


Op Ontdekking: Wat is een symfonie?
do 19 mrt 2026 - 3 minuten leestijd - Tekst: Bart de Graaf
Ta-ta-ta-taaa! Het begin van de Vijfde symfonie van Beethoven is zo beroemd dat het bijna de klinkende definitie van het woord ‘symfonie’ is. Toch bestond het genre al zo’n zeventig jaar toen Beethoven zijn vier beroemde noten op papier zette. Waar komt de symfonie vandaan, en wat ís een symfonie precies?
De belangrijkste bron van de symfonie is de opera-ouverture, een kort stuk dat klinkt voordat de eigenlijke opera begint. Componisten schreven daarin vaak een snelle opening, een langzamere middensectie en tot slot een dansvorm. En daar hebben we de blauwdruk van een driedelige symfonie! De ouvertures werden ook los van de opera uitgevoerd, zoals nu nog steeds gebeurt.
Giovanni Battista Sammartini, een achttiende-eeuwse componist uit Milaan, heeft een van de eerste symfonieën op zijn naam staan. Het ging om een stuk voor eerste viool, tweede viool, altviool en een baspartij voor bijvoorbeeld cello, contrabas en klavecimbel. De delen duurden elk zo’n drie minuten. Het genre symfonie werd vervolgens opgepikt door Johann Stamitz, die het hoforkest van Mannheim leidde. Hij voegde een extra deel toe tussen het tweede en derde deel. Dat was meestal een menuet: een lichter, dansant tussendeel.
Haydn, Mozart en Beethoven
Dat was de stand van zaken toen de ‘vader van de symfonie’ zich met het genre ging bezighouden: Joseph Haydn. Hij componeerde maar liefst 104 symfonieën en vooral zijn laatste twaalf ‘Londense’ symfonieën worden nog altijd vaak uitgevoerd. Haydn breidde de symfonie uit tot een stuk van ongeveer een half uur voor strijkers én blazers: fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn en trompet, en ook pauken klonken steeds vaker in het orkest. Ook Mozart deed een flinke duit in het zakje met vooral zijn Symfonie nr. 41, die later de bijnaam ‘Jupiter’ kreeg: een groots werk met een krachtige openingsfanfare, een expressief middendeel en een spectaculaire finale.
Haydn breidde de symfonie uit tot een stuk van ongeveer een half uur voor strijkers én blazers
En toen was daar Beethoven. Met zijn ongeveer vijftig minuten durende Derde symfonie, ook wel ‘Eroica’ genoemd, verlegde hij alle grenzen. Vanaf het begin is een woelige strijd te horen. Hiermee verwijst Beethoven naar de strijd van Napoleon, aan wie hij het werk aanvankelijk opdroeg. Het stuk gaat echter ook over Beethovens innerlijke strijd tegen zijn doofheid. Een strijd die hij uiteindelijk overwon: volledig doof vond hij toch nog de kracht om zijn Negende symfonie te componeren en af te sluiten met de Ode an die Freude. Die schreef hij voor orkest én koor én solozangers, een primeur.
Hoe nu verder?
Beethovens Negende symfonie was het einde van de muziekgeschiedenis, zo vreesden velen. Want wat valt hier nog aan toe te voegen? Het antwoord op deze vraag kwam van Hector Berlioz. In zijn Symphonie fantastique verklankte hij een spannend liefdesverhaal, gebaseerd op zijn eigen obsessieve liefde voor de Ierse actrice Harriet Smithson. Een soort soundtrack, maar dan zonder film. De volgers van Berlioz, zoals Franz Liszt, lieten de traditionele vierdelige symfonische vorm los.
Ondertussen ontwikkelden Johannes Brahms en Anton Bruckner de symfonie wél verder. Brahms worstelde jarenlang met de erfenis van Beethoven en kwam uiteindelijk tot vier symfonieën, die nog altijd veel worden uitgevoerd. Bruckner componeerde lange symfonieën met sterke koperblazers en mystieke momenten, zoals aan het begin van zijn onvoltooide Negende symfonie. Daarmee haalde Bruckner alles uit de kast om God te eren.
Een symfonie is als de wereld en moet alles omvatten
Nog een schepje erbovenop deed Gustav Mahler. ‘Een symfonie is als de wereld en moet alles omvatten’, zei hij. Dat leidde tot reusachtige composities, zoals zijn zesdelige Derde symfonie. Beginnend met een overweldigende oerkracht verklankt Mahler in dit stuk natuur, dieren en mensen, om uiteindelijk bij engelen en de hemel uit te komen. Met zo’n uur en veertig minuten is het nog altijd de langste symfonie in het standaardrepertoire. Qua bezetting is de Achtste symfonie, bijgenaamd ‘Symphonie der Tausend’, ongeëvenaard: Mahler zette een enorm orkest en verschillende koren in in een vergeefse poging zijn vrouw Alma voor zich terug te winnen.
De symfonie opnieuw uitgevonden
Groter dan Mahler kon haast niet en dus gingen componisten in de twintigste eeuw op zoek naar nieuwe wegen. Zoals Igor Stravinsky, die zich afvroeg wat het woord ‘symfonie’ eigenlijk betekent. In het oud-Grieks is sún-phoné ‘samenklank’. Als er dus maar iets samenklinkt! Daar ging Stravinsky creatief mee om in zijn Psalmensymfonie voor onder meer blazers, gemengd koor en twee piano’s, terwijl viool en altviool juist ontbreken.
Dmitri Sjostakovitsj is met vijftien symfonieën dé symfonicus van de twintigste eeuw. In veel van zijn symfonieën klinken de verschrikkingen van het Sovjetregime en later de Tweede Wereldoorlog door. Het beroemdste voorbeeld is zijn Zevende symfonie, deels geschreven tijdens het Beleg van Leningrad. Het stuk werd het symbool voor de alliantie van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten tegen nazi-Duitsland.
Zoals voor de hele klassieke muziek, geldt ook voor de symfonie dat er oneindig veel te ontdekken is. Sibelius, Vaughan-Williams, Dvořák, Tsjaikovski, Elgar, Prokofjev, Borodin, Rachmaninoff… de lijst is eindeloos. Gelukkig maar.















