


Francis van Broekhuizen & Joris Nassenstein over Stravinsky: ‘Dit is zo’n supergaaf verhaal’
vr 17 apr 2026 - 5 minuten leestijd - Tekst: Liesbeth Houtman - Foto: Awesta Darwesh
De nieuwe reeks The Story opent met een voorstelling over de roerige Parijse jaren van Igor Stravinsky: een tijd vol artistieke vernieuwing en schandalen. We spreken erover met operazangeres Francis van Broekhuizen, die de rol van verteller op zich neemt, en met concertprogrammeur Joris Nassenstein.
Een paar maanden geleden hoorde Francis van Broekhuizen Stravinsky’s Le sacre du printemps voor het eerst live in de concertzaal. Het Concertgebouworkest speelde, Klaus Mäkelä dirigeerde. ‘Fantastisch! Alleen al dat raadselachtige begin en die stampende ritmes… Ik heb drie kwartier zitten janken. Een mevrouw naast mij zei: “Wat is het mooi, hè. Maar waar gaat het eigenlijk over?” Kijk, ik ben ingeleid: ik ken het verhaal van het schandaal dat dit ballet in 1913 in Parijs veroorzaakte. Dat is onderdeel van de kick. Hoe geweldig is het dan om het publiek juist naar dát moment in de muziekgeschiedenis mee te nemen?’
Persoonlijke fascinatie
Van Broekhuizen is in Het Concertgebouw, waar ze samen met Joris Nassenstein de teksten repeteert voor Stravinsky in Parijs. Het duo werkte eerder samen in een muziektheatervoorstelling over Maria Callas. Hun persoonlijke fascinatie spat er tijdens het gesprek van af. Voortdurend vallen zij elkaar in de rede. ‘O, wat was ik dáár graag bij geweest’, verzucht Nassenstein wanneer we het hebben over de roemruchte première van de Sacre in het Théâtre des Champs-Élysées. Van Broekhuizen, driftig knikkend: ‘Bezoekers gingen met elkaar op de vuist. De politie moest eraan te pas komen. Echt, dit is zo’n supergaaf verhaal.’
Bezoekers gingen met elkaar op de vuist. De politie moest eraan te pas komen
Nassenstein schreef de teksten. Die zal Van Broekhuizen straks op het podium voordragen, terwijl Orkest Phion de muziek speelt. Normaal gesproken vindt een inleiding plaats vóór het concert, bij The Story is die onderdeel van de voorstelling. En dat wérkt, zegt Nassenstein. ‘Het brengt je emotioneel veel dichter bij het verhaal.’
Filmische ervaring
Dat verhaal gaat niet alleen over Igor Stravinsky. Ook andere sleutelfiguren uit de Parijse kunstscene van die tijd komen voorbij: Serge Diaghilev, impresario van de Ballets Russes, de danser Vaslav Nijinksy en de choreograaf Michel Fokine, om maar enkele Russische kopstukken te noemen. Van Broekhuizen: ‘We nemen het publiek aan de hand mee, door het verhaal en door de muziek. Het is een bijna filmische ervaring.’
We nemen het publiek aan de hand mee, door het verhaal en door de muziek
‘Als operazangeres ben ik gewend verhalen te vertellen. En als je dat op een leuke, enthousiaste manier doet, is mijn ervaring, kun je ook een publiek bereiken dat misschien niet zo bekend is met het repertoire. Stravinsky, o dat is zware kost, is vaak de eerste gedachte. Maar als je hem op filmbeelden ziet, dan denk je: wat een toffe gozer! We zijn geneigd kunstenaars op een voetstuk te plaatsen. Tegelijkertijd zijn het ook maar gewoon mensen. Stravinsky hield van whisky, water vond hij iets om je voeten in te wassen. Geestig toch?’
Als je Stravinsky op filmbeelden ziet, dan denk je: wat een toffe gozer!
‘Of neem Nijinksy, die werd gezien als de god van de dans. Maar hij was ook een onzekere jongeman, die tegen wil en dank de geliefde werd van Diaghilev. Hun kunst steeg boven henzelf uit, en daar worden wij nu door opgetild.’

Francis van Broekhuizen en Joris Nassenstein in de Grote Zaal © Awesta Darwesh
Leuke details
Van Broekhuizen en Nassenstein verslonden alles over het onderwerp dat ze maar te pakken konden krijgen: biografieën, literatuur, brieven, films. ‘Er zijn zoveel leuke details te vertellen’, zegt Nassenstein met pretoogjes. ‘We hadden makkelijk een tien uur durende voorstelling kunnen vullen.’
Van Broekhuizen: ‘Wat Joris heel goed kan, is één verhaallijn kiezen. Centraal staat de vriendschap tussen Stravinsky en Diaghilev. De twee kunnen niet met én niet zonder elkaar. Ze krijgen de grootst mogelijke ruzie en spreken elkaar op een gegeven moment helemaal niet meer. Maar ondertussen zorgen ze er wel voor dat ze naast elkaar begraven liggen op San Michele.’
Stravinsky en Diaghilev krijgen de grootst mogelijke ruzie
Nassenstein: ‘De voorstelling begint met vernieuwingsdrang. De Sacre is daarvan de explosie. Al in aanloop naar de première loopt de spanning torenhoog op. Dat spat vervolgens uit elkaar: Nijinksy verraadt zijn mentor en minnaar door met een vrouw te trouwen, en Stravinsky heeft de behoefte om uit te breken.’
Vernieuwingsdrang versus heimwee
Van Broekhuizen: ‘Diaghilev eist exclusieve loyaliteit. Met De vuurvogel krijgen ze roem en na de Sacre stort de onderlinge vriendschap als een kaartenhuis in elkaar. Naast die twee balletten klinken ook kortere stukken. Zo zing ik een aria uit Oedipus rex, over een vadermoord. Stravinsky droeg dit opera-oratorium op aan zijn spirituele vader Diaghilev ter ere van diens verjaardag. Die was allesbehalve gecharmeerd. Hij zei: “C’est un cadeau très macabre, een heel macaber cadeau dat ik hier krijg.”’
Met de Sacre stort de vriendschap als een kaartenhuis in elkaar
Nassenstein: ‘De Russische Revolutie is voorbij en Stravinsky en Diaghilev weten: we kunnen niet meer terug naar Sint-Petersburg. Dan ontstaat er iets heel anders dan vernieuwingsdrang, dan ontstaat er heimwee. Ze kiezen een verhaal van Poeskjin en gebruiken dat voor een neoklassieke opera: Mavra. In de voorstelling is dat een kantelpunt. Viool en piano zetten de melodie in, waarna Francis een volksachtig liedje uit Mavra zingt. Als luisteraar denk je: hé, na al het geweld van de Sacre hoor ik ineens een heel andere klankkleur. En als je dat ook nog kunt terugleiden naar het verhaal, kijk, dan heb je muziektheater.’
Van Broekhuizen: ‘Wij kunstenaars maken dingen omdat we ergens mee bezig zijn in ons leven, omdat we bang zijn voor oorlog bijvoorbeeld. Dat kan een inspiratiebron zijn. Dat hadden die mannen natuurlijk evengoed. Hun gevoelens van heimwee, van nostalgie vertaalden zij in kunst. In plaats van dat muziekanalytisch uit te leggen, laten we het publiek dat heel empathisch beleven. Dat is precies wat we in deze voorstelling willen doen.’
Bezetenheid
Van Broekhuizen en Nassenstein hebben zich in het onderwerp vastgebeten. ‘Gisteren was ik met wat IKEA-spullen in de weer’, zegt Van Broekhuizen. ‘Dan ben ik er even uit. Maar liever leef ik zoveel mogelijk in die tijd. Het is toch een soort bezetenheid die je hebt als musicus, als verteller, als toneelspeler. We zijn allemaal niet goed wijs. Maar het geeft het leven wel sjeu, vind je niet?’

Francis van Broekhuizen: ‘Ik leef momenteel het liefst zoveel mogelijk in de Parijse tijd van Stravinsky’
Op Instagram staat een filmpje waarop Van Broekhuizen bezig is een portret van Stravinsky te schilderen. Het is een van haar manieren om zo dicht mogelijk bij de componist te komen. ‘Dat schilderen is een hobby, ik doe het nu twee jaar. Ondertussen luister ik naar de muziek. Ik ga ook nog een portret van Diaghilev maken. Het geeft me hetzelfde gevoel als wanneer ik een operarol instudeer: ik dompel me helemaal onder in een personage.’
Tijdmachine
Stel: Van Broekhuizen en Nassenstein stappen in een tijdmachine en reizen naar het Parijs van ruim honderd terug. Wat zouden zij Stravinsky dan vragen? Van Broekhuizen: ‘O, joh, ik zou niet weten wat ik moest zeggen. Ik zou flauwvallen, dat had ik al bij Karin Bloemen en André van Duin. Maar ja, wat vraag je dan? Wat heb je gegeten? Misschien: hoe was het om Nijinsky te zien dansen? Zweefde hij echt boven de grond?‘
Wat mij fascineert, is de samenwerking tussen al die kunstenaars
Nassenstein: ‘Over zijn muziek was Stravinsky duidelijk: die was hem van boven ingegeven. Daarover had hij weinig te vertellen. Wat mij fascineert, is het maakproces: de samenwerking tussen al die kunstenaars, het samen knutselen in een repetitielokaaltje, net zoals wij nu aan het knutselen zijn – al wil ik onszelf absoluut niet met hen vergelijken. Dat had ik dolgraag willen meemaken.’
Pianist Caspar Vos kruipt tijdens de voorstelling in de huid van Stravinsky. ‘Hij zal een paar leuke scènes met Francis doen’, verklapt Nassenstein. Boven het orkest hangt een levensgroot scherm in een art-decolijst waarop onder andere filmbeelden en een videokunstwerk te zien zijn. Passende kostuums en een speciaal lichtontwerp maken het theatrale effect compleet.
Als het publiek ook maar even denkt: wat is dit voor een gekkigheid, dan kan de avond niet meer stuk
Het publiek de destijds nieuwe muziek van Stravinsky te laten beleven met de oren en ogen van toen: als dat lukt, is de voorstelling voor Van Broekhuizen en Nassenstein geslaagd. Van Broekhuizen: ‘Ik maak alleen maar dingen waar ik wild van word, waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Als het publiek ook maar even denkt: wat is dit voor een gekkigheid, dan kan de avond niet meer stuk.’
Met stemverheffing: ‘Ik zou iedereen willen toeschreeuwen: deze voorstelling is zo supercool, die móét je meemaken!’
Onderdeel van
Wat is The Story?
The Story is een nieuwe reeks muziektheatervoorstellingen waarin de verhalen achter de grote meesterwerken uit de muziekgeschiedenis worden verteld. Op het podium zit een orkest en er werken één of meer acteurs en andere kunstenaars mee. ‘Theater biedt bij uitstek de mogelijkheid om het publiek mee te nemen naar dat ene moment waar iedereen wel bij had willen zijn’, zegt concertprogrammeur Joris Nassenstein.
De eerste aflevering focust op de Parijse jaren van Stravinsky. Voorstellingen over Beethoven & Napoleon en het veelbewogen leven van Liszt zijn in de maak.






