Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Coltrane cg c Ed van der Elsken edit kopie4

Hemel, hel en universum: John Coltranes revolutie in Het Concertgebouw

wo 15 jul 2026 - 6 minuten leestijd - Tekst: Lonneke Tausch - Foto: Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum

Vier keer trad John Coltrane (1926-1967) op in de Grote Zaal. Nu hij honderd geworden zou zijn staat Het Concertgebouw met vier verschillende eerbetonen stil bij de muziek van de vernieuwende Amerikaanse jazzsaxofonist. 

John Coltrane maakte zijn Concertgebouwdebuut tijdens een nachtconcert op 9 april 1960 als lid van het Miles Davis Quintet. Coltranes nieuwste platen uit 1959 – Coltrane Jazz, waarop hij zich toelegt op dubbeltonen, en Giant Steps, waarop hij ongebruikelijke akkoordprogressies paart aan een zelf ontwikkelde improvisatietechniek op basis van vaste patronen (pattern running) – waren in Europa nog niet verkrijgbaar. Dat gold ook voor Kind of Blue van Miles Davis (met Coltrane op tenorsaxofoon, slechts twee weken vóór Giant Steps opgenomen), waarmee de trompettist zijn modal improvising introduceerde. Toen deze revolutionaire albums eenmaal Europa hadden bereikt, werden ze ook daar al snel populair.

 

Maar in april 1960 waren de Nederlandse concertgangers nog nauwelijks bekend met deze nieuwste jazzrichtingen. Velen waren geschokt door de toen letterlijk ongehoorde, ver afdwalende improvisaties, meer nog van Coltrane dan van Davis. Die nacht in Het Concertgebouw verlieten luisteraars voortijdig de zaal, zich er nog niet eens van bewust dat Coltrane eerder op de avond in het Kurhaus in Scheveningen nog veel experimenteler uit de hoek was gekomen. Het Parool formuleerde het eufemistisch: ‘Coltrane (…) stelde hoge eisen aan het opnemings- en bevattingsvermogen van de luisteraar.’

Eigen bands

De volgende drie optredens van Coltrane in Het Concertgebouw waren op eigen titel: op 19 november 1961 in kwintet- en op 1 december 1962 en 26 oktober 1963 in kwartetformatie. Dat kwartet had beide keren dezelfde bezetting: John Coltrane op tenor- en sopraansaxofoon, McCoy Tyner op piano, Jimmy Garrison op bas en Elvin Jones op drums. In het kwintet van 1961 speelde bovendien Eric Dolphy (altsaxofoon/basklarinet/fluit) en was Reggie Workman de bassist. De twee kwartetoptredens waren nachtconcerten. Tijdens het avondconcert van het kwintet trad na de pauze het Dizzy Gillespie Quintet op. Alle keren was de Nederlandse jazzpers erbij.

John Coltrane in Het Concertgebouw, 19 november 1961 © Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum

Avant-garde

Tijdens het concert van 1961 kreeg Coltrane een Edison uitgereikt voor Giant Steps, hét bewijs dat zijn Amerikaanse opnames inmiddels ook de Nederlandse markt hadden veroverd. Er was reikhalzend uitgekeken naar zijn komst. Al nam de Volkskrant in een voorbeschouwing een disclaimer op: ‘Degenen die niet zijn ingesteld op de muzikale buigingen in de moderne jazz zullen Coltrane niet waarderen. Zij vinden zijn spel misschien te onbeheerst of te avantgardistisch.’ Toch sprak de Twentsche Courant achteraf van een ‘geestdriftig publiek’. Michiel de Ruyter van Het Parool begon zijn nabespreking nog nazuchtend van wat hij had meegemaakt: ‘Moe, bijzonder moe was het grote aantal Nederlandse jazzmusici dat zich zondagnacht tussen het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw bevond, omdat die – juist als insiders – veel meer te horen kregen dan te verwerken was.’ Zelf had de recensent Coltranes muziek ook niet gemakkelijk gevonden, al was hij er volledig door gegrepen: ‘Verbijsterd, vertwijfeld, soms ook wel ontroerd, maar in ieder geval van de eerste tot de laatste noot volkomen geboeid heb ik naar deze muziek m o e t e n luisteren, je bent gevangen tot het uit is, en je w i l je laten vangen. (…) Het geheel wordt zodoende tot een niet meer te bevatten complexiteit, waarvan men het liefst maar zoveel mogelijk indrinkt zonder te willen analyseren, een elixer dat tijd en plaats volkomen doet vervagen.’

John Coltrane neemt de Edison in ontvangst tijdens zijn concert op 19 november 1961 in Het Concertgebouw © Dave Brinkman

Voor en tegen

Een jaar later was Coltrane terug in Amsterdam. Het Algemeen Handelsblad kopte op 3 december 1962: ‘John Coltrane Kwartet een evenement’ en sprak van ‘vier compromisloze jazz-musici die hier van de eerste tot de laatste minuut het beste gaven wat zij hadden, niet voor het publiek maar voor elkaar en zichzelf.’ Constant Wallagh van het Algemeen Dagblad was al net zo onder de indruk: ‘Wanneer men de jongste jazzmuziek plaatst in een soort niemandsland van ongekende mogelijkheden, een schemerig terrein vol onverwachte erupties, kan worden gezegd, dat het optreden van John Coltrane en zijn kwartet een historische gebeurtenis was. (…) Hij is behept met het technische gemak, de virtuositeit, waarmee voorgangers als Parker, Gillespie en Monk hun instrument ondergeschikt maakten aan de boodschap die zij aan de geschiedenis van de jazz konden meegeven. Het is daarom zo belangwekkend en meeslepend omdat men wat Coltrane betreft nu nog de essentie van zijn experiment in het hart van de nieuwe evolutie kan meebeleven.’

De nieuwe wegen die Coltrane was ingeslagen, konden in Trouw op geen enkele bijval rekenen. De kop rept al van ‘barbaars geweld’, en de recensent houdt zich ook verder niet in: ‘Coltrane’s improvisaties verwijderen zich zó ver van het harmonisch schema, dat geen zinnig mens er meer een touw aan vast kan knopen. De bizarre wendingen en de ongebreidelde notenstroom (…) rechtvaardigen de conclusie: de man doet maar wat. Dit alles geschiedt met een niet eens feilloze technische beheersing en een lelijke en kleurloze toon, die geen nuances kent. (…) Maar vergis u niet, lezer: Coltrane wordt vandaag in toonaangevende jazzkringen niet alleen au serieux genomen, doch opgehemeld tot een vernieuwer, tot een der allergrootsten van ’t jazzpodium. In Nederland liet men ’t zelfs zover komen, dat deze muziekklodderaar met een Edison werd vereerd (…). Voor mij is het onbegrijpelijk dat nuchter denkende lieden bereid blijken achter valse profeten als Coltrane aan te hollen.’

Wat mij betreft gingen hemel, hel en universum tegelijk open – een gewaarwording die ik niet kan beschrijven

Terwijl De Gooi- en Eemlander een ‘fijn concert’ beschrijft, met ‘subliem spel’, lijkt Michiel de Ruyter van Het Parool er niet zo goed grip op te krijgen: ‘Het is een over het algemeen genomen uitzonderlijke dynamische muziek met een haast hypnotiserende werking, men krijgt hier sterk het gevoel dat jazz hier terug gebracht is naar een oorspronkelijke functie van de muziek, een magische. Men kan de wetten van deze nieuwe jazz nauwelijks overzien nog, alleen luisteren, gevangen worden en ondergáán. (…) Wat mij betreft gingen hemel, hel en universum tegelijk open – een gewaarwording die ik niet kan beschrijven.’

Revolutie

De Ruyter verwelkomde Coltrane op Schiphol op zaterdagmiddag 26 oktober 1963; een foto van die ontmoeting haalde de voorpagina van de Leeuwarder Courant. Henk Huurdeman meldt in de Volkskrant van 28 oktober dat het eerste kwartier van het concert in de uitverkochte zaal ‘bijna volledig de mist in ging’ door ‘lawaaierige laatkomers, sluipschietende fotografen en onvolwassen herrieschoppers’. 

Foto uit de Leeuwarder Courant van 28 oktober 1963: John Coltrane (links) wordt van Schiphol opgehaald door jazzpresentator en -recensent Michiel de Ruyter (rechts met bril)

Twee dagen eerder had hij in diezelfde krant zijn zorgen al geuit: ‘Als het Concertgebouw een levend wezen was, zou het huiveren voor de komende nacht. Van twaalf tot twee is het overgeleverd aan de grillen van John Coltrane, zijn drie begeleiders en zijn honderden adepten.’ De Volkskrant-journalist hoorde een ‘kwartet in topvorm’: ‘Deze nacht diende Coltrane zich opnieuw aan als een bezeten bezoeker, die nooit herhaalt wat hij gisteren al vertoonde, maar bij elke nieuwe kennismaking schokt door het onverwachte en stoutmoedige van de rebellie in de jazz. Wie de revolutie goedkeurt, neemt het wapengekletter dat haar vergezelt, op de koop toe. (…) Zijn exuberante blaastrant en harmonische waaghalzerij blijken soms te gortig, maar dienen nooit om een gebrek aan creativiteit of een tekort aan werkelijke techniek te verdonkeremanen.’

Coltrane diende zich aan als een bezeten bezoeker, die nooit herhaalt wat hij gisteren al vertoonde

Het Algemeen Handelsblad beoordeelde het concert van 26 oktober 1963 als ‘subliem’, het Algemeen Dagblad concludeerde dat Coltrane ‘een robuust monument in de wereld van de jongste jazz is geworden. (…) Het door hem opengeploegde terrein lijkt binnen zijn nieuwe begrenzing (ook de jazz heeft zijn noten nodig en de blues blijft ook voor Coltrane de basis van zijn andere wereld) eindeloos. En het is alsof deze bezeten kunstenaar ons daarvan voorlopig nog maar enkele mogelijkheden gunt.’

De jazz van dit Coltranekwartet bevindt zich ongrijpbaar, net boven de top van de piramide

Tegenstanders spraken over Coltrane als ‘de Jezus van de jazz’. Zo niet Michiel de Ruyter van Het Parool: ‘Nadat na het slot de ovaties wat abrupt afgebroken waren, viel een groot deel van het publiek volkomen stil (...) omdat men betoverd was door deze muziek, en die betovering eerst uitgewerkt moest raken voor er weer te praten was. Hoe deze hypnose bewerkstelligd werd? Ik weet het niet. Natuurlijk kan men analyseren, technisch, achteraf: een hoe dan ook vrij zinloos gedoe. Maar het behoort tot de taak van de criticus de lezer duidelijk trachten te maken wat voor jazz er te horen was. (...) Het behoort ook tot de taak van de recensent het gehoorde te kwalificeren, in een perspectief te plaatsen, maar de jazz van dit Coltranekwartet bevindt zich ongrijpbaar, net boven de top van de piramide. En toch, deze muziek was de mooiste muziek. Ik voel dat, ik weet het.’

Magnum opus

Het zou het Concertgebouwpubliek niet vergund zijn Coltranes voortdurende ontdekkingsreis naar nieuwe klankwerelden nogmaals live mee te maken. De baanbrekende saxofonist werd niet ouder dan veertig, maar drukte desalniettemin een onuitwisbaar stempel op de geschiedenis van de jazz. Ruim een jaar na wat zijn laatste Concertgebouwoptreden zou blijken bracht Coltrane A Love Supreme uit, een iconisch geworden plaat van slechts 33 minuten in de vorm van een vierdelige suite. De tracktitels van wat zich laat beluisteren als een gebed voor saxofoon spreken boekdelen: Acknowledgement, Resolution, Pursuance en Psalm. Deze culminatie van Coltranes muzikale en spirituele zoektocht van de voorafgaande jaren, opgenomen op 6 en 9 december 1964 in de kwartetbezetting van zijn laatste twee Concertgebouwoptredens, wordt nog altijd gezien als een van de belangrijkste jazzwerken aller tijden.

Onderdeel van

Bekijk ook eens