Ontdek
  1. Zoeken
  2. Concerten
  3. Menu
  4. Inloggen
1280x608 0004 interview 1 jaap van zweden simon van boxtel

'Je loopt toch als een gladiator de arena in' - Interview met Jaap van Zweden

zo 9 feb 2020 - 6 minuten leestijd - Tekst: Vrouwkje Tuinman

Als negenjarige speelde Jaap van Zweden voor het eerst in Het Concertgebouw. Tien jaar later werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest. Als violist is Van Zweden gestopt, maar als dirigent komt hij nog geregeld in Amsterdam – in mei tijdens het Mahler Festival met zijn eigen New York Philharmonic. Aan de vooravond daarvan ontvangt hij de Concertgebouw Prijs.

Noot van de redactie: Het Mahler Festival is vanwege de COVID-19-pandemie geannuleerd. Meer informatie

Onderdeel van

Gevraagd naar zijn favoriete plek in Het Concertgebouw zegt Jaap van Zweden: ‘Zeker niet de trap naar het podium. Je loopt toch als een gladiator de arena in.’ Misschien verandert dat gevoel binnenkort. In mei, als Van Zweden de Concertgebouw Prijs ontvangt, wordt zijn naam toegevoegd aan de eregalerij boven aan diezelfde trap. Het is het nieuwste hoofdstuk van een boek dat al bijna zijn hele leven duurt. ‘Sinds ik er voor het eerst binnenliep, is het gebouw een deel van mij.’

We spreken Van Zweden de dag voordat hij Wagners Die Walküre leidt bij het Radio Filharmonisch Orkest. In zijn hoofd is hij al bij Tristan und Isolde, van dezelfde componist, die hij enkele dagen later in Hong Kong dirigeert. Of eigenlijk bij Skrjabin, wiens Pianoconcert binnenkort in New York op de lessenaar ligt. ‘De week waar we in leven, is nooit de week die ik aan het instuderen ben. Ik ben altijd drie, vier, vijf concerten verderop in mijn hoofd. Overdag repeteer ik het ene werk, en na het eten ga ik thuis verder met een ander muziekstuk.’ Juist dat voortdurende schakelen houdt Van Zweden fris, vindt hij. ‘De verscheidenheid aan programma’s maakt dat ieder concert opnieuw een eerste keer is.’

Mijn relatie met deze plek is heel belangrijk voor mij. Het krijgen van de Concertgebouw Prijs voelt als een erkenning dat dat gevoel wederzijds is

In Het Concertgebouw beleefde hij al vele debuten. Als violist, als concertmeester, als dirigent voor diverse orkesten. ‘Altijd weer is het een feest hier te komen. Mijn relatie met deze plek, met het fysieke gebouw, is heel belangrijk voor mij. Het krijgen van de Concertgebouw Prijs voelt als een erkenning dat dat gevoel wederzijds is.’

Ja, Het Concertgebouw is een tempel, vindt Van Zweden. ‘Maar los van die symboliek zie ik het als een centrum van waaruit ik mijn muziekleven heb opgebouwd. Al die jaren musiceren in de Grote Zaal hebben mij veel geleerd over, zoals ik het graag noem, de “gouden klank” die op die plek zo snel bereikt wordt. Als je hier dagelijks werkt, wat ik een tijdje heb gedaan, raak je gewend aan die luxe. Als er dan een keer een tournee was waarbij we in beduidend mindere zalen speelden, schrok je je af en toe rot. Plotseling was er de realisatie dat de beroemde klank van jouw orkest ook afhankelijk was van de zaal, van die speciale akoestiek. Mijn doel is datzelfde geluid elders ook te creëren. Ik neem mijn Amsterdamse bagage mee over de hele wereld, bij alle andere gebouwen en orkesten.’

Dirigent Jaap van Zweden
Jaap van Zweden (foto: Ronald Knapp)

Het is dan ook heel waardevol voor Van Zweden om in mei voor het eerst zijn New York Philharmonic, dat hij sinds 2018 leidt, mee te kunnen nemen naar Nederland. ‘Ik refereer vaak aan deze zaal, en andere mooie Europese zalen. Het is ontzettend fijn om zo'n plek dan ook eens bij de hand te hebben. Om het gevoel te kunnen overbrengen dat Amsterdam echt gebouwd is op palen. Te laten zien dat de Grote Zaal letterlijk recht tegenover die andere iconen staat: Rembrandt en Van Gogh, die zich aan hetzelfde plein bevinden. Mijn trots speelt hier ook wel mee, moet ik bekennen.’

Perfect is de Grote Zaal trouwens niet, aldus Van Zweden. ‘De ruimte geeft een boel, maar eist óók veel. Er zitten heel speciale moeilijkheden in. De akoestiek zingt nogal. Hoe je samenspel voor elkaar krijgt, is daardoor niet evident makkelijk te benoemen. Dan denk je gedurende het inspelen te zijn gewend aan de zaal, en tijdens het concert blijkt alles toch nét weer anders te zijn. Daarom is het geweldig als ik er, zoals nu met Wagner, een paar dagen mag werken. Dan zit ik weer helemaal in de akoestiek. En dan merk je hoe gezond het gebouw is. Een Stradivarius die onvoorstelbaar goed is onderhouden.’

Ik weet zeker dat we over vijftig jaar met enorm respect op deze tijd terugkijken.’

Extra bijzonder vindt Van Zweden het om zijn orkest juist tijdens het Mahler Festival naar Nederland te kunnen halen. ‘De vorige keer, vijfentwintig jaar geleden, was voor mij persoonlijk een enorme happening. Het Radio Filharmonisch Orkest gaf het openingsconcert. Ineens zat dirigent Edo de Waart zonder concertmeester. Toen ben ik ingevallen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren die tent op het Museumplein!’

Met het Concertgebouworkest speelde hij tijdens het Mahler Feest 1995 onder meer de Tweede symfonie. Dit keer zal hij zowel de Eerste als de Tweede symfonie leiden. ‘Die respectievelijk de voor- en de achterkant van het leven vertegenwoordigen. En daarmee Mahlers hele werk. De rollercoaster die Mahler meemaakte in zijn familieleven, zijn uiteenlopende gevoelens over het menselijk bestaan, het zit allemaal in zijn muziek. De tegenstellingen daarin liggen buitengewoon dicht bij elkaar. Dat blijft intrigeren.’ Heel belangrijk vindt Van Zweden de aandacht die het Mahler Festival heeft voor jonge musici en componisten van nu, zoals composer in residence Thomas Larcher, van wie de Derde symfonie zal klinken. ‘Hij is een van de meest bijzondere makers van dit moment. Hij heeft een totaal eigen geluid dat hij constant weet vast te houden. Herkenbaar en nieuw; als luisteraar heb ik een voortdurende wauwervaring.’ Sowieso is hij blij met de muziek van dit moment. ‘Het voelt elke keer weer alsof ik me in een speeltuin begeef. Ik denk dat we in een gouden eeuw leven voor de nieuwe muziek. Van vrouwen en mannen, uit het Westen en het Verre Oosten. We mogen onze handen dichtknijpen voor wat we op onze lessenaars krijgen. Natuurlijk heeft nog niet iedereen dat door. Maar die realisatietijd is altijd nodig. Ik weet zeker dat we over vijftig jaar met enorm respect op deze tijd terugkijken.’

Elke dag opnieuw staat hij op als leerling, vertelt Van Zweden. ‘Ik vind het essentieel om je voortdurend af te vragen wat je zelf kunt leren. Als dat er niet meer is word je een vastgeroeste persoonlijkheid, voor wie het onmogelijk is om anderen te inspireren. Ik ben iemand die enorm open wil staan. Dat was al zo die keer dat ik er als jongetje bij mocht zijn toen Yehudi Menuhin in de Grote Zaal zat in te spelen. En dat is nog steeds zo elke dag dat ik op het podium sta, zo goed mogelijk voorbereid, zodat ik de vrijheid heb om me te laten verrassen.’

Van Zweden hoopt dat er over vijfentwintig jaar weer een Mahler Festival zal zijn en dat hij daar dan ook bij is. ‘Dan waarschijnlijk als een oude man, die nog eens mag aanschuiven in de zaal. Want daar heb je toch de meest magische ervaring.’

Jaap van Zweden

Geboren: 12 december 1960, Amsterdam
Thuis: ‘Ik woon zowel in Amsterdam als in New York en Hong Kong. Maar het meest thuis voel ik me in Zuid-Frankrijk, vooral Saint- Tropez. Dat landschap daar, het pakt me.’
Concertgebouwdebuut: ‘Ik was negen toen ik voor het eerst in de Kleine Zaal mocht spelen. Het was heel bijzonder om door de Artiesteningang naar binnen te mogen.’

Lievelings...
…plek:
‘Twee stoelen in de ArenA, waar ik al acht seizoenen een jaarkaart heb. Niet in een Skybox, maar gewoon gezellig op de tribune. Helaas gaan in principe altijd mijn zoons in mijn plaats, slechts twee à drie keer per jaar kan ik zelf.’
…plek in Het Concertgebouw
: ‘Het podium van de Grote Zaal.’
…uitje:
‘Naar het museum. In Nederland hebben we tijdloze ambassadeurs: Rembrandt en Van Gogh. Twee schilders met totaal verschillende paletten, die ik steeds weer terug wil zien. Als ik echt moet kiezen wordt het het Rijksmuseum, dat momenteel de mensen zo ontzettend inspireert door de renovatie van De Nachtwacht zichtbaar te maken.’

Concerttips van Jaap van Zweden

Zo 15 mrt: Meesterpianist Grigory Sokolov
‘Helaas heb ik nog nooit met hem gewerkt; Sokolov speelt niet met orkesten. Maar hij is een van de meest ongelooflijke musici van deze tijd. Met een enorme techniek, maar hij is ook een enorme poëet. Echt ongelooflijk.’

Vr 3 en zo 5 apr Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock in Bachs Matthäus-Passion
‘Ik heb zo ontzettend veel herinneringen aan uitvoeringen van dit werk. Als dirigent beleef je het intens. Maar mijn mooiste momenten waren als violist.’

Di 12 mei Wiener Philharmoniker o.l.v. Daniel Barenboim in Mahlers Vijfde symfonie
‘Bijzonder aan het Mahler Festival is dat allerlei toporkesten hun heel eigen klank aan de werken geven. Ik ben helaas zelf alweer op tournee als dit concert plaatsvindt, maar anders was ik zeker gegaan.’

Bekijk ook eens