


Benjamin Grosvenor: zingen op de piano
vr 16 jan 2026 - 5 minuten leestijd - Tekst: Frederike Berntsen - Foto: Marco Borggreve
Voor zijn tweede solorecital in de Kleine Zaal stelde de Engelse pianist Benjamin Grosvenor een programma samen met muziek die hem na aan het hart ligt. Een gesprek over de kleurrijke taal van Ravel, de liefdesperikelen van Schumann en een oude Concertgebouwvleugel.
‘Ravel is de perfecte muziek om in te spelen, om te horen hoe de vleugel in een zaal klinkt’, zegt Benjamin Grosvenor. Op een woensdagmorgen zit hij in de Kleine Zaal. Het foedraal is gedeeltelijk van de vleugel, kleurrijke klanken uit Maurice Ravels Gaspard de la nuit vullen de lege ruimte. Dit stuk staat op het programma dat Grosvenor samenstelde voor zijn tweede solorecital.
De Kleine Zaal is intiem, dat is fijn, zo dicht bij je publiek
Hij was al vaker in Het Concertgebouw, maar niet altijd in zijn uppie op het podium. ‘Die eerste keer, in 2012, weet ik nog. Ik was eenentwintig. Zo’n gebouw met zo’n geschiedenis, daar ben je je als musicus wel van bewust. De Kleine Zaal is intiem, dat is fijn, zo dicht bij je publiek. Ik weet nog dat ik me direct volledig op mijn gemak voelde.’ Een recital vindt hij aantrekkelijk, over kamermuziek is hij gepassioneerd. ‘Samenwerken met anderen, een muzikale dialoog hebben, vind ik heerlijk.’
Steinway uit 1975
Met de Kleine Zaal heeft Grosvenor nog een andere band. Hij heeft thuis een vleugel die er ooit dienstdeed. ‘Wie weet welke grootheden er vroeger op hebben gespeeld.’ Grosvenor heeft het instrument van een Engelse dame. Het ging niet direct van Amsterdam naar Londen, zijn woonplaats. ‘We laveren om de vleugel heen, zo groot woon ik nu ook weer niet’, grinnikt hij. De vleugel is uit 1975. Steinway maakt altijd goede vleugels, maar de instrumenten uit de jaren zeventig zijn voor Grosvenor net wat aantrekkelijker dan die ervoor en erna gebouwd zijn. ‘Mijn vleugel heeft een lichte aanslag, die past bij mijn fysiek. Een piano moet ook iets gedistingeerds hebben, een echte persoonlijkheid zijn die je wilt leren kennen. Ik zou mijn vleugel graag in een ruimere omgeving horen, en er op een bepaald moment concerten op willen spelen. Ik heb het instrumentnummer voor je, zouden we iets over de speelgeschiedenis te weten kunnen komen?’
Een piano moet ook iets gedistingeerds hebben, een echte persoonlijkheid zijn die je wilt leren kennen
Op zijn elfde won Benjamin Grosvenor de pianofinale van de BBC Young Musician Competition, met negentien jaar soleerde hij voor het eerst tijdens de BBC Proms. Niet lang daarna tekende hij bij platenlabel Decca. Grosvenor werd als jongste van vijf broers geboren in Westcliff-on-Sea, Essex. De natuur is belangrijk voor hem. Tijdens vakanties in zijn jeugd werd er iedere dag een lange wandeling gemaakt. Ook vanuit zijn Londense wijk kan hij zo naar buiten.
De eerste pianolessen kreeg Grosvenor van zijn moeder. ‘Mijn latere leraar, Christopher Elton, zong de muziek altijd in de les, en dat is voor mij van groter belang geweest dan ieder wijs woord. Muziek is zingen, als je de muziek zingt wordt er zoveel duidelijk: de lijn, de articulatie, de intonatie. Op de een of andere manier ben je dan weg van de piano en keer je je meer in jezelf, je gaat terug naar de natuurlijkste vorm van muziek maken. Ik vind langs die weg veel uit, zonder de boel te intellectualiseren.’
Als je de muziek zingt wordt er zoveel duidelijk: de lijn, de articulatie, de intonatie
Voor zijn recital bereidt hij Ravel voor, maar ook Schumann, Beethoven en Skrjabin. ‘Ik heb het mezelf niet gemakkelijk gemaakt met mijn programma’, zegt hij bescheiden. Schumanns Fantasie in C noemt hij episch, de spanningsboog is enorm. Onderweg zijn er vele pianistische uitdagingen, en ondertussen probeer je de lijn van begin tot eind vast te houden. ‘Robert Schumann schreef zijn Fantasie toen hij zeer verliefd was op Clara, ze waren aan het daten. Maar de vader van Clara was tegen een huwelijk. Hun gevoelens, de turbulentie van die tijd hoor je terug in het stuk, vooral in het eerste deel.’
Monument voor Beethoven
De Fantasie is ook een monument voor Ludwig van Beethoven. Schumann schreef het werk om te helpen geld in te zamelen een standbeeld in Bonn; ook Liszt was erbij betrokken. Aan het slot van het eerste deel citeert hij uit Beethovens liedcyclus An die ferne Geliebte. Ook Beethoven staat op het programma: de ‘Mondschein’-sonate. De titel is niet van de componist zelf, maar spreekt wel aan.
Skrjabin heeft opgeschreven wat hij wilde verklanken: de zee, het maanlicht dat in het water schittert
‘Misschien is dit daarom een van zijn beroemdste sonates. Maar de echte maneschijn zit in Skrjabins Tweede pianosonate, de directe Beethoven-invloed hoor je in het eerste deel, dat langzaam is. Ook de “Mondschein” begint met een langzaam deel, wat destijds zeer ongewoon was. Aleksandr Skrjabin heeft opgeschreven wat hij wilde verklanken: de zee, het maanlicht dat in het water schittert. Het eerste deel is volgens de componist, die bij bepaalde toonsoorten kleuren zag, blauwwit, de kleur van het maanlicht. Het tweede deel is een soort storm. En dat terwijl Skrjabin de eerste twintig jaar van zijn leven geen zee heeft gezien! Die eerste keer was dus een heel krachtige ervaring. Rond die tijd trouwde hij ook, maar niet van de ene op de andere dag. Ik hoor rondom zijn liefdesperikelen eenzelfde soort turbulentie terug als bij Schumann.’
Subtiele nuances bij Ravel
Maar die Ravel. ‘Hoor, dit is zulke krachtige muziek. Het is misschien wel een van de moeilijkste stukken in het pianistenrepertoire. Alles wat technisch is, moet je zo goed beheersen dat je alleen maar hoeft te werken aan de subtiele nuances, waar de muziek bol van staat. Pianist Arturo Benedetti Michelangeli [1920-1995, red.] zei dat geen enkel instrument goed genoeg was voor Gaspard. Je moet er echt een vleugel met een grote klankreikwijdte voor hebben. Van deze pianosuite vind ik Le gibet, het tweede deel, het mooist. Het heeft iets hypnotiserends, net als het langzame deel uit het Pianoconcert in G, Ravel verlengt de tijd. Gaspard speel ik al heel lang, het is zo’n evocatief stuk door de gedichten van Aloysius Bertrand die eraan ten grondslag liggen, ik kan daar geen genoeg van krijgen.’
‘Dit is een programma dat me na aan het hart ligt. Alleen Chopin staat er niet op, hij was mijn eerste liefde. Als pianist werk ik heel solistisch, daarmee bedoel ik dat ik veel tijd alleen doorbreng met studeren. Ik ben aangesloten op de wereld, en ook weer niet. De stukken die ik speel zijn tijdloos en passen in elk tijdperk, en iedere luisteraar haalt er wel iets uit, al kan ik nooit voorspellen wat precies.’
Als pianist werk ik heel solistisch. Ik ben aangesloten op de wereld, en ook weer niet
Tijd om te studeren. Grosvenor stapt van Ravel over op Serge Rachmaninoff, diens Tweede pianoconcert speelt hij op de dag van het interview [25 november jl., red.] in de Grote Zaal met Sinfonia of London. ‘Grappig, als ik zelf muziek maak, ben ik mijn strengste criticus en eis ik perfectie, maar ik eis dat niet van anderen. Veel opnames waar ik gek op ben, zitten vol onvolkomenheden. Op de een of andere manier hanteer ik voor mezelf niet dezelfde normen. Ik doe mijn best, maar ik wéét dat perfectie onmogelijk is.’





