Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Rebeca Omordia 2 Silas Eziehi

Rebeca Omordia: African Pianism

di 7 apr 2026 - 3 minuten leestijd - Tekst: Jacqueline Oskamp - Foto: Silas Eziehi

Na jaren van weerstand oogst Rebeca Omordia inmiddels over de hele wereld succes met pianomuziek van onder meer Afrikaanse componisten. Ze debuteert in Het Concertgebouw. ‘African Pianism is een mengsel van erfgoed en innovatie.’ 

Hoe kwam je op het idee om je in de Afrikaanse muziek te verdiepen?

‘Ik ben in Roemenië opgeleid in de westerse klassieke traditie, maar omdat mijn vader uit Nigeria kwam, was ik nieuwsgierig of er in Afrika ook interessante componisten waren. Allereerst ontdekte ik de muziek van Ayo Bankole, de grondlegger van de Nigeriaanse pianoschool. Die muziek voelde vertrouwd, omdat hij behoorde tot de Yoruba, een etnische groep die verwant is aan de Ibo, de achtergrond van mijn vader. Het is sterk ritmisch gedreven muziek, voor mij als pianist fascinerend om te verkennen. Zo begon mijn research.’

‘In 2012 werd ik voor het eerst uitgenodigd op te treden op een Afrikaans muziekfestival, dat door de Nigeriaanse componist Fred Onovwerosuoke werd geprogrammeerd. Hij hielp mij de energie van de ritmes te doorgronden en geleidelijk kreeg ik inzicht in wat we in Afrika “geheugen” noemen. Beter gezegd: collectief geheugen. Wat op de achtergrond altijd mijn cultuur was, werd nu manifest. Mijn artistieke identiteit begon zich te ontwikkelen.’

Wat versta je onder African Pianism?

‘Het is een genre dat in de twintigste eeuw is ontwikkeld door componisten binnen de West-Afrikaanse kunstmuziek in Nigeria en Ghana. Het is geen imitatie van westerse muziek, maar een herinterpretatie op de piano van Afrikaanse traditionele muziek. Deze componisten proberen het muzikale weefsel, het timbre en de complexe ritmes te vertalen naar de westerse pianotechniek. Het is dus een mengsel van erfgoed en innovatie.’

‘De koloniale mogendheden hebben in het verleden het orgel en vervolgens de piano in Afrika geïntroduceerd. Afrikaanse componisten gingen studeren in Europa, maar eenmaal terug wilden ze hun Afrikaanse identiteit terugvinden. Binnen een groter historisch-politiek perspectief probeerden ze via muziek de koloniale cultuur af te schudden en zich de nationale traditie weer toe te eigenen. Aanvankelijk verwerkten ze traditionele melodieën en ritmes in westerse hymnes. De volgende generatie ontwikkelde deze stijl verder en integreerde ook authentieke traditionele instrumenten.’

Hoe zit het met de rest van Afrika?

‘Afrika is een groot continent met veel verschillende culturen. Alleen al Nigeria kent driehonderd etnische groepen, elk met een eigen taal, cultuur en muziek. In Noord-Afrika tref je weer een compleet andere traditie: de Arabische wereld met zijn eigen melodieën en ritmes – de maqams die de muziek een authentieke kleur geven. Mijn zoektocht besloeg het hele continent en eindigde in Zuid-Afrika. Dat leverde een heel divers repertoire op.’

Hoe werd African Pianism in Europa ontvangen?

‘In het begin verliep het moeizaam. Het was een frustrerend proces. In Londen, waar ik nu twintig jaar woon, wilden concertorganisatoren niet dat ik deze stukken in een recital opnam. Ze beschouwden het als “wereldmuziek” en dat paste niet op een klassiek podium. Maar ik ben van jongs af aan een doorzetter geweest. Als ik “nee” te horen kreeg, zei ik “ja”.’

‘Zo ben ik ook begonnen met pianospelen. Mijn Nigeriaanse vader beschouwde muziek maken niet als een serieus beroep, maar toen hij zag dat ik hard studeerde – het muzieksysteem in Roemenië is heel competitief – en al jong deelnam aan concoursen, steunden mijn ouders me volledig. Ook mijn avontuur met African Pianism slaagde omdat ik bleef volhouden. Eerst speelde ik stukjes als toegift. Toen het publiek enthousiast reageerde, mocht ik een enkel stuk aan het eind van het programma zetten.’

‘Tegelijkertijd heb ik contact gezocht met de Nigeriaanse ambassade. Die nodigde mij uit om te spelen bij diplomatieke bijeenkomsten, waar mensen uit de Afrikaanse diaspora te gast waren. Zo ontwikkelde zich een nieuw publiek.’

Wanneer brak je door? 

‘In 2017 had ik onverwacht een opnamestudio tot mijn beschikking. Ik nam toen een cd op die een groot succes werd. Er verschenen recensies en ik kreeg uitnodigingen voor interviews en concerten. Dat was mijn kans om de African Concert Series te lanceren. Er is zoveel repertoire, ook met verrassende combinaties van westerse en Afrikaanse instrumenten. De eerste serie, in februari 2019 in de October Gallery in Londen, was erg spannend. Ik herinner me dat ik voor het concert in een soort keukentje zat en dacht: straks loop ik het podium op en is er niemand. Maar de zaal zat bomvol, de helft van het publiek was van Afrikaanse komaf. Sinds een paar jaar presenteer ik een serie in Wigmore Hall.’

Met pianostudenten van het Conservatorium van Amsterdam bereidde je een lunchconcert voor. Hoe reageerden zij?

‘Ik ben onder de indruk van hoe open en betrokken ze zijn. Ik bespeur een echte nieuwsgierigheid naar het repertoire. Deels gaat het om techniek, bijvoorbeeld hoe je de vitaliteit van de ritmes op de piano kunt weergeven, en deels om de betekenis van de stukken. Sommige muziek wordt bij ceremonies gespeeld, andere muziek heeft een politieke achtergrond. De Algerijnse miniatuur nr. 3 van Salim Dada bijvoorbeeld gaat over de Algerijnse genocide. Die kennis geeft een andere diepte aan de muziek. Het is mooi om te zien hoe de studenten een stem willen geven aan deze componisten.’
 

Onderdeel van

Bekijk ook eens