Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Jan Willem Rozenboom 1 Lotte Schrander

Jan-Willem Rozenboom beklimt de Mount Everest van Bach

do 13 aug 2026 - 4 minuten leestijd - Tekst: Liesbeth Houtman - Foto: Lotte Schrander

Het grote publiek kent hem als de pianist van Guus Meeuwis, maar in de klassieke muziek ontwikkelde Jan-Willem Rozenboom zich tot een bevlogen Bachvertolker. Zijn nieuwste project is een opname van Das wohltemperierte Klavier. In de Kleine Zaal speelt hij een selectie én vertelt hij over zijn fascinatie. ‘Al Bachs muziek is van een ongelooflijke kwaliteit.’

Eerst maar even over dat dubbelleven. Voor veel muziekliefhebbers gaapt er een kloof tussen Bach en Brabant. Hoe ziet hij dat zelf? ‘De beleving is natuurlijk heel anders wanneer ik met een band van acht man speel dan wanneer ik alleen op het podium zit. En ja, pop en klassiek zijn verschillende disciplines. Maar er zijn ook raakvlakken. Net zoals ik als pianist keuzes maak over articulatie en dynamiek, bepalen we met de band hoe we een lied spelen: welke vorm het krijgt en hoe groot of juist intiem we het willen maken.’

Noem de naam van Johann Sebastian Bach en zijn ogen beginnen te glimmen. Vanuit zijn Tilburgse studio vertelt Rozenboom via Teams waarom juist die componist zijn hart sneller doet kloppen. ‘Bij veel componisten is er sprake van een ontwikkeling, een stijgende lijn. Beethoven bijvoorbeeld: je hoort direct of het een vroeg of laat werk is. Voor Bach geldt dat niet: al zijn muziek is van een ongelooflijke kwaliteit.’

De vonk kwam pas later

Rozenboom was een jaar of zeven, acht toen hij op de muziekschool zijn eerste Bachstukje speelde. ‘In een van de verzamelboekjes stond de eerste prelude uit Das wohltemperierte Klavier. Technisch is die niet heel ingewikkeld.’

Ik weet nog dat ik dacht: jeetje, wat is dit mooi!

De echte vonk sloeg pas jaren later over. ‘Ik was inmiddels afgestudeerd aan het conservatorium toen ik de partituur van de Goldbergvariaties kocht. Gewoon omdat ik dat stuk beter wilde leren kennen, zonder dat ik daar een concreet doel mee had.’ In dezelfde periode ontdekte hij ook de cantates. ‘In de auto luisterde ik naar de aria’s. Ik weet nog dat ik dacht: jeetje, wat is dit mooi!’

De bijbel voor pianisten

Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uit tot een serieus project: in 2015 zette Rozenboom de Goldbergvariaties op cd. ‘Dat wilde ik per se voor mijn veertigste doen.’ Tien jaar later volgde een nieuwe opname. ‘Op het podium heb ik het stuk nóg beter leren kennen. Sommige details komen op die tweede opname beter tot hun recht.’

Achter hem in beeld staat zijn vleugel. Zeven jaar lang verdiepte hij zich daarop in Das wohltemperierte Klavier, het tweede monumentale pianowerk van Bach waarin hij zich vastbeet. Met een strak studieschema kreeg hij alle 48 preludes en fuga’s in de vingers. De afgelopen maanden dook hij de opnamestudio in om het eerste boek van Das wohltemperierte Klavier op plaat te zetten.  

Das wohltemperierte Klavier is de bijbel voor pianisten, zegt Rozenboom. Het werk geldt als de Mount Everest van het repertoire. In twee boeken met elk 24 preludes en fuga’s doorloopt Bach alle majeur- en mineurtoonsoorten. ‘In zijn tijd kwam een nieuwe stemmingsmethode in zwang. In de oude stemming klonken sommige toonsoorten ronduit vals. De nieuwe gelijkzwevende stemming maakte het mogelijk om in alle 24 toonsoorten te componeren.’

Waar Bachs werkelijke kracht schuilt

‘Maar interessanter dan dit technische verhaal vind ik dat Bach in elke prelude en fuga een volstrekt uniek karakter neerzet. Of je nu blij, boos of verdrietig bent, er is altijd wel een stuk dat bij je stemming past. Bachs technische vakmanschap krijgt vaak de meeste aandacht, maar in zijn muzikaliteit schuilt voor mij zijn werkelijke kracht.’

Of je nu blij, boos of verdrietig bent, er is altijd wel een stuk dat bij je stemming past

Welke pianisten inspireren hem? ‘Zonder mijzelf met hem te willen vergelijken, denk ik dat mijn Goldbergvariaties wel wat lijken op die van Murray Perahia. Ik hou van zijn manier van spelen: zijn articulatie en frasering, de tempi die hij kiest. Voor Das wohltemperierte Klavier luister ik graag naar Angela Hewitt. Zij nam het werk twee keer op. Haar Bach klinkt wat romantischer, heel boeiend.’

De zaal waar alles lukt

Al dertig jaar switcht Rozenboom tussen stadion en concertzaal. Het Concertgebouw stond al lange tijd op zijn bucketlist. In 2023 debuteerde hij in de Grote Zaal tijdens Piano Nights. ‘Ja, nog net voor mijn vijftigste’, lacht hij. Daarna keerde hij voor nog twee concerten in die serie terug. In de Kleine Zaal treedt hij nu voor het eerst op.

Jan-Willem Rozenboom maakte in 2023 zijn Concertgebouwdebuut in Piano Nights in de Grote Zaal © Eduardus Lee

‘In Het Concertgebouw kom ik al jarenlang als bezoeker. Ik ben een groot Sjostakovitsj-fan. Als er een symfonie van hem wordt uitgevoerd, ben ik erbij. Daar zelf te spelen was heel bijzonder. Alles lukt in die zaal, zelfs het zachtste pianissimo. Ongelooflijk. De Kleine Zaal schijnt voor kamermuziek nog net iets geschikter te zijn. Ik ben benieuwd, want in mijn beleving kan het niet beter dan de Grote Zaal.’

Wat pop aan Bach toevoegt

‘Vroeger dacht ik nog weleens: ik zal toch een keer moeten kiezen tussen pop en klassiek. Maar waarom? Juist de afwisseling verrijkt me.’ Wat neemt hij van de band mee naar Bach? ‘Het gevoel voor ritme, groove en swing. Dat helpt me om de muziek in beweging te houden en een lange spanningsboog op te bouwen.’

Vroeger dacht ik nog weleens: ik zal toch een keer moeten kiezen tussen pop en klassiek. Maar waarom?

Bachs muziek verrast hem nog elke dag. ‘Ik ontdek steeds weer nieuwe melodische en harmonische wendingen. Veel muziek ontwikkelt zich in blokken van vier maten. Bij Bach is dat zelden het geval: hij zet een volstrekt logische muzikale frase neer van 3,5 maat. Dan denk ik: hoe krijgt hij dat voor elkaar?’

Geen dag zonder Bach

Een leven zonder Bach kan Rozenboom zich niet voorstellen. Voor zijn fans liet hij zelfs een speciale Bachsweater ontwerpen. ‘Guus had een trui laten maken, dus toen dacht ik: dat kan ik ook.’

Naar het concert in Het Concertgebouw kijkt hij alvast uit. Aansluitend trekt hij met Das wohltemperierte Klavier langs een aantal Nederlandse zalen. En daarna? ‘Ik zou nog weleens een Chopinalbum willen maken. Hij was een groot Bachbewonderaar. En de toccata’s van Bach wil ik ook graag een keer opnemen.’ Hij grinnikt: ‘En dan is er natuurlijk ook nog dat tweede boek van Das wohltemperierte Klavier.’ 

Onderdeel van

Bekijk ook eens