


Waarom Masato Suzuki steeds weer thuiskomt bij Bach
di 18 aug 2026 - 5 minuten leestijd - Tekst: Noortje Zanen - Foto: Marco Borggreve
Hij trad eerder in Het Concertgebouw op als continuospeler, en toen hij in Amsterdam klavecimbel studeerde zat hij vaak als luisteraar in de zaal. Nu verheugt de veelzijdige Japanse musicus Masato Suzuki zich op zijn dirigeerdebuut. ‘In de mooiste zaal ter wereld!’
Om verwarring te voorkomen: Masato is níét de Suzuki die het Bach Collegium Japan heeft opgericht, dat is zijn vader Masaaki Suzuki, die in de jaren 1980 voor zijn muziekstudie naar Nederland kwam samen met zijn vrouw. Dat verklaart meteen Masato’s speciale band met Nederland: ‘Ik heb na mijn opleiding in Japan niet alleen in Nederland gestudeerd, ik ben er ook geboren’, vertelt hij geanimeerd in vrijwel foutloos en charmant klinkend Nederlands.
‘Mijn moeder Tamaki studeerde zang in Den Haag, waar ik ben opgegroeid, en mijn vader studeerde orgel en klavecimbel in Amsterdam. Na hun studies gingen ze samen met mij terug naar Japan, waar mijn vader in 1990 het Bach Collegium Japan oprichtte. Als enig kind kreeg ik veel mee van de gesprekken tussen mijn ouders. Ze hadden het over de musici uit het koor en het orkest, over de muziek en over de verschillende edities, dus ik ben echt opgegroeid met dit orkest. Inmiddels speel ik zelf al bijna vijfentwintig jaar mee als continuospeler. Mijn vrouw speelt traverso, en ook mijn vader en mijn oom, de cellist Hidemi Suzuki, zijn nog altijd van de partij.’
Alles begint bij samenspel
Masato is net als zijn vader klavecinist, organist, pianist en dirigent. Daarnaast is hij ook nog componist. Toch vindt hij de term ‘veelzijdig musicus’ niet zo geschikt. ‘Als ik vertel wat ik allemaal doe, dan noemen sommigen mij een “multitalent”, maar zo zie ik dat zelf niet. Ik ben vooral een continuospeler en ik hou ervan om samen te musiceren met andere mensen, of ik nu in het orkest speel of dirigeer. Als dirigent probeer ik de muziek samen met het orkest zo mooi mogelijk uit te voeren, net zoals ik dat ook doe wanneer ik de continuopartij speel. En als je op een groot kerkorgel speelt, ben je eigenlijk ook een dirigent, want een orgel is ook een soort orkest met al die verschillende registers. Bovendien lijkt het wel een levend orgaan: een orgel doet lang niet altijd wat de organist wil, net zoals een orkest soms een andere mening heeft dan de dirigent!’

Als ik vertel wat ik allemaal doe, dan noemen sommigen mij een “multitalent”, maar zo zie ik dat zelf niet
‘Componeren is een andere tak van sport. Dat doe ik thuis en dat heeft grote impact op mijn gezin. Ik kan dus echt geen nieuwe opdracht aannemen zonder groen licht van mijn vrouw’, zegt Masato lachend. ‘Veel tijd om te componeren heb ik helaas niet, maar als continuospeler ben ik wel veel bezig met arrangeren en improviseren. Veel edities bevatten een duidelijke handtekening van de uitgever, en regelmatig maak ik zelf andere keuzes, dus dan ben ik in feite ook aan het componeren.’
Thuiskomen bij Bach
Na zijn studies in Japan en Nederland ontwikkelde Masato Suzuki zich tot een veelgevraagd continuospeler en dirigent, ook van moderne symfonieorkesten in Europa en Japan. Zo is hij conductor & creative partner van het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra in Tokio en principal guest conductor van het Kansai Philharmonic Orchestra in Osaka. ‘Die orkesten hebben een heel ander ecosysteem’, beaamt Masato. ‘Door ook met symfonieorkesten te werken doe ik veel nieuwe inspiratie op. Ik heb er echt veel plezier in. Maar als ik daarna weer met het Bach Collegium Japan werk, voelt het als thuiskomen. Dan ervaar ik opnieuw hoe sterk daar het gevoel van gemeenschap is, en hoe uniek de gezamenlijke toewijding aan Bach.’
Muziek als gedeelde taal
Dat is ook de reden waarom de stap naar chef-dirigent van het Bach Collegium Japan in 2018 voor Masato zo vanzelfsprekend voelde. ‘Mijn vader en ik hebben ontzettend vaak samen gemusiceerd, bijvoorbeeld in duo’s en concerten voor twee klavecimbels en werken voor piano vierhandig – en we praten al mijn hele leven over muziek. Uiteraard hebben we het ook wel over andere dingen, het liefst onder het genot van een mooie fles wijn, maar de muziek is nooit ver weg.’
Mijn moeder vroeg zich af: gaat Masaaki écht spelen onder Masato’s baton? Maar mijn vader zei: geen enkel probleem
Vader Masaaki is daardoor ook geen complicerende aanwezigheid in het orkest. Integendeel: als Masato dirigeert, speelt Masaaki continuo, en andersom. Elk seizoen verdelen ze alle orkestprojecten in Japan gelijkwaardig. [Masaaki Suzuki reist dit keer niet mee naar Europa, red.] ‘Mijn vader stond er heel ontspannen in. Hij is van nature open en vrolijk, hij zag geen enkel probleem. De enige die wat spanning voorzag, was mijn moeder’, vertelt Masato glimlachend. ‘Zij vroeg zich af: gaat Masaaki écht spelen onder Masato’s baton? Maar mijn vader zei: geen enkel probleem.’ Vader en zoon zijn het er overigens ook over eens dat hun interpretaties best mogen verschillen. ‘Dat leidt soms tot levendige discussies, maar dat is juist mooi.’
Vier concerten, één doordacht programma
Bachs Brandenburgse concerten vormen het hart van de tournee waarmee het Bach Collegium Japan dit najaar Europa aandoet. In Het Concertgebouw klinken er vier van de zes; het derde en zesde concert (beide voor strijkers en continuo) ontbreken. Een doordachte keuze, legt Masato uit. ‘We spelen de vier kleurrijkste en grootst bezette concerten. Het tweede concert heeft vier fantastische solisten: viool, blokfluit, hobo én de beroemde F-trompet, die veel hoger klinkt dan een gewone trompet. Deze partij is berucht onder trompettisten, maar gelukkig hebben wij een van de beste baroktrompettisten in ons orkest. Het vierde concert wilde ik ook per se uitvoeren vanwege de prachtige solopartijen voor viool en twee blokfluiten, en in het eerste concert schitteren drie hobo’s, twee hoorns en een soloviool. Omdat onze trompettist ook hoorn speelt – en hij dus ook een van de twee hoornpartijen uit het eerste concert speelt – hebben we de volgorde zó gekozen dat hij voldoende tijd heeft om even op adem te komen: we openen het concert met het tweede concert, en we sluiten de avond af met het eerste.’
Waarom nummer vijf bijzonder is
Masato’s persoonlijke favoriet is nummer vijf. ‘Het eerste deel bevat een prachtige klavecimbelpartij, het is een van de eerste grote solo’s voor dit instrument ooit geschreven. Daarop volgt een prachtig en intiem langzaam deel voor drie instrumenten: traverso, viool en klavecimbel. Dat ik deze muziek straks zelf mag uitvoeren in Het Concertgebouw samen met mijn vrouw maakt het natuurlijk extra bijzonder. De contrastrijke Brandenburgse concerten van Bach met mijn eigen orkest spelen is een feest. En de prachtige akoestiek van de Grote Zaal zal het speelplezier beslist nog vergroten!’




