Biografie — 7 februari 2020 · 4 minuten leestijd

Verdieping: Het orkest

· tekst Noortje Zanen , foto Stang Gubbels/Art Associates

Orkesten zijn er in allerlei soorten en maten, van kleine barok- of strijkorkesten tot reusachtige symfonieorkesten. Wat is een orkest en hoe is de orkesttraditie ontstaan?

Verdieping: Het orkest

Deel dit artikel

Een orkest is een groep mensen die samen muziek maken. Meestal is sprake van een meervoudige bezetting van de verschillende stemmen, waarbij het instrumentarium kan variëren. In sommige orkesten spelen alleen strijkers of slagwerkers, in andere alleen hout- of koperblazers, maar in de meeste orkesten worden al die verschillende instrumentgroepen juist gecombineerd.

Liefhebbers van orkesten komen bijna dagelijks aan hun trekken in Het Concertgebouw. Naast frequente optredens van onder meer het Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest, is er bijvoorbeeld ook de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten, waarin de beste orkesten van de wereld acte de présence geven in de Grote Zaal. Al deze orkesten zijn voortgekomen uit de ontwikkeling van kleine ad-hocensembles in de renaissance tot professioneel georganiseerde moderne orkesten.

Het Griekse woord ‘orchestra’ verwijst naar de dansplaats in het amfitheater waar werd gezongen en gedanst

Een beknopte beschrijving van die ontwikkeling begint bij de Griekse oudheid. Het Griekse woord ‘orchestra’ betekent ‘dansplaats’ en verwijst naar de plaats in het amfitheater waar werd gezongen en gedanst, een halfcirkelvormige ruimte tussen het toneel en de toeschouwersruimte in. In de middeleeuwen verdwijnt deze term. Daarna refereert hij aan de plaats waar de instrumentalisten zitten in het theater, tegenwoordig ook wel de orkestbak genoemd. Pas in de loop van de achttiende eeuw verschuift de betekenis van ‘de locatie van de musici’ naar ‘de musici zelf en hun identiteit als ensemble’, aldus de Franse filosoof Rousseau in zijn beroemde Dictionnaire de musique uit 1768.

De overgang van gelegenheidsensembles naar meer gestructureerde orkesten verliep heel geleidelijk en verschilde per regio. Er bestaat geen begindatum van ‘het eerste orkest’. Voordat de term ‘orkest’ in omloop kwam waren er in Europa al diverse muziekgroepen actief die als orkest functioneerden, aangeduid met termen als capella, Kapelle en les violons. De kern bestond uit een verzameling van strijkers, begeleid door één of meer toetsinstrumenten en vaak ook een fagot. Overige blazers werden ad hoc en in kleine aantallen toegevoegd.

Een van de beroemdste orkesten uit de achttiende eeuw was het hoforkest in Mannheim

Een van de beroemdste orkesten uit de achttiende eeuw was het hoforkest in Mannheim, een trekpleister voor componisten en virtuoze instrumentalisten die zich in één instrument hadden bekwaamd. Het orkest besteedde veel aandacht aan een uniforme speelstijl, bijvoorbeeld door allemaal precies dezelfde dynamiek te spelen en dezelfde versieringen te gebruiken en door alle strijkers precies dezelfde kant op te laten strijken. Het was waarschijnlijk ook het eerste orkest dat klarinetten toevoegde aan de blazersgroep en dat de blazerspartijen belangrijker maakte. De zogenaamde ‘Mannheimer speelstijl’ verbreidde zich over Europa en vormde de basis voor de ontwikkeling van orkesten in de tijd van het Weense classicisme van Haydn, Mozart en Beethoven.

Het was een overgangstijd waarin achttiende-eeuwse bezettingen en speelstijlen werden gecombineerd met nieuwe, grotere bezettingen en vooruitstrevende orkestraties. De blazers (dubbel bezette fluiten, hobo's, klarinetten, fagotten en vaak ook hoorns en trompetten) werden even belangrijk als de strijkers en toetsinstrumenten, zoals het orgel en het klavecimbel, verdwenen uit het orkest.

Met de geboorte van het negentiende-eeuwse symfonieorkest, afhankelijk van de organisatievorm ook wel aangeduid als filharmonisch orkest, ontstond het orkest in de ‘moderne’ vorm zoals we dat tot op de dag van vandaag kennen. Opvallende kenmerken zijn de standaardisering van het repertoire (een avondvullend concert met een ouverture, een soloconcert en na de pauze een symfonie) en de professionalisering van de organisatie.

Met de opkomst van het symfonieorkest ontstond een nieuwe rol voor de dirigent

Musici kwamen vast in dienst, repetities en concerten vonden plaats op vaste tijden in dezelfde concertzaal en de administratie en het budget werden beheerd door experts. De belangrijkste verandering vond echter plaats op het artistieke vlak. Tot de negentiende eeuw werden orkesten geleid door de concertmeester of de toetsenist van het gezelschap, waarbij de andere musici ook invloed hadden op de artistieke interpretaties. Soms stond er iemand voor het orkest zonder een instrument in zijn hand, maar die gaf dan alleen de maat aan om de boel bij elkaar te houden. Met de opkomst van het symfonieorkest ontstond een nieuwe rol voor de dirigent: deze zwaaide niet alleen de maat met zijn dirigeerstokje, hij legde ook zijn artistieke interpretatie op aan het orkest.

In wezen vormt het negentiende-eeuwse symfonieorkest nog steeds de basis van onze orkestpraktijk. De organisatie, de orkestbezetting en de programmering zijn over het algemeen onveranderd gebleven, al zijn de concerten uitgebreid met radio-, tv- en cd-opnames en buitenlandse tournees. Als reactie op de steeds grotere bezettingen van symfonieorkesten met hun traditionele programmakeuzes zijn er de afgelopen decennia ook andere soorten orkesten ontstaan. Denk aan barokorkesten die streven naar een historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk of kamerorkesten met wisselende, kleine bezettingen, vaak gespecialiseerd in hedendaags repertoire. Een blik op de agenda en de verkoopcijfers van Het Concertgebouw bewijst echter dat het symfonieorkest nog altijd populair is.

Eerste vrouwelijke orkestleden

Oorspronkelijk was het symfonieorkest een mannelijke aangelegenheid. In de Verenigde Staten werden de eerste vrouwelijke orkestleden aangenomen tijdens de Tweede Wereldoorlog toen veel mannen afwezig waren. Het Concertgebouworkest was opvallend modern toen de eerste vrouw in 1890 aantrad. In 1945 stond de teller op 21. Bij de Berliner Philharmoniker duurde het officieel tot 1982 en bij de Wiener Philharmoniker zelfs tot 1997. Wereldwijd groeit ook het aantal vrouwelijke dirigenten.

Monsterorkesten

Het traditionele symfonieorkest bestaat gemiddeld uit tachtig tot honderd musici. Er bestaan ook composities waarin de orkestbezetting flink wordt uitgebreid. Mahlers Achtste symfonie kreeg de bijnaam ‘Sinfonie der Tausend’ omdat het aantal musici op het podium in sommige uitvoeringen de duizend benaderde. Voor een uitvoering van Wagners Der Ring des Nibelungen is bijvoorbeeld ook een monsterorkest nodig, met een bataljon koperblazers, zes harpen en achttien ijzeren hamers.

De dirigent als artistiek leider

Mendelssohn was waarschijnlijk de eerste dirigent die de maat met een houten stokje aangaf. Berlioz werd gezien als de eerste virtuoze dirigent. Hij noemde het orkest ‘een intelligente machine, bespeeld door de dirigent als een immense piano’. Wagner was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de artistieke rol van de dirigent. In zijn controversiële en invloedrijke interpretaties van Beethovens symfonieën introduceerde hij een flexibele slag, fluctuerende tempi en eigen gekozen dynamische verschillen.

Kom luisteren


  • Vrijdag 5 juni 2020


    • West Side Story - live in concert

      Vrijdag 5 juni 2020 20:15Grote Zaal

      Nederlands Philharmonisch Orkest, Ryan Bancroft, Laetitia Gerards (sopraan)
      Nederlands Philharmonisch Orkest, Ryan Bancroft, Laetitia Gerards (sopraan), Linard Vrielink (tenor)

  • Zaterdag 6 juni 2020


    • Hamlet: smashing opera van Brett Dean

      Zaterdag 6 juni 2020 13:30Grote Zaal

      Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor, Markus Stenz (dirigent)
      Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor, Markus Stenz (dirigent), Klaas Stok (koordirigent), Allan Clayton (tenor, Hamlet), Kathryn Lewek (sopraan), Jeffrey Lloyd-Roberts (tenor, Polonius), Jacques Imbrailo (bariton), Rosie Aldridge (mezzosopraan), Rupert Enticknap (countertenor, Rosencrantz), Christopher Lowrey (countertenor, Guildenstem), Henk Neven (bariton), John Tomlinson (bas), Rod Gilfry (bariton), Rupert Charlesworth (tenor, Laertes)
      B. Dean
      B. Dean Hamlet
    • West Side Story - live in concert

      Zaterdag 6 juni 2020 20:15Grote Zaal

      Nederlands Philharmonisch Orkest, Ryan Bancroft, Laetitia Gerards (sopraan)
      Nederlands Philharmonisch Orkest, Ryan Bancroft, Laetitia Gerards (sopraan), Linard Vrielink (tenor)

  • Woensdag 10 juni 2020


    • Concertgebouworkest speelt Bruckners Symfonie nr. 5

      Woensdag 10 juni 2020 20:15Grote Zaal

      Concertgebouworkest, Christian Thielemann (dirigent)
      Concertgebouworkest, Christian Thielemann (dirigent)
      Bruckner
      Bruckner Symfonie nr. 5 in Bes

  • Donderdag 11 juni 2020


    • Concertgebouworkest speelt Bruckners Symfonie nr. 5

      Donderdag 11 juni 2020 20:15Grote Zaal

      Concertgebouworkest, Christian Thielemann (dirigent)
      Concertgebouworkest, Christian Thielemann (dirigent)
      Bruckner
      Bruckner Symfonie nr. 5 in Bes
Wij raden u aan om uw concertkaarten te bestellen via een andere browser. Gebruik hiervoor Chrome, Firefox, Safari, Edge of Internet Explorer versie 10 of hoger.