


Met de oren van Mahler
Philipp von Steinaecker dirigeert het Mahler Academy Orchestra in de Negende symfonie
do 9 jul 2026 - 6 minuten leestijd - Tekst: Liesbeth Houtman - Foto: Marco Caselli
Hoe klinkt Mahler op instrumenten uit zijn tijd? Na hun overrompelende uitvoering van de Vijfde symfonie keert het Mahler Academy Orchestra terug naar Het Concertgebouw met Mahlers Negende. Dirigent Philipp von Steinaecker: ‘Je begrijpt ineens waarom Mahler zulke extreme registers voorschreef.’
‘Het voelde alsof Gustav Mahler himself weer even terug was’, schreef Trouw na het concert van het Mahler Academy Orchestra in Het Concertgebouw in september 2024. Een groter compliment kun je Philipp von Steinaecker niet maken. Dankzij Claudio Abbado werd hij als veertienjarige gegrepen door Mahler, John Eliot Gardiner wekte later zijn interesse voor de authentieke uitvoeringsprakijk. Maar Mahler op historische instrumenten, hoe zit dat?
‘Het gevoel van de eerste keer is spannend’, zegt Von Steinaecker, terugblikkend op 2022. In dat jaar leidde hij het Mahler Academy Orchestra in de Negende symfonie, waarvan ook een cd-opname verscheen. Niet eerder werd een symfonie van Mahler uitgevoerd op instrumenten zoals de componist die zelf tot zijn beschikking had toen hij de Wiener Philharmoniker dirigeerde. Het leverde Von Steinaecker tal van inzichten op over hoe Mahler óók kan klinken.

Philipp von Steinaecker is dirigent van het Mahler Academy Orchestra © Annemone Take
Bij de oude koperblaasinstrumenten ligt de focus veel meer op kleur dan op volume
Allereerst is er het transparante klankbeeld, vertelt hij. Maar er zijn meer opvallendheden. ‘Door het gebruik van historische instrumenten komt het individuele karakter van de houtblazers sterk naar voren. Zodra ze samenspelen, mengen ze echter wonderwel. Je begrijpt dan ineens waarom Mahler zulke extreme registers voorschreef als hij een houtblazer wilde uitlichten. Een ander voorbeeld: de balans. Bij moderne orkesten klinkt het koper al snel te luid vergeleken met de houtblazers en strijkers. Bij de oude koperblaasinstrumenten ligt de focus veel meer op kleur dan op volume; daar heb je dat probleem dus niet.’
Klankideaal
Von Steinaecker, van huis uit cellist, was assistent-dirigent van Claudio Abbado, die in 1999 de Mahler Academy in Bolzano oprichtte. Jonge, begaafde musici uit heel Europa volgen er lessen en masterclasses van vooraanstaande docenten, en verdiepen zich in de kamermuziek. Vast onderdeel van het tweejarige programma is het spelen op oude Weense instrumenten. Zo ontstond het idee van het Originalklang-Project. In het Mahler Academy Orchestra spelen academisten samen met professionele musici, afkomstig uit de beste Europese orkesten. Hun doel: met oude instrumenten en op basis van wetenschappelijk onderzoek zo dicht mogelijk het klankideaal benaderen dat Mahler voor ogen stond.
Eyeopener
Een van die professionele musici is Johan van Iersel, plaatsvervangend solocellist van het Concertgebouworkest. Ook bij de eerdere edities speelde hij mee. Een eyeopener van jewelste, noemt hij het Originalklang-Project. ‘Het Concertgebouworkest heeft een enorme naam op het gebied van Mahler, een traditie die begon bij dirigent Willem Mengelberg. Wíj weten wel hoe Mahler gespeeld moet worden. Maar je kunt je afvragen: waarop is die traditie gebaseerd? Iedere dirigent voegt er weer zijn persoonlijke interpretatie aan toe. Onze manier van Mahler spelen staat zo ver af van hoe het toen heeft geklonken.’
Onze manier van Mahler spelen staat zo ver af van hoe het toen heeft geklonken
Muziekinstrumenten veranderen geleidelijk, vertelt Von Steinaecker. ‘Dat merk je niet na tien jaar, en misschien ook niet na twintig jaar, maar na honderdtwintig jaar is het verschil wezenlijk. Mahler was een zeer ervaren dirigent en een geweldige orkestrator, hij noteerde in zijn partituren precies wat hij wilde. Maar hoe was dan die klank? De blazers gebruikten in die tijd geen vibrato, de strijkers slechts spaarzaam. Dat levert een slankere toon op waardoor dat transparante klankbeeld ontstaat. Men had andere manieren om emotie in de muziek te leggen. Denk aan portamento, een strijkerstechniek waarbij je hoorbaar van de ene naar de andere toon glijdt. Maar ook ging men veel flexibeler om met het tempo.’
Herinterpretatie
In de Negende symfonie is het meteen raak. In de openingsmaten roetsjen de violisten neerwaarts het eerste thema in met een stevig portamento. Volgens Von Steinaecker is het tijd voor een herinterpretatie van Mahlers laatst voltooide symfonie. ‘Toen de Negende in 1912, een jaar na Mahlers dood, in première ging, beschouwde de muziekwereld het werk als zijn testament. Maar tijdens het componeren ervan, in de zomer van 1909, was hij helemaal niet ziek, en dacht hij ook niet na over een naderende dood. Het is veelzeggend dat Mahler in een brief zijn Negende omschreef als een vervolg, of een terugblik, op zijn opgewekte Vierde symfonie.’
Oude instrumenten
In de tijd dat Mahler dirigent was van de Weense Hofopera, tussen 1897 en 1907, vernieuwde hij alle houten en koperen blaasinstrumenten. Von Steinaecker: ‘De hele correspondentie daarover is bewaard gebleven in de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen. Zo weten we precies wat hij aanschafte. Overal en nergens hebben we die instrumenten vandaan gehaald. Bij grote veilinghuizen als Dorotheum in Wenen, platforms als eBay en Willhaben, Oostenrijkse muziekkorpsen die nog instrumenten hadden liggen, verzamelaars, antiquariaten en erfgenamen van oud-musici van de Wiener Philharmoniker.’ Bijna het hele instrumentarium hebben ze kunnen vinden, zegt Von Steinaecker. ‘Behalve de klarinetten; daarvan hebben we kopieën laten maken.’

Gustav Mahler in Wenen, 1904 © Bildarchiv der Österreichische Nationalbibliothek
How to Mahler
De strijkers spelen met darmsnaren. Voor Van Iersel een heel nieuwe ervaring. ‘Mijn zeventiende-eeuwse Ruggiero-cello klonk enorm goed met die darmsnaren. De druk is veel lager dan wanneer je stalen of kunststof snaren gebruikt, waardoor het instrument meer resonantie heeft. In het begin ontstemmen die darmsnaren vreselijk. Het duurt wel een week voordat dat een beetje op orde is. En bij het minste of geringste springen ze. Dat moet in Mahlers tijd ook zo zijn geweest, dat kan niet anders. Bij concerten steek ik reservesnaren in mijn binnenzak, en hoop ik maar dat het goed gaat.’

Cellist Johan van Iersel speelt voor de derde keer mee in het Mahler Academy Orchestra © Mladen Pikulic
Elk orkestlid ontvangt van Von Steinaecker een pdf: How to Mahler. Van Iersel: ‘Daarin staan voorbeelden van speelmanieren, met geluidsfragmenten. Bijvoorbeeld van de concertmeester van de Wiener Philharmoniker in Mahlers tijd, Arnold Rosé, destijds een beroemdheid van wie vrij veel opnames bekend zijn. Hij speelt veel vrijer dan wij nu gewend zijn. Dat hoor je trouwens ook als je naar de pianorollen luistert waarop Mahler delen uit zijn symfonieën inspeelde. Die vrijheid probeert Philipp op het orkest over te dragen.’
Leerschool
Von Steinaecker: ’Er zijn critici die zeggen: Mahler had vast gekozen voor ons moderne instrumentarium, hij wilde immers de allernieuwste instrumenten. Die gedachtegang snap ik. Helaas kunnen we het hem niet meer vragen. Wat we weten, is dat Mahler, als hij muziek van oudere componisten dirigeerde, de orkestratie aanpaste aan de instrumenten van zijn tijd. Hij verwachtte dat toekomstige generaties dat ook met zijn werken zouden doen. We kunnen er dus van uitgaan dat hij ándere muziek had gecomponeerd voor onze huidige instrumenten. Ik zie het Originalklang-Project dan ook als een leerschool: de kennis die wij opdoen, nemen we mee naar de moderne orkesten.’
Drei Zinnen
In september vindt het Originalklang-Project voor de derde keer plaats. Net als twee jaar geleden gaat het Mahler Academy Orchestra op tournee: behalve in Amsterdam spelen de musici de Negende symfonie ook in onder andere Wenen, Hamburg, Londen en Milaan. Voor de repetities verzamelen zij zich in Toblach, aan de voet van de Dolomieten. Daar, te midden van grazende koeien en groene alpenweiden, met grandioos uitzicht op de Drei Zinnen, componeerde Mahler zijn drie laatste symfonische werken, waaronder de Negende. Von Steinaecker noemt het de ‘genius loci’: dichter bij de componist en zijn muziek kun je niet komen.



Mahlers componeerhuisje bij Toblach. Hier componeerde hij zijn Negende symfonie © Eduardus Lee
Vast ritueel: een wandeltocht met alle orkestleden naar het houten componeerhuisje van Mahler, net buiten het dorp. ‘Het lijkt wel een bedevaart’, zegt Van Iersel. De repetities van de Negende symfonie in 2022 herinnert hij zich nog goed. ‘We repeteerden soms wel acht uur op een dag, en dat dagen achter elkaar, puur om aan de stijl, de klank te wennen, en natuurlijk aan de instrumenten en de darmsnaren. Je wordt volledig uit je comfortzone gehaald. In het begin klonk het heel krakkemikkig. Ik weet nog dat ik dacht: jezus, waar ben ik nu toch terechtgekomen? Maar elke dag gingen we weer een paar stappen vooruit, het werd steeds overtuigender. Ik weet niet of je de cd met de Negende hebt beluisterd, maar die is echt fantástisch!’
Een maand later speelde Van Iersel de Negende in Amsterdam met Daniel Harding. ‘Ik heb toen zó moeten wennen om Mahler weer op de “normale” manier te spelen, terwijl ik dat al bijna dertig jaar doe. Dat vond ik een grappige constatering: met zo’n nieuw klankbeeld ben je dus al snel vertrouwd.’
In het begin klonk het heel krakkemikkig. Ik weet nog dat ik dacht: jezus, waar ben ik nu toch terechtgekomen?
Amsterdam
Mahler had een bijzondere band met Amsterdam. Drie keer dirigeerde hij er zijn symfonieën. Von Steinaecker: ‘Het Concertgebouw is, naast de Musikverein in Wenen, de zaal waarvoor Mahler zijn symfonieën componeerde. Die gedachte fascineert mij. Amsterdam was de enige stad waar het orkest en het publiek hem in de armen sloten en zijn muziek begrepen. Met dank aan Willem Mengelberg, die zich met hart en ziel voor hem inzette.’

Gustav Mahler (op stoel) in Het Concertgebouw met rechts van hem Willem Mengelberg, 1909 © W.A. van Leer / Nederlands Muziek Instituut
‘Zijn Negende heeft Mahler zelf niet meer mogen horen. Juist die symfonie nu te dirigeren met het instrumentarium uit Mahlers tijd, in de akoestiek die hem zo vertrouwd was: ik kijk er enorm naar uit.’ Voor even zal Gustav Mahler weer terug zijn in Het Concertgebouw.





