


Gabriela Ortiz: ‘Ik ben ongeneeslijk Mexicaans’
vr 13 feb 2026 - 6 minuten leestijd - Tekst: Joost Galema - Foto: Simon van Boxtel
De Mexicaanse Gabriela Ortiz woonde als composer in residence van Het Concertgebouw enige tijd in Amsterdam en is deze maand terug in de stad. De grachten fascineren haar. ‘Iedere twee tot drie weken droom ik ’s nachts dat Mexico-Stad aan het water ligt.’
Amsterdam herinnert haar, zegt ze, aan wat haar woonplaats Mexico-Stad bezat maar lang geleden verloor. Gabriela Ortiz zit in een hoek van de artiestenfoyer in Het Concertgebouw, een van de drie Europese zalen waar ze dit seizoen huiscomponist is. Om inspiratie op te doen, verbleef ze in september en oktober regelmatig in Amsterdam. En het eerste wat haar hier trof, was het water dat als een bloedsomloop door het kloppende hart van de stad stroomt. ‘Amsterdam verrees uit een moerasdelta en de Azteken bouwden Tenochtitlan – het huidige Mexico-Stad – op eilanden in het Texcocomeer. Beide steden leken ooit op elkaar. Maar hier bleef het water een karakteristieke levensader, Mexico daarentegen legde het land droog en maakte het tot een schrale woestenij toen de stad uit zijn voegen begon te barsten.’
Levensbronnen
Haar vader zag in zijn kinderjaren hier en daar nog wel een rivier in Mexico-Stad, maar in haar eigen jeugd waren de oude stromen al ondergronds gegaan. ‘Water obsedeert me. Mijn celloconcert Dzonot gaat erover. Ik ontleende deze titel aan het Maya-woord voor afgrond, kloof, diepte. Het begrip verwijst ook naar een ondergronds waterstelsel. Voor de Maya’s was dat verbonden met heilige plekken: levensbronnen en ingangen naar de onderwereld, het schaduwrijk van goden en geesten. In sommige rotsen zitten openingen die de stromen dikwijls even zichtbaar maken. Daar valt de zon naar binnen en schept een mystieke, kleurrijke wereld van licht en schaduw. Maar ongebreideld toerisme bedreigt deze cenotes, zoals ze in het Spaans heten. De bezoekers vervuilen het water waarvan veel mensen afhankelijk zijn. Over vijftien jaar zal het niet meer drinkbaar zijn.’
Water doet me denken aan muziek: beide stromen door de tijd en bezitten een eigen klankwereld
Ortiz koestert al haar hele leven een diepe liefde voor water. ‘Iedere twee tot drie weken droom ik ’s nachts dat Mexico-Stad aan het water ligt, maar wanneer ik er dan naar zoek, blijkt het spoorloos verdwenen. Ik ben benieuwd hoe een psychotherapeut dat zou duiden. Mijn moeder groeide op in de staat Colima aan de Stille Oceaan. Ik herinner me haar verhalen over de schoonheid en kracht ervan. In mijn kinderjaren brachten we onze zomers door aan die kust. Zeeën, meren, rivieren – water is onze levensbron. Het doet me altijd denken aan muziek: beide stromen door de tijd en bezitten een eigen klankwereld.’
Hedendaagse problemen
Ortiz verhaalt in haar composities over de hedendaagse problemen van haar land, vaak gezien door een mythologische of historische bril. Zo kaartte de componist de femicideplaag in Mexico aan op haar vorig jaar met drie Grammy’s bekroonde album Revolución diamantina. De titel ontleende ze aan een demonstratie waarbij vrouwen – na de zoveelste verkrachting en ditmaal door een agent – het hoofd van de politie bestrooiden met diamantina, roze glitters. ‘Mijn dochter studeerde enkele jaren geleden via een uitwisseling enkele maanden in Barcelona’, zegt Ortiz. ‘Weet je wat ze me na aankomst als eerste vertelde aan de telefoon? “Mama, ik kan hier laat op de avond alleen over straat!” In Mexico-Stad is dat veel te gevaarlijk voor vrouwen.’
Muzikale altaren
Over de geschiedenis van haar land schrijft ze onder meer in het titelstuk van haar nieuwe album Yanga – de naam van een tot slaaf gemaakte Afrikaanse prins die in de zestiende eeuw naar Mexico werd verscheept, daar wist te ontsnappen en in Veracruz een vrijstaat stichtte. Ook werkt Ortiz aan een doorlopende reeks, Altar de cuerda, waarvoor ze zich laat inspireren door altaren die ze onderweg tegenkomt.
‘Ik herinner me’, zegt ze, ‘mijn terugkeer in Mexico na een studie in Europa. Het was halverwege de jaren negentig en het drong tot me door hoe ingewikkeld onze Mexicaanse cultuur is. Het land had destijds net een vrijhandelsverdrag gesloten met Canada en de Verenigde Staten. Mexico-Stad was voor mij plots onherkenbaar door talloze vestigingen van McDonald’s, Burger King en andere Amerikaanse ketens. Kort daarna bezocht ik mijn broer in Los Angeles. Daar deed het straatbeeld in de Mexicaanse wijken me sterker denken aan Mexico-Stad dan Mexico-Stad zelf. Ineens besefte ik hoezeer ons dagelijks leven een smeltkroes is.’
Ik gebruik simpelweg alles wat tot mij spreekt
Uit dat gevoel komen ook haar muzikale altaren voort. ‘Die zijn metaforen van deze ontwikkeling. Als eerste schreef ik Altar de neón, na een bezoek aan een armoedig Chulama-dorp in de streek Chiapas. Op het altaar in de kerk stonden artefacten uit de pre-koloniale tijd naast neonverlichting, Coca Cola en Mickey Mouse. Wauw, dacht ik, dit is dus Mexico. En op dat moment besloot ik dat er voor mij geen grenzen meer waren: geen scheidingswanden tussen hoge en lage kunst, tussen verleden en heden, tussen Europese en Latijns-Amerikaanse opvattingen, tussen ritme en melodie, tussen tonaal en atonaal. Ik gebruik simpelweg alles wat tot mij spreekt.’
Gedaanteverwisseling
Zoals veel van haar Latijns-Amerikaanse voorgangers vertrok Ortiz in de jaren negentig naar Europa, waar de wieg van de klassieke muziek stond. Daar moest voor haar veel te leren zijn, geloofde ze. Het werd een teleurstellende ervaring. Ze belandde in een wereld die vooral om zijn eigen as draaide en die haar wilde dwingen haar culturele wortels en zichzelf te verloochenen. ‘Ik was onlangs nog in Wenen’, zegt ze. ‘De bakermat van de klassieke traditie. Het lijkt wel alsof daar – in muzikale zin – de rest van de wereld niet bestaat.’
Ik begon me pas echt met Europa verbonden te voelen toen ik kennismaakte met Bartóks Mikrokosmos
‘Ik studeerde in Mexico op jonge leeftijd piano met Bach, Mozart en Beethoven als leermeesters. En ik hou van Mahlers symfonieën, die me zoveel vertellen over muziek en het leven. Maar ik begon me pas echt met Europa verbonden te voelen toen mijn Mexicaanse pianoleraar me liet kennismaken met Bartóks Mikrokosmos. Dat veranderde mijn leven. Ik ontdekte andere talen en ritmes. Mijn vader was architect, mijn moeder psychoanalyticus, maar daarnaast hadden zij een tweede loopbaan als muzikanten in Los Folkloristas. Ik groeide op met Latijns-Amerikaanse volksmelodieën. Het ontdekken van Bartók deed me al vroeg geloven dat er in de klassieke canon ook plek moest zijn voor de volksmuziek uit mijn wereld.’

Ik opende mijn deuren voor Europa. In de omgekeerde richting daarentegen bleven ze gesloten
Maar dat viel tegen. Het klassieke continent koesterde geen belangstelling voor haar muzikale erfgoed. ‘Ik opende mijn deuren voor Europa. In de omgekeerde richting daarentegen bleven ze gesloten. Mijn Londense compositieleraar eiste dat ik ritmes zou weglaten. ‘Dat is zoiets als mijn arm afhakken’, wierp ik tegen. Bij de zomercursus in Darmstadt – ooit het epicentrum van de avant-garde – probeerde men mij in een intellectualistisch keurslijf te persen. Een Latijns-Amerikaanse componist die doceerde in Milaan zei me recht in het gezicht: “Europa zal jouw stukken niet spelen, want jij gehoorzaamt niet aan haar muzikale wetten.” Met die ontluisterende boodschap keerde ik ten slotte terug naar Mexico.’
Openbaring
Ortiz’ openbaring bij het altaar in Chiapas lijkt op de manier waarop Gabriel García Márquez romanschrijver werd. De Colombiaan liep als journalist jaren rond met in zijn hoofd de verhalen over het magische universum van Macondo, het dorp waar zijn familiekroniek Honderd jaar eenzaamheid (1967) zich afspeelt. Het ontbrak hem aan durf om ze op te tekenen. Hij vreesde dat niemand hem en de vrucht van zijn verbeelding serieus zou nemen. En toen las García Márquez De gedaanteverwisseling, de novelle van Franz Kafka uit 1915 over een man die op een ochtend ontwaakt als insect. Op dat ogenblik besefte hij dat in literatuur alles kan en mag. En diezelfde gedachte overviel Ortiz na het zien van dat altaar in Chiapas. Het is sindsdien ook haar leidraad gebleven. En uiteindelijk heeft de muziek haar omarmd, zoals de literatuur García Márquez.
‘Ik had veel ontzag voor wat er toen op muzikaal gebied in Europa gebeurde’, vervolgt Ortiz. ‘Maar ik kon dat pad niet volgen. Het paste niet bij mijn leefwereld. Ik ben niet geboren en opgegroeid in Berlijn of Wenen, maar in Mexico-Stad, een smeltkroes waar het bestaan anders is, waar bouwers bij de aanleg van de metro ontdekten dat onder de grote kathedraal een Azteekse piramide ligt, waar culturen van inheemse volkeren, Spaanse veroveraars en Afrikaanse slaven versmolten zijn. In die tegenstellingen schuilt de magie van mijn land. Mijn ervaring van wat muziek is en betekent, verschilt daardoor wezenlijk van de Europese opvattingen. Ik ben ongeneeslijk Mexicaans. Het componeren was – gedurende mijn verblijf hier dertig jaar geleden – een pijnlijk proces, want ik vervreemdde van mezelf in een wanhopige poging te schrijven wat Europa verlangde.’
Lesgeven
Het belette Ortiz het componeren niet. Ze had haar hele bestaan erop ingericht. ‘Ik wist al jong dat mijn droom een lange adem zou vergen. Dus was financiële zekerheid belangrijk. Om niet van de grillen van de klassieke markt afhankelijk te zijn, en omdat mijn ouders niet rijk zijn, ging ik lesgeven aan de Universiteit van Mexico. Onderwijzen is dankbaar werk, want het leert een mens veel. Dat inkomen gaf me bovendien de vrijheid en ruimte om mijn eigen stem als componist te zoeken. Dat is van wezenlijk belang voor kunstenaars.’
Als onderdeel van haar residency zal Ortiz in Amsterdam lesgeven aan jonge componisten. ‘En dan zal ik ook benadrukken hoe belangrijk het is jezelf te ontdekken. Componisten gaan een jarenlange en diepgravende reis tegemoet, waarin ze telkens angsten onder ogen moeten zien en waarin ze moeten leren vertrouwen op hun zielservaringen. De enige manier om het bestaan te begrijpen, is om het te leven. Ook componist kun je alleen worden door het te doen.’
De jaarlijkse componistenresidency wordt mogelijk gemaakt door een particuliere donatie in een daartoe in het leven geroepen Fonds op Naam bij Het Concertgebouw Fonds.






