


De Eerste symfonie van Florence Price: vergeten meesterwerk
di 19 mei 2026 - 2 minuten leestijd - Tekst: Het Concertgebouw
De Eerste symfonie van Florence Price staat tegenwoordig weer geregeld op de concertprogramma’s. Decennialang keek niemand ernaar om. Hoe anders was de ontvangst van dit kleurrijke meesterwerk in 1933.
In 2009 kocht een Amerikaans echtpaar een vervallen huis nabij St. Anne in de staat Illinois. Dat huis, ‘Riverwood’ genaamd, was ooit het zomerverblijf van Florence Price. De kamers stonden vol achtergelaten spullen. Tussen stapels papieren en andere bezittingen stuitten de nieuwe bewoners op dozen met manuscripten van tientallen verloren gewaande werken van Price. De vondst geldt nog altijd als een van de spectaculairste herontdekkingen in de Amerikaanse muziekgeschiedenis.
Stormachtige entree
Price had ooit haar stormachtige entree gemaakt in de Amerikaanse muziekwereld, maar na haar dood in 1955 raakte zij in vergetelheid. De ontdekking in 2009 bracht de belangstelling voor haar muziek opnieuw op gang – óók voor werken die elders in archieven lagen te versloffen, zoals haar Eerste symfonie.
Het werk laat horen wat de muziekwereld decennialang heeft moeten missen. Price schreef de symfonie in 1932, in een periode waarin ze in Chicago als componist haar bestaan probeerde op te bouwen. Dat was op zichzelf al uitzonderlijk: de Amerikaanse muziekwereld bood destijds nauwelijks ruimte aan vrouwen, laat staan aan een zwarte vrouwelijke componist.
Historische doorbraak
Toch won Price in 1933 met haar Eerste symfonie de Wanamaker Prize, waarna het Chicago Symphony Orchestra het werk onder leiding van Frederick Stock uitvoerde tijdens de Wereldtentoonstelling. Daarmee was zij de eerste Afro-Amerikaanse vrouw van wie een symfonie door een groot Amerikaans orkest werd gespeeld. Onder de prominenten in het publiek bevond zich George Gershwin. De kranten waren lyrisch; vooral Afro-Amerikaanse recensenten spraken van een historische doorbraak.

Concertprogramma van het Chicago Symphony Orchestra, met de première van de Eerste symfonie van Florence Price
De openingsmaten van Prices Eerste symfonie roepen onmiddellijk Antonín Dvořák in herinnering. Niet verwonderlijk: de Tsjechische componist had in 1893 met zijn Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’ de eerste aanzet gegeven tot de integratie van Afro-Amerikaanse muziek in de westerse klassieke traditie. Tien jaar later begon Price haar muziekstudie aan het New England Conservatory in Boston, waar ze Dvořáks werk grondig bestudeerde. Net als Dvořák koos zij in haar Eerste symfonie voor de toonsoort e-klein.
Nooit eerder gehoorde klanken en ritmes
De manier waarop Price het symfonische idioom verrijkte met nooit eerder gehoorde klanken en ritmes, getuigt echter van haar volstrekt originele geest. Zo klinkt in sommige melodieën de sfeer van spirituals door, terwijl de ritmes veelal zijn geënt op de dans. In het derde deel gebruikte Price de juba, een Afro-Amerikaanse dansvorm, vol felle accenten en syncopen. Aan de traditionele orkestbezetting voegde ze enkele opvallende instrumenten toe: Afrikaanse trommels en een schuiffluit (een glissandofluit, ofwel slide whistle).
Hoe zou de Amerikaanse muziekgeschiedenis eruit hebben gezien als Prices Eerste symfonie niet decennialang uit beeld was geraakt? Had dit werk de deuren kunnen openen naar een werkelijk Amerikaanse symfonische traditie? Aaron Copland en Samuel Barber gelden vaak als de componisten die als eersten een uitgesproken Amerikaans geluid aan de Europese symfonische traditie toevoegden. Maar Price was hun daarin al jaren vooruit. Na de première van de Eerste symfonie concludeerde de Chicago Daily News: ‘De symfonie van Mrs. Price verdient een plaats in het vaste symfonische repertoire.’ Bijna honderd jaar later lijkt de canon daar nu eindelijk klaar voor.




