Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Op ontdekkiong 2221

Op Ontdekking: Hoe zit een klassiek concert in elkaar?

vr 15 mei 2026 - 3 minuten leestijd - Tekst: Bart de Graaf

Een kort openingswerk, een soloconcert en na de pauze een symfonie: dat is de blauwdruk van veel concertprogramma’s. Natuurlijk zijn er talloze variaties mogelijk, maar deze vorm kom je vaak tegen. Hoe is die eigenlijk ontstaan? 

Om die vraag te beantwoorden, moeten we de geschiedenis van het concert van dichtbij bekijken. Tot in de achttiende eeuw vonden veel muziekuitvoeringen plaats in kerkdiensten. Neem bijvoorbeeld de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach: eerst de eerste helft, daarna een preek van een uur, gevolgd door de tweede helft. Daarnaast speelde muziek een belangrijke rol aan de hoven, waar de adel eigen musici in dienst had.

Het concert als sociaal evenement

In de loop van de achttiende eeuw ontstond een welvarende middenklasse, die zich een concertkaartje kon veroorloven. Zo bestond het publiek dat de concerten van Wolfgang Amadeus Mozart bezocht uit een mix van adel en rijke burgers. Zij kregen een echt avondje Mozart voorgeschoteld: Mozart was pianist, dirigent, componist en organisator tegelijk. Hij speelde zijn eigen pianoconcerten, maakte met improvisaties van elk optreden iets unieks en programmeerde ook orkestwerken, aria’s en kamermuziek.

De concerten die Mozart organiseerde, konden gemakkelijk drie uur duren

Deze concerten konden gemakkelijk drie uur duren. Het betekende echter niet dat het publiek al die tijd stilzat om geconcentreerd te luisteren. Te laat binnenkomen, te vroeg vertrekken, een beetje rondlopen, met elkaar kletsen: concerten waren in die tijd sociale evenementen, waarbij het ook belangrijk was gezien te worden.

Muziek als kunstwerk

Ook de concerten van Ludwig van Beethoven waren flinke sessies met soms verschillende symfonieën op één programma. Het publiek luisterde aandachtiger, maar pas bij Franz Liszt volgde een ommezwaai. Als een van de eersten verlangde hij stilte tijdens zijn concerten. Met ‘stil’ bedoelde hij overigens écht luisteren, niet muisstil. Gejuich, applaus en geroezemoes, zelfs tijdens stukken, waren nog altijd de standaard. De onnavolgbare virtuositeit van Liszt lokte deze reactie uit. Bovendien was hij de eerste die uit het hoofd speelde en een grote zaal vulde met maar één instrument.

Ondanks de populariteit van grote virtuozen als Liszt en Niccolò Paganini in de negentiende eeuw was er ook een publiek dat meer waarde hechtte aan emotionele diepgang. Zij zagen zichzelf als serieuze muziekkenners en wilden een concert in stilte beleven. Dirigent-componisten als Felix Mendelssohn en Robert Schumann gaven de concerten voor dit publiek vorm. Dat deden ze eerst nog met programma’s die, net als bij Mozart, van alles wat bevatten. Om de lengte van de concerten beheersbaar te houden, stonden er vaak korte stukken op het programma. Zo waren vooral ouvertures van opera’s geliefd, en die vormen vandaag de dag nog altijd vaak het begin van concerten.

Tegelijkertijd ontwikkelden ook de soloconcerten zich verder. Componisten schreven steeds meer concerten die qua virtuositeit en emotionele diepgang het uiterste van de solist vroegen. Denk aan de pianoconcerten van Serge Rachmaninoff. Ook verschenen er veel nieuwe symfonieën. Het ‘serieuze’ publiek wilde die als complete werken beluisteren: geen losse delen als licht vermaak, maar een samenhangend kunstwerk.

De opbouw van een concert

In welke volgorde kun je deze soorten stukken nu het best beluisteren? Meestal hoor je een kort stuk aan het begin. Vaak is dat nog steeds een ouverture, of bijvoorbeeld een modern stuk dat de oren prikkelt. Daarna volgt meestal het soloconcert: hoe emotioneel geladen zo’n werk ook kan zijn, de virtuositeit van een solist is en blijft spectaculair om te zien en te horen. De symfonie wordt als het meest inhoudelijke werk gezien en wordt daarom doorgaans voor het laatst bewaard. Zwart-wit gesteld bouwt het concert dus op van kort naar virtuoos, en na de pauze naar groots en diepgaand.

De symfonie wordt als het meest inhoudelijke werk gezien en wordt daarom doorgaans voor het laatst bewaard

Natuurlijk zijn er tal van uitzonderingen op deze concertvorm. Staat er een lange symfonie van Mahler op het programma, dan kan die gemakkelijk een hele concertavond vullen. En als Yuja Wang meerdere pianoconcerten op één avond speelt, is het programma ook wel gevuld. Soms kiest een concertzaal juist voor een kort en bondig concert, zoals Het Zondagochtend Concert in Het Concertgebouw, dat een uur duurt zonder pauze. Er is dan geen tijd voor een ouverture, een concert én een symfonie.

Concertzalen en orkesten zoeken voortdurend naar manieren om een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Zo combineren ze klassieke muziek soms met andere muziek- of kunstvormen. Welke vormen van concertbeleving horen daarbij? Moet je stilzitten, of is het ook mogelijk dat je tijdens een concert relaxed op een matje ligt? Of dat je je drankje mee de zaal in neemt neemt? Kortom: ‘het klassieke concert’ zal zich altijd blijven ontwikkelen, zodat het meegaat met de tijd en de wensen van het publiek. Zo is en blijft er voor ieder wat wils.
 

Onderdeel van

Bekijk ook eens