


Stenen monumenten slijten en vergaan, maar muziek is onverwoestbaar en verbindt ons blijvend met de geschiedenis. Zo betuigt de Amerikaanse cultuurhistoricus Jeremy Eichler in zijn bekroonde boek Time’s Echo (in het Nederlands uitgebracht als Echo van de tijd).
Het boek vormt de inspiratie voor een vijftal concerten in seizoen 2026-2027 onder de noemer Reflecties op Europa. Door de eeuwen heen reageerden componisten op oorlogen, revoluties en maatschappelijke omwentelingen. Muziek als levend monument: wat leren die composities ons over het verleden en over de grote vraagstukken van onze tijd?
Reflecties op Europa begint op 14 september met de Negende symfonie (1908-09) van Gustav Mahler. De componist voltooide haar in een tijd waarin Europa verscheurd werd tussen vooruitgangsoptimisme en ondergangsstemming; de Negende, geschreven aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog en het einde van het Habsburgse keizerrijk, wordt wel gezien als een testament van een verdwijnende wereld. Mahlers Negende symfonie als artistieke weerspiegeling van de grotere Europese crisis: het wankelen van oude zekerheden, het verval van burgerlijke waarden en het aanbreken van een modern tijdperk vol onzekerheden.

In muziektechnisch opzicht wijst Mahlers laatste voltooide symfonie vooruit naar de toekomst, Mahler-expert Theodor Adorno had het zelfs over ‘het eerste moderne werk in de twintigste eeuw’. In de ogenschijnlijke uitgelatenheid van het derde deel hoorde hij een muziek ‘die over ’s werelds loop wil lachen, terwijl het lachen erover haar ondertussen vergaat’.
Het Mahler Academy Orchestra brengt musici van verschillende generaties uit de hele Europese gemeenschap samen voor een uitvoering op tijdeigen instrumenten. Dirigent Philipp von Steinacker en cellist Johan van Iersel vertelden uitgebreid over het orkest en zijn werkwijze.
Lees het interview met Philipp von Steinacker en Johan van Iersel
In het tweede concert van Reflecties op Europa treedt auteur Jeremy Eichler zelf op als spreker. In de Kleine Zaal maakt hij het verleden hoorbaar en voelbaar met het Alma Quartet. De strijkers spelen werken van Havrylets, Reich en Weinberg. Stuk voor stuk werken die ons herinneren aan oorlog en dictatuur, en de slachtoffers die zij maakten.
Zo gaat in Steve Reichs Different Trains het strijkkwartet een boeiende wisselwerking aan met opgenomen getuigenissen van Holocaust-overlevenden. Van de Oekraïense componist Hanna Havrylets, die twee dagen na de Russische invasie in 2022 overleed, klinkt het ontroerende Reminiscences. Mieczysław Weinbergs verbluffende Zesde strijkkwartet uit 1946 werd onder Stalins schrikbewind verboden voordat er een noot van geklonken had. Pas in 2007, elf jaar na Weinbergs dood, beleefde het werk zijn première.
Het derde concert van Reflecties op Europa wordt ingeleid door Jeremy Eichler. Op het programma staan twee werken die een hoofdrol spelen in zijn boek Time's Echo. De gruwelen van de Holocaust drongen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks door tot degenen die er niet direct bij betrokken waren. Arnold Schönbergs A Survivor from Warsaw (1947), een rauw en indringend verslag van het getto van Warschau, werd in Europa dan ook aanvankelijk gemeden: het onderwerp was te confronterend en Schönberg kreeg het verwijt het lijden te esthetiseren. De bezwaren verzwakten met het verstrijken van de tijd.
Ook in de Sovjet-Unie klonken de verschrikkingen van de Holocaust door in de muziek. Dmitri Sjostakovitsj baseerde zijn Dertiende symfonie op een gedicht van Jevgeni Jevtoesjenko, dat de massamoord in het ravijn Babi Jar herdenkt. Er vielen naar schatting zo’n honderdduizend slachtoffers, waaronder Joden, Roma en Sovjet-gevangenen, die in massagraven werden begraven.
Een programma dat betekenisvolle vragen opwerpt: welke rol speelt kunst bij de confrontatie met het verleden? Is de geësthetiseerde vorm van Schönbergs en Sjostakovitsj’ muziek een instrument om ons doordrongen te laten raken van de gruwelen van de Europese geschiedenis?
De laatste twee programma's van Reflecties op Europa laten horen hoe de Europese geschiedenis weerklinkt in de symfonieën van Ludwig van Beethoven. Zijn Derde symfonie, ‘Eroica’ luidde rond 1800 een tijdperk van verandering in. De componist droomde van een nieuwe wereldorde waarin de vrije geest van de autonome kunstenaar tot bloei kon komen, geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Tweehonderd jaar na zijn overlijden is Beethovens oproep tot verbroedering tussen alle mensen nog even actueel als in zijn tijd. In zijn Negende symfonie resoneert de Verlichting. Wat betekenen de waarden van rede, kennis, wetenschap, mensenrechten en gelijkheid in onze tijd? En waarom staan juist deze principes onder druk van autoritaire krachten?
Schillers ode An die Freude en Beethovens Negende symfonie vormen een universeel verbond van vreugde en hoop. Het begon als een verklaring van vriendschap, in de turbulente achttiende eeuw geschreven door de idealistische dichter Schiller. Ludwig van Beethoven, jarenlang gefascineerd door de tekst, verwerkte die decennia later in zijn laatste symfonie. Het resultaat sloeg aan en werd vervolgens op alle mogelijke manieren gebruikt – en misbruikt – in politiek, sport en kunst. Preludium beschreef de reis van ‘Alle Menschen werden Brüder’ vanaf zijn oorsprong als gedicht in woelige tijden tot zijn huidige hoedanigheid als volkslied, ringtone en ‘Daiku’.