


Springlevend én kwetsbaar: de wereld van internationale jeugdorkesten
Dirigent Jurjen Hempel over het Jeugdorkest Nederland
vr 5 jun 2026 - 4 minuten leestijd - Tekst: Paul Janssen - Foto: Eduardus Lee
Traditiegetrouw verwelkomt Het Concertgebouw tijdens de VriendenLoterij Zomerconcerten ook een reeks internationale jeugdorkesten. Volgens Jurjen Hempel, al zesentwintig jaar chef-dirigent is van het Jeugdorkest Nederland, gaat het uitstekend met de jeugdorkesten. Toch is er ook reden tot zorg. ‘Kunst, en dus ook het jeugdorkest, is een kwetsbare bloem in de tuin van subsidies.’
Ook deze zomer bezoekt weer een indrukwekkende reeks jeugdorkesten Het Concertgebouw. Het Youth Symphony Orchestra of Ukraine, het Bundesjugendorchester, het Jeugdorkest Nederland, het National Youth Orchestra of the United States of America – met onze ‘eigen’ Karina Canellakis op de bok – het Nationaal Jeugdorkest en het Gustav Mahler Jugendorchester bewijzen dat de symfonische muziek ook onder de huidige generatie jongeren en toekomstige beroepsmusici springlevend is.
Daarbij schuwen deze orkesten het grote repertoire niet. Zo brengt het Jeugdorkest Nederland Rachmaninoffs Tweede pianoconcert met Nathalia Milstein als solist, de Symphonie fantastique van Berlioz en Down the Rabbit-Hole van Mayke Nas, een speciaal voor deze zomertournee geschreven concertopening.
Jonge honden
‘Het zijn net jonge honden’, zegt chef-dirigent Jurjen Hempel over de huidige generatie orkestmusici van veertien tot twintig jaar. ‘Ze willen alles meemaken, alles beleven. En ze hebben een enorme drive om al die prachtige noten te spelen.’
Dat het met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert en Berlioz’ Symphonie fantastique niet om de gemakkelijkste noten gaat, is voor hem geen probleem. ‘Ik plan heel zorgvuldig’, zegt Hempel over het repertoire. ‘Bij de audities heb ik al ingeschat wat ze wel en niet aankunnen. Daarom heb ik het volste vertrouwen dat ze er iets heel moois van zullen maken.’

Jurjen Hempel © Veerle Bastiaanssen
Je woorden zijn als vocht op een droge spons: de jonge musici slurpen alles op
‘De Symphonie fantastique is een ongelooflijk stuk’, vervolgt Hempel. ‘Het is slechts zeven jaar na Beethovens laatste symfonie geschreven. Het is een werk op de rand van de romantiek, dat zich nog volgens de klassieke regels laat uitleggen. Dat vertel ik ook tijdens de repetities. Het is zo leuk om die jongeren een beetje les te geven. Je woorden zijn als vocht op een droge spons: ze slurpen alles op en onthouden het ook.’
Part of the deal
Dat hij elk jaar weer met een grotendeels nieuwe groep van voren af aan moet beginnen en in korte tijd een hecht orkest moet smeden, is nu eenmaal part of the deal. ‘Ik kan me elk jaar zorgen maken, maar inmiddels weet ik dat het altijd goed komt’, zegt hij. ‘Je moet ze geen stukken door de strot duwen die ze niet kunnen spelen. Geen Achtste van Bruckner of Negende van Mahler. Tsjaikovski en Brahms gaan prima.’
Sociaal aspect
‘Het niveau van de jongeren die auditie doen is heel hoog’, aldus Hempel. ‘Bij de laatste audities speelde een veertienjarig meisje de Eerste vioolsonate van Hindemith helemaal uit haar hoofd.’
Ook het nieuwe werk dat elk jaar op het programma staat heeft een duidelijk doel. ‘De jonge musici leren eigentijdse muziek spelen, maar ook omgaan met een componist. Kun je zo iemand aanspreken? Blijf je op afstand? Dat soort vragen komt daarbij kijken.’
Je leert niet alleen samenspelen, maar ook omgaan met anderen, met verantwoordelijkheid en met discipline
Bovendien levert het jeugdorkest een grote meerwaarde. ‘Je leert niet alleen samenspelen, maar ook omgaan met anderen, met verantwoordelijkheid en met discipline. Ze trekken elkaar omhoog. Het sociale aspect is minstens zo belangrijk als het muzikale.’
Spelen in Het Concertgebouw is volgens Hempel de kers op de taart van de hele tournee. ‘Er zijn elders ook mooie zalen waar we mogen optreden, zoals in Praag en Bamberg, maar die halen het niet bij de magie van Het Concertgebouw. Het is een belevenis die ze nooit vergeten.’
Drempel
Hoewel de kwaliteit van de jeugdorkesten nog altijd torenhoog is, zijn er ook zorgen. Zo is het aantal jonge musici dat zich aanmeldt gedaald. Dat hangt samen met het verdwijnen van muziekscholen. Door de verschuiving van de financiering van het rijk naar gemeenten, die vaak met krappe budgetten werken, zijn door het hele land veel muziekscholen verdwenen. Dat heeft directe gevolgen voor de instroom van jonge musici.
Hempel merkt het in de praktijk. ‘We hebben fantastische kinderen in ons orkest, maar ze zijn niet meer de norm. Veel kinderen krijgen simpelweg geen muziekles meer, of alleen van onderbetaalde privéleraren. De drempel is hoog. Daarom zou je de muziekscholen in ere moeten herstellen en tot elf of twaalf jaar gratis toegankelijk maken. De samenleving wordt daar echt beter van.’
Hij stelt dat meer muziekbeoefening mogelijk kan bijdragen aan minder jeugdcriminaliteit en een vrediger samenleving. ‘Dat had Churchill al in de gaten, die liever geld aan cultuur dan aan wapentuig wilde besteden: “Als we geen cultuur meer hebben, waar vechten we dan nog voor?”, zo luidde een van zijn uitspraken.’
Kwetsbare bloem
Desondanks blijft het financiële vraagstuk een lastig hoofdstuk. ‘Kunst, en dus ook het jeugdorkest, is een kwetsbare bloem in de tuin van subsidies. Er zit geen macht in. Je kunt alleen heel hard roepen en je bestaan waarmaken. Het is een kostbare “hobby”, maar zo essentieel dat je die niet uit handen mag laten glippen.’
Muziek is een kostbare “hobby”, maar zo essentieel dat je die niet uit handen mag laten glippen
‘We leven tijdens de tournee heel zuinig. We repeteren een dag minder, gaan eerder naar huis en komen later aan. Je moet toch vijfentachtig man onderdak bieden met gemeenschapsgeld, dat moet je verantwoorden. Daarbij hebben we een heel kleine staf: vijf mensen die moeiteloos vijfentachtig pubers in de hand houden. We zijn slightly underfunded en moeten creatief omgaan met middelen, bijvoorbeeld door meer thuisstudie van de musici te verwachten. Juist daarom ben ik enorm op dit orkest gesteld en doe ik dit al zesentwintig jaar met het grootst mogelijke plezier.’
Dit artikel is een samenwerking met muziekmagazine Luister.




