Interview — 27 november 2020 · 4 minuten leestijd

Backstage: portier Danny van Ekeren - ‘Het was soms echt een gekkenhuis’

· tekst Liesbeth Houtman , foto Bernd Köhnen

Thuiswerken, dat kan niet als je portier bent. Elke dag zit Danny van Ekeren op zijn post. Ook nu Het Concertgebouw er stil en verlaten bij ligt. ‘De ene dag is alles zoals het was, de andere dag is er helemaal niks meer.’

Deel dit artikel

Normaal is het een komen en gaan bij de artiesteningang van een van ’s werelds drukst bezette concertzalen. Musici, dirigenten, kantoormedewerkers, technici, leveranciers, allemaal komen ze bij de portier naar binnen. Hoe vindt Danny het om in coronatijd aan het werk te zijn? ‘Heel saai’, antwoordt hij beslist. ‘Je zit hier nu gewoon je dienst vol te maken en naar de klok te kijken.’

‘Ik werk hier sinds 1992. Het aantal concerten heb ik langzaam zien toenemen. Voor de coronacrisis zaten we aan de top. Het was soms echt een gekkenhuis met al die verschillende draaiboeken en gastenlijsten die we voor onze neus kregen. Nu zijn wij vooral bezig met onze primaire taak: het bewaken van het gebouw.’

‘Het aantal concerten heb ik langzaam zien toenemen. Voor de coronacrisis zaten we aan de top’

‘Beneden in de kelder heeft het Concertgebouworkest een wand waar ze allerlei boodschappen op prikken. Daar hing tot een paar dagen geleden nog de gastenlijst van 12 maart, het eerste concert dat niet doorging. Heel bizar. De ene dag is alles zoals het was, de andere dag is er helemaal niks meer.’

Gelukkig zijn er ook zaken bij het oude gebleven. De dagelijkse inspectie door de dienstdoende portier bijvoorbeeld. ‘Als de laatste persoon het pand uit is doen wij onze ronde. Die duurt al gauw anderhalf uur. We controleren alle ruimtes van het gebouw, inclusief de zolder en de kantoorpanden. Zijn de lichten uit, staat er niet nog ergens een kraan open, zijn alle deuren en ramen dicht?’

Van die ronde kan Danny enorm genieten. ‘Heerlijk vind ik dat. Vroeger heb ik veel nachtdiensten gedraaid. Ik denk dat er niemand is die zo vaak alleen met het gebouw is geweest als ik. De weg ken ik blindelings. Het liefst doe ik alle lichten uit. En dan ga ik de akoestiek testen. Een beetje brullen op het podium. Of ik speel een riedeltje op een piano. Niemand die boe roept.’

‘Ik denk dat er niemand is die zo vaak alleen met het gebouw is geweest als ik’

Danny werkte vroeger als kok bij de PTT. ‘We kookten voor het hele postdistrict, van luxe diners en buffetten tot de kantinekost. Toen de PTT ging privatiseren ben ik weggegaan. Ik heb me laten omscholen en ben in de beveiliging aan de slag gegaan. In een jaar tijd heb ik daar zo verschrikkelijk veel agressie meegemaakt. De druppel die de emmer deed overlopen was toen ik bij een overval met een pistool in mijn nek een bank binnen werd gesleurd. Toen heb ik gezegd: “Jongens, voor die paar stuivers ga ik dat niet meer doen.” “Oké,” zei mijn baas, “dan geven we je een rustige post, je mag in Het Concertgebouw gaan werken.’”

Aanvankelijk was Danny inhuurkracht. ‘Het Concertgebouw combineerde ik met de kauwgomfabriek in Oost. In 1999 ben ik in dienst gekomen.’ In de loop der jaren zag hij heel wat beroemdheden voorbijkomen. ‘Ik heb weleens gedacht: als je een boek zou schrijven over dertig jaar artiesteningang, dan kan ik wel wat leuke verhaaltjes vertellen.’ Over de pianist en dirigent Philippe Entremont bijvoorbeeld, met wie hij eens onbedaarlijk de slappe lach kreeg. Over Bill Clinton die hem een hand kwam geven. Over Rita Reys die uren op het bankje in de portiersloge zat te wachten en toen toch haar make-uptasje was vergeten. Of over de Jussenbroers. ‘Die ken ik al vanaf het moment dat ze hier voor het allereerst kwamen optreden met Maria João Pires. Ze waren nog zo klein dat ze amper op de trappen konden lopen.’

‘Als je een boek zou schrijven over dertig jaar artiesteningang, dan kan ik wel wat leuke verhaaltjes vertellen’

En dan is er nog Guus, de buurtkat. ‘Guus komt altijd bij ons in de portiersloge uit de bloembakken drinken. Dan sniekt hij naar binnen. Even later zien we hem naar buiten rennen met uit zijn bek het staartje van een muis.’

In de portiersloge krijgt Danny veel muziek mee. ‘Ik zet altijd de zaal aan. Niet alles spreekt me aan, maar soms word je ineens verrast en denk je: hé wat een mooi stuk. Dan vraag ik altijd na wat het is. Het gebeurt wel dat ik na een dienst nog even blijf om iets af te luisteren. Ik heb twee favorieten: het Concierto de Aranjuez en Sheherazade. Als die worden gespeeld probeer ik dienst te hebben, of ik kijk of ik kaartjes kan regelen. Sheherazade hoorde ik ooit voor het eerst door het Nederlands Philharmonisch Orkest met Hartmut Haenchen. Ik zat met tranen in mijn ogen, zo mooi was het. Maar de allermooiste uitvoering vond ik die met Iván Fischer en het Concertgebouworkest.’

‘Ik zat met tranen in mijn ogen, zo mooi was het’

Danny is geboren en getogen in De Pijp. Hij herinnert zich nog goed dat hij als scholier voor het eerst naar Het Concertgebouw ging. ‘We moesten verplicht naar de repetities met Haitink. Van tevoren kregen we instructies: “Als jullie daar bovenin de naam van Lully zien staan, dan moeten jullie niet allemaal gaan zitten lachen.” Nou, reken maar dat we dat deden.’

In De Pijp woont hij nog steeds. ‘Daar betrek ik binnenkort weer mijn wintergrotje. ’s Zomers woon ik in mijn tuinhuisje in de polder bij Halfweg. Ik heb het geërfd, mijn vader heeft het vijftig jaar geleden gebouwd. Ik heb er schik in gekregen. Het betekent wel dat ik ’s zomers bijna niet meer op vakantie kan want ik moet de plantjes water geven, het onkruid wieden. Het is eigenlijk net als vroeger de bewoners van de grachtengordel. Zoals die naar hun buitens gingen, zo ga ik ook naar mijn buiten. Het is alleen wat kleiner.’

Tegenwoordig komt Danny vanaf zijn ‘buiten’ op de motor naar Het Concertgebouw. Vroeger met het gezin gingen ze erheen met de auto. ‘Op weg naar het tuinhuis reden we langs Het Concertgebouw. Ik was in die tijd nogal van de ridders en de Romeinen. Het gebouw vond ik net een Romeinse tempel. “Daar ga ik later wonen”, zei ik tegen mijn moeder. Wonen is het nog net niet, maar dichterbij kan je toch eigenlijk niet komen.’

Wij raden u aan om uw concertkaarten te bestellen via een andere browser. Gebruik hiervoor Chrome, Firefox, Safari, Edge of Internet Explorer versie 10 of hoger.