Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Jpeg optimizer Isaac Lottman 2

Cellist Isaac Lottman: ‘Ik ben een dagdromer’

wo 26 aug 2026 - leestijd 4 minuten - Tekst: Liesbeth Houtman - Foto: Sarah Wijzenbeek

Eigenlijk wilde hij voetballer worden, maar hij koos voor de muziek. Cellist Isaac Lottman (2003) treedt in december op in de serie Jonge Nederlanders. ‘Musiceren is ook topsport.’

Een paar dagen voor dit interview kreeg Isaac Lottman aan het einde van de middag een telefoontje van Het Concertgebouw: of hij diezelfde avond wilde invallen voor de ziek geworden Alexander Warenberg. Lottman hoefde niet lang na te denken. ‘Alexander zou samen met zijn zus, mezzosopraan Maria Warenberg, en pianist Pallavi Mahidhara een recital geven in de Kleine Zaal. De musici ken ik goed, dus ik dacht: dat doe ik met liefde.’

Het was slechts een van de chaotische gebeurtenissen van de afgelopen week in het leven van de jonge cellist. Op zondagochtend keerde hij terug van een vakantie in Lissabon met zijn oude schoolvrienden. De dag erna speelde hij met pianist Eduard Preda in het Grachtenfestival. Ook zou hij daar optreden met zijn twee jaar oudere zus Yente, violist. ‘Maar zij zat vast in Italië vanwege de uitbraak van de Etna.’ Een invaller sprong op het laatste moment in.

Twee weken zonder cello

Lottman, T-shirt, korte broek en slippers, zit er die vrijdagmiddag desondanks ontspannen bij in een van de foyers van Het Concertgebouw. Twee weken was hij op stap zónder cello. ‘Dat heb ik in mijn leven maar één keer eerder gedaan.’ Hij lacht: ‘Ik heb wel even getwijfeld: ben ik nog wel in vorm? Maandag pakte ik mijn strijkstok en dacht: hoe werkte het ook alweer?’

Lottman groeide op in Amsterdam, in een muzikaal en creatief gezin. Zijn vader is violist bij het Nederlands Philharmonisch, zijn moeder is kunstenaar. ‘Rond haar dertigste begon zij met cellospelen. Ik hoorde haar studeren en mocht ook wat tokkelen.’ Op zijn derde ging hij op les bij een collega van zijn vader. ‘Ik begon met een 1/32-cello, eigenlijk een altviool met een pin.’ Toen hij dertien was, werd hij toegelaten tot de Sweelinck Academie voor jong talent. Onlangs behaalde hij bij Pieter Wispelwey zijn bachelordiploma aan het Conservatorium van Amsterdam. ‘Pieter was de afgelopen zes jaar niet alleen mijn leraar, maar ook mijn mentor. Hij heeft voor mij heel veel betekend.’

Eerst droomde hij van voetbal

Eigenlijk wilde hij voetballer worden. ‘Dat was mijn droom toen ik op de middelbare school zat. Elk moment dat ik niet hoefde te studeren, was ik buiten met mijn vrienden aan het voetballen. Ik speelde ook bij een club. Voetbal lijkt een totaal andere wereld dan die van het cellospelen, maar er is ook een overeenkomst: discipline. Net zoals je dagelijks moet trainen om je balgevoel te verbeteren, ben je als instrumentalist voortdurend bezig je techniek op peil te houden. Musiceren is ook topsport.’

Voetbal lijkt een totaal andere wereld dan die van het cellospelen, maar er is ook een overeenkomst: discipline

‘De cello was er in mijn leven altijd. Er is niet één moment waarop ik wist: ik word cellist. Maar tegen het einde van mijn schooltijd werd ik me bewuster van wat ik met mijn toekomst wilde. Het was coronatijd. Mede dankzij Pieter Wispelwey, van wie ik toen les had in de vooropleiding, ben ik heel fanatiek gaan studeren. Ik luisterde naar opnames van de Sjostakovitsj-concerten, de Bach-suites, die wilde ik allemaal kunnen spelen.’ 

Een muzikale familieband

Toen hij werd gevraagd voor de serie Jonge Nederlanders, wist hij meteen dat hij met zijn zus Yente wilde optreden. ‘We hebben vroeger veel samengespeeld. Onze vader was daarin een grote stimulans. Yente heeft in Londen haar bachelor afgerond. In die periode was het lastig om samen programma’s in te studeren. Maar sinds een jaar is ze terug in Amsterdam. We plannen nu allemaal concerten in aanloop naar ons optreden in de Kleine Zaal.’

Na de pauze deelt Lottman het podium met pianist Thijs Willers. ‘Hij is dit seizoen, net als ik, Jonge Nederlander. Daarom leek het me leuk hem te vragen.’ De twee leerden elkaar vorig jaar kennen bij een herdenkingsconcert rond Sjostakovitsj in de Kleine Zaal. ‘Er was direct een klik.’ Met violist Mara Mostert vormen ze sindsdien het Amstel Pianotrio.

Vriendschap en muziek komen samen

Kamermuziek is zijn grote passie, zegt Lottman. Tot voor kort zat hij in een strijkkwartet. ‘Naast Mara speelde daarin ook Caspar Bellamy viool, de zoon van Pieter Wispelwey. Het zijn mijn beste vrienden. Mara is trouwens de dochter van cellist Maarten Mostert, van wie ik ook les heb gehad. Haar grootouders zijn cellist Dmitri Ferschtman en pianist Mila Baslawskaja, die ons regelmatig hebben gecoacht.’

Ik heb ontzettend veel van het strijkkwartet geleerd

‘We besloten uit elkaar te gaan, zodat ieder zijn eigen weg kon gaan. Strijkkwartet spelen is een intensieve bezigheid, je bent heel direct bij elkaar betrokken. Eigenlijk zou elke strijker in een strijkkwartet moeten spelen. Ik heb er ontzettend veel van geleerd. Het heeft voor mij de basis van het samenspel gelegd voor de rest van mijn leven.’

Een dagdromer met ambities

Voor zijn Jonge Nederlanders-concert koos hij muziek van onder meer Ravel, Chopin en Poulenc. Zijn ogen glimmen: ‘Ik hou veel van Franse muziek. Die is zo dromerig en speels, heel inspirerend. Misschien komt dat omdat ik zelf een enorme dagdromer ben. Op de middelbare school bleven van een les van vijftig minuten me er maar vijftien echt bij. Mijn aantekeningen waren een chaos. Soms dacht ik bij een toets: dat hebben we toch helemaal niet behandeld?’ Hij grinnikt: ‘Dan had ik weer eens uit het raam zitten staren.’

Ik hou veel van Franse muziek. Die is zo dromerig en speels, heel inspirerend

In september neemt hij samen met Thijs Willers deel aan de masterclass voor Jonge Nederlanders van violist Liza Ferschtman. ‘Ze heeft ons vorig jaar gehoord toen we tijdens het Sjostakovitsj-concert samen met Mara het Eerste pianotrio speelden. Nu doen we een stukken van Ravel en Poulenc, die we ook in december zullen uitvoeren. Liza is een idool, haar spel ademt vrijheid. Ik herken daarin veel van de manier waarop haar ouders lesgeven.’

Met oma’s auto op avontuur

Binnenkort begint Lottman aan een nieuw avontuur. Met ingang van het komende studiejaar is hij toegelaten tot de Muziekkapel Koningin Elisabeth, in de klas van Gary Hoffman en Jeroen Reuling. Hij kijkt ernaar uit: ‘Ik wilde altijd al naar het buitenland, om uit mijn bubbel te stappen en een andere stad te leren kennen.’ Hij heeft al een stek gevonden in Brussel. ‘Voor concerten en contact met familie en vrienden zal ik nog regelmatig in Amsterdam zijn. Gelukkig mag ik het autootje van mijn oma gebruiken.’
 

Onderdeel van

Bekijk ook eens