Geschiedenis — 15 november 2020 · 4 minuten leestijd

Tip: loop een rondje om Het Concertgebouw

· tekst Het Concertgebouw

Nu Het Concertgebouw gesloten is, hebben wij een tip. Maak een rondje om het gebouw! Ook aan de buitenkant is er genoeg te zien.

Deel dit artikel

We beginnen ons rondje op het Museumplein met zicht op Het Concertgebouw. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen: toen Het Concertgebouw op 11 april 1888 openging werd het omgeven door uitgestrekte weilanden. Grazende koeien, slootjes, boerderijen en tuinderijen vormden het decor. Tot 1988 bevond de hoofdingang zich aan deze kant van het gebouw.

Zicht vanaf het Museumplein © Eduardus Lee

Lier

De gouden lier op het dak van de Grote Zaal springt onmiddellijk in het oog. Al sinds de opening staat het instrument van Apollo, symbool van de muziek, daar te pronken. Het twee meter brede en 3,5 meter hoge gevaarte is één keer vervangen, in 1969, en drie keer gerestaureerd. In 1957 en 1993 gingen schilders gewapend met ladder en kwast het dak op. In 2013 moest Het Concertgebouw het een paar maanden zonder lier doen. Het 600 kilo wegende icoon werd van het dak getakeld en met een pontje over het IJ naar een werkplaats gebracht. De lier werd daar voorzien van een 23,75 karaats toplaag bestaande uit 3500 velletjes bladgoud van 0,007 millimeter dik. Op 11 april – de dag dat Het Concertgebouw zijn 125ste verjaardag vierde – kon de lier weer op het dak worden gehesen.

Lier © Everlast Creative

Fronton

Boven de gouden letters ‘Concert-gebouw’ zien we het fronton. De driehoek is 16 meter breed en in het midden 4,10 meter hoog. Het reliëf is gemaakt door de beeldhouwer Johannes Franse (1851-1895) en stelt een allegorie op de muziek voor. Centrale figuur is de muze, met in haar hand een lier. Het kostbare beeldhouwwerk was een geschenk van een aantal bestuursleden van Het Concertgebouw. Dolf van Gendt (1835-1901), de architect van Het Concertgebouw, verklaarde het tafereel als ‘de genius der muziek en de muze der toonkunst en aanverwante zusteren’.

Fronton © Robert Oosterbeek

Beethoven, Sweelinck en Bach

Boven de raambogen, tussen de monumentale zuilen, zien we drie ‘meer dan levensgroote bustes’. Van links naar rechts prijken hier in brons de componisten Ludwig van Beethoven (1770-1827), Jan Pietersz. Sweelinck (1562-1731) en Johann Sebastian Bach (1685-1750) – ‘de 3 heroën der klassieke kunst’, om met architect Dolf van Gendt te spreken. De keuze voor de Amsterdamse Sweelinck is opmerkelijk. De bustes zijn net als het erboven gelegen fronton van Johannes Franse. Deze beeldhouwer maakte in opdracht van architect Dolf van Gent ook de diverse decoratieve elementen. Let bijvoorbeeld op de engeltjes met lier boven de ramen.

Componistenbustes © Emmely Siebrecht

Trapzalen

We steken de Van Baerlestraat over en gaan rechts de hoek om, de Jan Willem Brouwersstraat in. Kijk al lopend even omhoog naar de trapzalen ofwel hoekpaviljoens van het gebouw. Die zijn bekroond met scherp uitkomende mansardedaken om zo ‘als het ware in harmonie te komen met de hoofdvormen va het nabij-gelegen Rijksmuseum’, aldus architect Dolf van Gendt. Ook leuk om te weten: het neoclassicistische gebouw is in zijn geheel opgetrokken uit zand- en baksteen.

De trapzalen aan de noordzijde © Jordi Huisman

Artiesteningang

Aan de Jan Willem Brouwersstraat zijn twee ingangen. Werp een blik omhoog naar de balkons en de bijzondere (soms heel aparte!) decoratieve elementen aan deze kant van het gebouw. De tweede ingang is de artiesteningang. Vlak daarachter bevindt zich de portiersloge. Hier zit 24 uur per dag een portier die het gebouw bewaakt. Tip: lees het interview met portier Danny van Ekeren.

Portier Danny bij de artiesteningang © Bernd Köhnen

Triton

Ga ter hoogte van het Trianon Hotel even aan de andere kant van de straat staan. Vanaf hier hebben we goed zicht op het dak van de Kleine Zaal. Een ‘vrouwelijke Triton’ van verguld zink fungeert als windwijzer. Triton – zoon van Poseidon en half mens, half vis – reed over het water met paarden en zeemonsters en blies op de kinkhoorn om de golven te bedaren.

Triton © Emmely Siebrecht

Tuin

We lopen rechtdoor en volgen de bocht naar links. Waar nu in een symmetrische halve cirkel rond Het Concertgebouw huizen staan, bevond zich vroeger een hek. Daarachter was de tuin van Het Concertgebouw, compleet met muziektent, tribunes en buffetten. Bij mooi weer speelde het Concertgebouworkest buiten. Wie niet genoeg geld had om een kaartje te kopen ging aan het hek staan luisteren. In 1922 werd de tuin verkocht aan de gemeente Amsterdam die de grond drie jaar later uitgaf in erfpacht. In 1929 verschenen de huidige huizenblokken in late Amsterdamse Schoolstijl. Halverwege passeren we twee karakteristieke woontorens. Tip: lees ook het artikel over de tuin.

De tuin van Het Concertgebouw met muziektent, 1900 © Stadsarchief Amsterdam

Uitbouw

We houden links aan en komen nu op het Concertgebouwplein, voorheen het Jan Willem Brouwersplein. De huidige naam kreeg het plein in 1988 toen Het Concertgebouw zijn honderdjarig bestaan vierde. We passeren de kantoorpanden van Het Concertgebouw op de nummers 6-10, direct links van de entreehal. De glazen uitbouw is in de jaren 1985-1988 gebouwd naar een ontwerp van architect Pi de Bruijn. Hierin zijn sindsdien de hoofdingang gevestigd en een extra foyer op de bovenverdieping. In een deel van die foyer zit tegenwoordig een restaurant: LIER.

Uitbouw © Fred George

Café

We lopen verder en komen langs het gedeelte van de uitbouw waar nu een café is gevestigd. Voorheen was dat Het Concertgebouw Café, nu heet het VIOTTA. Henri Viotta (1848-1933) was een Nederlandse dirigent, componist én advocaat. Hij leidde op 11 april 1888 het openingsconcert van Het Concertgebouw.

Café VIOTTA © Floris Heuer

We slaan de hoek om en staan weer aan de voorkant. Hier eindigt het rondje om Het Concertgebouw.

Wij raden u aan om uw concertkaarten te bestellen via een andere browser. Gebruik hiervoor Chrome, Firefox, Safari, Edge of Internet Explorer versie 10 of hoger.