


In muziek hebben woorden geen gewicht
Het West-Eastern Divan Orchestra debuteert in Het Concertgebouw
di 21 jul 2026 - 6 minuten leestijd - Tekst: Joost Galema - Foto: Monika Rittershaus
Met muziek onwetendheid bestrijden. Dat wil het West-Eastern Divan Orchestra, waarin Israëliërs en Arabieren zij aan zij zitten. Met dirigent en oprichter Daniel Barenboim komt het gezelschap voor het eerst naar Amsterdam. Twee orkestmusici praten over hun ervaringen. ‘We spelen onze beste concerten na moeizame gesprekken.’
Al meer dan een kwarteeuw tonen Israëliërs en Arabieren in het West-Eastern Divan Orchestra hoe de muziek heelt wat de politiek verscheurt. Dat gaat niet zonder over elkaars pijn en trauma te praten. Ook binnen het orkest leven – soms hoogoplopende – meningsverschillen over de toestand in het Midden-Oosten, maar discussies ontaarden er niet in haat of geweld.
In het orkest komen twee kanten van het verhaal samen, zonder naar de wapens te grijpen
‘Het West-Eastern Divan Orchestra is geen verhaal van liefde of vrede’, verklaarde de Argentijns-Israëlische dirigent Daniel Barenboim, die dit ensemble eind jaren negentig begon met de Palestijns-Amerikaanse intellectueel Edward Said (1935-2003). ‘Wij zullen geen vrede brengen, hoe goed we ook musiceren. Divan werd opgericht om onwetendheid te bestrijden. Het is belangrijk dat mensen uit het Midden-Oosten elkaar ontmoeten, elkaar leren kennen en begrijpen. Ze mogen van opvatting blijven verschillen. In het orkest komen twee kanten van het verhaal samen, zonder naar de wapens te grijpen.’
Praten over pijn zonder elkaar te verliezen
De Israëlische altviolist Tal Riva Theodorou en de Libanese cellist Nassib Ahmadieh kunnen de woorden van de oprichter beamen. Beiden spelen al ruim twintig jaar in het West-Eastern Divan Orchestra. ‘De aanslagen van 7 oktober 2023 en de daaropvolgende oorlog in Gaza reten weer veel wonden open, trauma’s waarover gesproken moet worden’, vindt Theodorou. ‘In de gebieden die onder vuur liggen, wonen mensen die ons dierbaar zijn. Maar hoe praat je hierover met iemand wiens pijn lijnrecht tegenover de jouwe staat? Hoe komen we tot een open en veilige dialoog? Hoe lijmen we de scherven van het vertrouwen?’
De erfenis van Barenboim veiligstellen
Het orkest wil een platform bieden voor die vragen, vult Ahmadieh aan. ‘De musici zijn persoonlijk betrokken bij het leed in het Midden-Oosten. Dus we kunnen daarover niet zwijgen. Doorgaans bespreken we één onderwerp per keer. Dan ligt steeds de vraag op tafel: wie zijn wij in deze situatie? De laatste jaren zijn de musici van het eerste uur meer betrokken bij het leiden van deze discussies. Barenboim moedigt ons aan om die rol van hem over te nemen. Hij voelt altijd precies aan wanneer gesprekken te emotioneel of te agressief worden. “Laten we stoppen voordat het uit de hand loopt”, zegt hij dan. Het is nu aan ons om in de gaten te houden of onderlinge krachten en mechanismen gezond of bedreigend zijn. Barenboim heeft helaas niet het eeuwige leven. Wij willen ervoor zorgen dat de Divan-erfenis niet verloren gaat.’
Door praten dichterbij elkaar komen, daar draait het uiteindelijk om
Theodorou knikt. Behalve altviolist is zij consultant op het terrein van diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie. Die kennis en vaardigheden zet zij in bij het West-Eastern Divan Orchestra. ‘Ik geloof in methoden zoals Non-Violent Communication, al blijft die benaming me vreemd in de oren klinken. Het Hebreeuws kent een betere benaming – Tickshoret Mekarevet – die de begrippen communicatie en nabijheid in zich verenigt. Door praten dichterbij elkaar komen, daar draait het uiteindelijk om.’
Twee levensverhalen, één orkest
Iedereen in het orkest draagt zijn of haar eigen geschiedenis mee. Ahmadieh werd eind jaren 1970 geboren in een Libanees gezin in Koeweit. Toen in 1990 Irak dit land binnenviel en de Golfoorlog uitbrak, verhuisden de ouders met hun vier kinderen terug naar Beiroet. ‘Daar ontdekte ik rond mijn dertiende westerse klassieke muziek, want Koeweit kende die traditie niet’, vertelt hij. ‘Ik was meteen verliefd en moest en zou musicus worden. Aanvankelijk werd het viool. Maar op mijn zeventiende, toen ik naar het conservatorium wilde, kreeg ik daar te horen dat men mij al te oud vond voor het instrument. Bovendien waren er al veel aanmeldingen. Maar ze konden nog wel cellisten gebruiken. Het was mijn droom orkestmusicus te worden, dus ik antwoordde: “Welk instrument jullie ook voorstellen, ik doe het.”’
‘Een geluk bij een ongeluk’, glimlacht Ahmadieh. Hij laat zijn handen zien. ‘Met deze dikke vingers was ik niet ver gekomen op de viool.’
Theodorou groeide op in de Israëlische kuststad Ashkelon, ten noorden van Gaza. Haar ouders waren geen musici. Haar vader had zichzelf wel klassiek gitaar leren spelen en haar moeder kreeg al jong pianolessen. ‘Vanaf mijn vijfde jaar namen ze me mee naar het Israel Philharmonic Orchestra, want dat bleek goedkoper dan een oppas. Ik begon op de viool, maar vond mijn muzikale stem pas op de altviool.’
Ik werd niet grootgebracht met angst of haat voor Palestijnen
In haar jeugd ontmoette Theodorou veel Palestijnen, de meesten uit Israël, maar ook sommigen uit Gaza. ‘Sinds mijn tiende ben ik bevriend met een Arabische jongen uit Nazareth. We deelden een lessenaar in het jeugdorkest. Later kwamen we elkaar tegen in het Divanorkest. Ik werd niet grootgebracht met angst of haat voor Palestijnen.’
Een nieuwe horizon voorbij oude beelden
Hoe anders was de ervaring voor Ahmadieh. ‘In Israël groeien Joden en Palestijnen naast elkaar op. Ze hebben hun eigen trauma’s en verdriet, maar ook de kans om elkaar te leren kennen, te ontdekken dat er aan beide kanten goede en slechte mensen zijn. De enige Israëli’s die we na terugkeer in Libanon zagen, waren brute militairen. En veel verder dan dat reikte onze blik niet, want alles wat met Israël te maken had, was verbannen en verboden. Het West-Eastern Divan Orchestra opende in dat opzicht een nieuwe horizon voor mij.’
Mijn nieuwsgierigheid is groter dan mijn angst
Libanon bezat destijds geen klassiek orkest, dus Ahmadieh moest ervaring opdoen in het buitenland. Op het prikbord in het conservatorium zag hij rond de eeuwwisseling een aanmeldingsformulier voor een orkestworkshop in Duitsland met Barenboim. Het werd zijn eerste kennismaking met het ontluikende West-Eastern Divan Orchestra. ‘Eenmaal daar kreeg ik van drie andere Libanese musici in de gang te horen dat er ook Israëli’s meededen. Ik vond dat geen probleem, maar destijds was het in Libanon wettelijk verboden banden met Israëli’s te hebben. We zaten naast elkaar aan de lessenaars. Wat zou er gebeuren wanneer een foto daarvan in Beiroet zou belanden? Werd ik dan gezien als iemand die heulde met de vijand?’
‘Een jaar of vijf later zette Libanon het Divan – en mij – op een zwarte lijst, vreemd genoeg na ons optreden in Ramallah, een concert waarin we onze solidariteit met het Palestijnse volk toonden. Ik studeerde in Duitsland, dus het had niet meteen invloed op mijn bestaan, maar twee jaar lang durfde ik niet meer naar huis. Het voorval leerde me dat zelfs mijn beste bedoelingen om begrip en verzoening te kweken door anderen kunnen worden misverstaan.’
De moed om de ander te leren kennen
Theodorou speelt sinds 2004 in het West-Eastern Divan Orchestra. Kort voordien behoorde een van haar beste vrienden bij de dodelijke slachtoffers van een zelfmoordaanslag. En in die tijd bezocht ze ook het concert van de Staatskapelle Berlin en Barenboim, waar voor het eerst in Israël muziek van Richard Wagner te horen was. ‘Mijn nieuwsgierigheid is groter dan mijn angst’, zegt ze. ‘Ik wil de ander leren kennen, me verzoenen en voorwaarts gaan naar een betere plek, weg van het heilloze pad dat we nu bewandelen. Dat gevoel heeft me altijd voortgedreven. In het West-Eastern Divan Orchestra kan ik me muzikaal en menselijk verbreden en ontwikkelen.’
Ze herinnert zich de eerste keer dat Barenboim een Wagner-partituur op de lessenaars legde bij het Divan: Vorspiel und Liebestod uit Tristan und Isolde. Een gewaagd voorstel, muziek van een rabiaat antisemitische componist. ‘Of we dit wilden uitproberen? We bespraken het in de groep. Mijn familie van moederskant bestaat uit Holocaust-overlevenden. Toch wilde ik het graag. Allerlei emoties overweldigden me bij die eerste repetitie. Na afloop verliet ik in tranen de ruimte. Barenboim kwam vragen hoe het ging. “Ik wil het, maar het roept zoveel herinneringen op”, antwoordde ik. Die hindernis moest ik nemen. Sindsdien speel ik vaker Wagner. Zijn muziek is prachtig.’
Waar woorden ophouden, begint muziek
In de muziek kunnen de orkestleden – hoe politiek tegengesteld ook – elkaar vinden. ‘Want daarin hebben woorden nu eenmaal geen gewicht’, zegt Theodorou. ‘We weten tegenwoordig maar al te goed hoe eenvoudig woorden verdraaid kunnen worden, hoe hun betekenis is bepaald door je levenservaringen en de cultuur waarin je opgroeit. Muziek als taal is grenzelozer, leunt nog sterker op verbeelding, en biedt zo meer ruimte voor verbinding. In muziek moet je jezelf helemaal geven, zonder de ander uit het oog te verliezen. Het gaat om begrijpen en begrepen worden. Ik denk dat we onze beste concerten speelden na moeizame gesprekken, omdat we op zo’n moment allemaal hunkerden naar verbinding.’
In muziek moet je jezelf helemaal geven, zonder de ander uit het oog te verliezen
Ahmadieh: ‘Wij gaan bij het studeren elke dag de strijd aan met onze zwakheden, proberen onszelf te verbeteren. Ik denk dat onze innerlijke bedrading goed is afgestemd op nuances. Musici met een onwrikbare artistieke ideologie komen niet ver in een orkest. Leven met onzekerheden, openstaan voor kritiek, plooibaar zijn vormen een dagelijks bestanddeel van ons leven. Schilders of schrijvers koesteren een eigen herkenbare stijl die hun roem brengt. Zij hoeven zich niet aan te passen. In een orkest daarentegen kun je geen individualist zijn. Wij zijn getraind in het zoeken naar gezamenlijkheid, het overbruggen van verschillen, het passen in een groter geheel.’




