Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Anne Sofie von Otter Ewa Marie Rundquist

Mezzosopraan Anne Sofie von Otter: ‘De stem heeft zoveel kleuren’

ma 5 jan 2026 - 4 minuten leestijd - Tekst: Carine Alders - Foto: Ewa-Marie Rundquist

Er ging wat tijd overheen, maar inmiddels heeft Schubert haar voor zich gewonnen: een avond lang vult Anne Sofie von Otter de Kleine Zaal met diens liederen. Tederheid, verstilling, opwinding: hoe meer schakeringen, des te groter de uitdaging voor de mezzosopraan.

Ruim veertig jaar lang zingt de Zweedse nu grote rollen in opera’s van Händel tot Adès. Ze trad over de hele wereld op met orkestliederen van Mahler en Berlioz tot Berg en Weill. Ze nam liederen op van Schumann en Schubert, maar ook van Korngold, Chaminade en haar landgenoot Stenhammar.

In haar duizelingwekkende discografie kom je naast barokmuziek en Brahms ook cd’s tegen die ze maakte met Brad Mehldau en Elvis Costello. ‘Ik heb altijd al een gevarieerde mix gezocht van opera, recitals en jazzy liederen. Ik houd ervan om mijn stem en mijn creativiteit alert te houden door stijlen af te wisselen. Inmiddels verwacht het publiek dat ook van mij. Ik volg graag de stijl van een lied met mijn stem, maar ik pas me ook aan: aan de grootte van de zaal, aan degenen met wie ik musiceer en aan het publiek. Waar voeg ik vibrato toe en hoeveel, waar gebruik ik een lichtere stem, waar zing ik in mijn hoofd en waar gebruik ik mijn borstregister? De stem heeft zoveel kleuren, dat vind ik interessant en heerlijk om mee te variëren.’

Ik heb altijd al een gevarieerde mix gezocht van opera, recitals en jazzy liederen

‘Ik studeer heel veel, de meeste dagen wel een paar uur, en als ik een dag niet zing mis ik dat gevoel. Het is leuk om op zoveel mogelijk manieren een frasering uit te proberen, of een woord op verschillende manieren te kleuren, of te spelen met de uitspraak.’

Voorbereiden

Dit seizoen toerde ze met pianist Kristian Bezuidenhout door de Verenigde Staten en Canada en staan er weer verschillende opera’s op het programma. Tussendoor zong ze een kerstprogramma in Japan en Hongkong. Hoe bewaart ze de balans? ‘Je moet er lang van tevoren heel goed over nadenken. Dat lukt niet altijd en heel soms moet ik ergens op terugkomen. Ik heb tijd nodig tussen verschillende projecten. Eerder in mijn carrière waren het mijn kinderen die aandacht vroegen, nu heb ik twee kleinkinderen waar ik tijd mee door wil brengen.’

Het is knap lastig om de zangtechniek aan iemand te leren

‘Op mijn leeftijd heb ik tijd nodig om me het repertoire eigen te maken, om het fysiek te laten landen in mijn stem. Dat je niet denkt: o, er komt zo een hoge noot aan, maar dat je spieren zelf altijd van tevoren moeten weten wat er aankomt. Zingen is heel complex, het gaat niet alleen om de stembanden, maar ook om de spieren in je gezicht, je nek, in je rug en je buik. Het is knap lastig om de techniek aan iemand te leren. Met mijn studenten richt ik me meer op interpretatie.’

Dichter bij Schubert

‘Toen ik jong was, reageerde ik nogal lauw op Schubert, ik begreep niet waarom iedereen zo enthousiast was. Ja, een aantal liederen met fijne melodieën vond ik wel mooi, zoals Im Frühling en An Silvia. Maar destijds ging mijn voorkeur uit naar zijn kamermuziek. De waardering voor Schuberts liederen heeft lang moeten rijpen. Nu bewonder ik ze en houd ik des te meer van Schubert. Zijn muziek heeft voor mij enorme betekenis gekregen.’

De waardering voor Schuberts liederen heeft lang moeten rijpen

‘Een paar jaar geleden voelde ik dat het tijd was voor Winterreise. Ik begon met studeren, maar het klikte niet. Op de een of andere manier kwam ik niet bij de kern. Sommige liederen spraken me wel aan, maar met de hele cyclus bleef ik maar struikelen. Schwanengesang geeft veel meer voldoening met zijn waaier aan stemmingen. Maar het blijft een hele uitdaging om Schubert te zingen. Het vraagt enorm veel van je stem, hoe jong of oud je ook bent, en het wordt op mijn leeftijd zeker niet makkelijker.’

Veelkleurige collectie

De veertien Schwanengesang-liederen vormen samen een veelkleurige collectie. Dat is Von Otter op het lijf geschreven. ‘Er zijn romantische, sensuele zwijmelliederen, zoals Ständchen. Er zijn ook verstilde liederen, bijna minimalistisch. Heel spaarzaam en koel, ze doen me aan Sibelius denken. Misschien heeft die zich wel door Schubert laten inspireren. En dan zijn er nog de opwindende liederen met het ritme van een galopperend paard. Die zijn meedogenloos, zoveel tekst. En er zijn de zware liederen, waarbij je door de zware grond moet ploegen, zoals In der Ferne. Alles bij elkaar een fantastische uitdaging.’

‘In de zomer van 2024 heb ik dit programma voor het eerst gezongen. Nu ik er opnieuw induik, vallen sommige dingen nog meer op hun plek. Het eerste lied uit het programma, Liebesbotschaft, is zo mooi, zo lief… en het laatste lied Die Taubenpost is absoluut geweldig, zo vol tederheid. Der Doppelgänger zit zo vol angstige spanning, het beneemt je de adem.’

Vrienden onder elkaar

Samen met pianist Kristian Bezuidenhout creëert Von Otter de intieme sfeer van een Schubertiade – een vriendenconcert rond de componist – in de Kleine Zaal. ‘Kristian ken ik al heel lang, misschien is het al wel vijftien jaar geleden dat we elkaar voor het eerst ontmoetten. Eerder had ik hem op de radio horen spelen, en dacht: wow, wat een briljant musicus. De manier waarop hij beweegt en ademt, hoe hij de muziek fraseert, zijn aanslag op de toetsen. Ik voelde meteen dat ik graag met hem wilde werken. Hij begrijpt de muziek zo goed. Bovendien is hij een heel fijn mens, en dat is heel prettig als je langere tijd met elkaar optrekt.’

Ik voelde meteen dat ik graag met Kristian Bezuidenhout wilde werken

‘De eerste muziek die we samen deden was van Haydn en Mozart, met een fortepiano. Voor Schubert heb je een wat zwaarder instrument nodig, een grotere fortepiano uit een latere periode of, zoals in Amsterdam, een mooie vleugel, niet te hard of te stralend.’

Toekomstplannen

Gevraagd naar haar toekomstplannen hoeft ze niet lang na te denken. ‘Opera vind ik nog altijd heel leuk, het samenwerken met de regisseur, de dirigent en alle artistieke medewerkers… het hoeft geen hoofdrol te zijn om opwindend en uitdagend te zijn. Laatst heb ik gezongen in Die letzten Tage der Menschheit van Philippe Manoury in Keulen. Een nieuwe opera is als een wit vel papier dat je langzaam vult met vormen en kleuren. Van tevoren weet niemand hoe het gaat uitpakken. Daar krijg ik nooit genoeg van.’

Steeds maar weer dezelfde dingen doen, dat is niet mijn ding

‘Steeds maar weer dezelfde dingen doen, dat is niet mijn ding. Dorabella hier, Dorabella daar, dat stimuleert niet. Er is een aantal dingen waarvan ik besloten heb dat ik ze achter me laat, zoals de grote liedcycli met orkest van Mahler of Berlioz. Of Bach of Händel. In dat repertoire heb ik sublieme, onvergetelijke ervaringen gehad, zoals met Claudio Abbado en Marc Minkowski! Met enige droefheid, maar beslist zonder bitterheid laat ik het nu aan een volgende generatie om mijn oude favorieten, zoals Berlioz’ Les nuits d’été of Bachs Matthäus-Passion, te zingen. Er blijft voor mij genoeg over.’

Onderdeel van

Bekijk ook eens