouw in 1938. Ter ere daarvan had de kunstenaar Gerard Hordijk in de Julianafoyer een reeks wandschilderingen aangebracht. De schilderingen, die sinds de laatste renovatie zijn verborgen achter een voorzetwand, waren een geschenk van de gemeente Amsterdam aan het jubilerende Concertgebouw.

Dit Beethovenjaar is het precies tachtig jaar geleden dat Het Concertgebouw de Beethovenbuste in bezit kreeg

Aanwezig bij de onthulling waren onder meer Concertgebouwdirecteur Rudolf Mengelberg, de dirigenten Willem Mengelberg en Eduard van Beinum, de voorzitter van de Vriendenvereniging, een aantal vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam en uiteraard Hordijk zelf. Diverse kranten deden verslag. De ‘Amsterdamsche correspondent’ van Dagblad de Gooi- en Eemlander was enthousiast: ‘De grondidee voor de voorstellingen is de tegenstelling tusschen de Apolllinische en Dionysische cultuur, die door alle tijden heen de twee polen hebben gevormd van de muziek, en de samenvatting hiervan in de tragedie: de muzen met het paard Pegasus. Op gemakkelijk aansprekende wijze heeft Hordijk deze idee uitgewerkt in een reeks frissche schilderingen, waarnaar het prettig is te kijken.’

En bij wijze van voetnoot: ‘Tenslotte werd op dezen middag in dankbaarheid aanvaard een geschenk van den heer W.J.R. Dreesmann, bestaande uit een borstbeeld van Ludwig von Beethoven. Dit fraaie uit marmer gehouwen beeld dat de Duitsche beeldhouwer König von [sic] den Hertog van Altenburg maakte, is opgesteld in den foyer, gelegen naast den Juliana-foyer. Het is een forsch en imponeerend stuk werk, dat op deze plaats uitstekend tot zijn recht komt.’

‘Tenslotte werd op dezen middag in dankbaarheid aanvaard een geschenk van den heer W.J.R. Dreesmann’

Had Dreesmann de Beethovenbuste eigenhandig gekocht van een hertog van Altenburg? Het zou zomaar kunnen. De zakenman was een groot liefhebber van kunst en muziek. In zijn huis aan de Johannes Vermeerstraat, schuin tegenover Het Concertgebouw, legde hij een indrukwekkende collectie kunst en antiek aan. Het lijkt er bovendien op dat Dreesmann met zijn geschenk wilde aansluiten bij de schilderingen van Hordijk. De grootste daarvan stelt Pegasus voor met de muzen, net zoals de uit marmer gehouwen Beethoven wordt geflankeerd door twee muzen.

Wie was ‘de Duitsche beeldhouwer König’?

Raadselachtiger is de maker van het borstbeeld. Want wie was ‘de Duitsche beeldhouwer König’? Diverse kunstencyclopedieën vermelden een König met de voornaam William, geboren in 1886. Maar ook een Albert William König komt voor, uit hetzelfde geboortejaar. Die laatste wordt circa 1933 omschreven als een beeldhouwer die ‘noch bekend, noch belangrijk’ was en een ‘grafmonument voor een zelfmoordenaar in Monte Carlo’ had vervaardigd. Gaat het om dezelfde kunstenaar? Je zou het bijna denken. William en Albert William deelden niet alleen hun geboortejaar, maar woonden ook allebei in Leipzig, niet zo gek ver van Altenburg vandaan overigens. De adresboeken van Leipzig van de jaren 1920-1926 vermelden inderdaad een William König die (kunst)beeldhouwer was. Om de verwarring nog groter te maken: in diezelfde jaren woonde in Leipzig ook een Wilhelm König. Zijn beroep: beeld- en steenhouwer.

Aanvankelijk stond de Beethovenbuste in de ‘grote foyer’, ook wel de ‘ronde koffiekamer’ geheten, de tegenwoordige Spiegelzaal. ‘Een goede en waardige plaats’, aldus de Maasbode in maart 1940, ‘waar het ongetwijfeld de bewondering zal opwekken van de bezoekers van het Concertgebouw’. Het imposante beeldhouwwerk verhuisde later naar de Dirigentenfoyer, en na de renovatie van 1988 naar de Kleine Zaal. Toen in 2004 de trap naar het balkon werd verlegd kreeg de buste zijn huidige plaats. Daar, boven aan die trap, verwelkomt de beroemde componist de bezoekers van de balkonplaatsen in de Kleine Zaal. Weliswaar met gesloten ogen; alsof hij in zijn slaap zijn meesterlijke ideeën krijgt ingefluisterd.

 

Met dank aan

Onze documentatie over de herkomst van de Beethovenbuste is summier. In 2015 plaatsten wij daarom in Het Concertgebouw Magazine een oproep: wie kan ons er meer over vertellen? Dit artikel is mede gebaseerd op de informatie die twee lezers ons aanreikten: mevrouw drs. E.A. Kallenborn en Ronald Hamelink. Daarvoor zijn wij hun uiteraard zeer dankbaar.

Lees meer over het Beethoven Festival Online

Wij raden u aan om uw concertkaarten te bestellen via een andere browser. Gebruik hiervoor Chrome, Firefox, Safari, Edge of Internet Explorer versie 10 of hoger.