Naar hoofdcontent
Ontdek
  1. Concerten
  2. Inloggen
Blijf op de hoogte van Het Concertgebouw
Op Ontdekking Elim C Han

Op Ontdekking: Wat doet de dirigent?

leestijd 4 minuten - Tekst: Bart de Graaf

Eén zwaai met een stokje en tientallen musici spelen precies tegelijk. Het lijkt bijna tovenarij. Maar hoe krijgt een dirigent dat voor elkaar? En hoe veranderde een maatgever in de artistieke leider van het orkest?

In de zeventiende eeuw bestond de rol van de dirigent zoals we die nu kennen nog niet. Wel was er vaak een muzikaal leider die er vooral voor zorgde dat iedereen gelijk speelde. In die tijd ontstonden de eerste opera’s en ontwikkelde het orkest zich steeds verder. De musici speelden toen nog niet op het niveau van vandaag de dag, dus een beetje hulp was welkom. Zo gaf Jean-Baptiste Lully, de hofcomponist van Lodewijk XIV, de maat aan door hard op de grond te stampen met zijn staf. Dat bleek niet zonder gevaar: hij verwondde zijn voet en een dodelijke infectie was het gevolg. Met zijn strenge leiderschap heeft Lully de toon gezet voor dirigenten in de volgende generaties.

Jean-Baptiste Lully gaf de maat aan door hard op de grond te stampen met zijn staf

Ook in de achttiende eeuw werd de maat vaak nog hoorbaar aangegeven. Vaak was de eerste violist de leider van het orkest. Hij tikte op de lessenaar met zijn strijkstok – deze functie was destijds alleen voor mannen weggelegd. Ook de klavecinist kon als ‘dirigent’ optreden door snel een inzet aan te geven als hij even een hand vrij had.

Waarom keerde de dirigent het publiek de rug toe?

Vanaf het einde van de achttiende eeuw kreeg het dirigeren steeds meer de vorm die we vandaag kennen. Orkesten groeiden tot zo’n veertig musici waardoor de dirigent steeds belangrijker werd. Door het gebruik van een baton, oftewel een dirigeerstokje, konden de orkestleden de bewegingen van de dirigent goed zien. Louis Spohr was een van de eersten die een stokje gebruikten, Felix Mendelssohn en Carl Maria von Weber volgden snel. Ook ging de dirigent met zijn gezicht naar het orkest staan. Dat lijkt logisch, maar het werd aanvankelijk als respectloos gezien om het publiek de rug toe te keren.

Een jonge Felix Mendelssohn treedt op als dirigent

Het belangrijkste is echter dat de dirigent sindsdien geen orkestinstrument meer bespeelt; het orkest is zijn instrument. De dirigent ontwikkelt eigen ideeën over tempo, frasering, dynamiek, oftewel het karakter van de muziek. Hij heeft zijn beide handen vrij om die interpretatie over te brengen op de musici. Met de rechterhand geeft hij, met of zonder baton, de maat en het tempo aan, en met de linkerhand zijn muzikale visie op de partituur.

Eén partituur, totaal andere muziek

Tijdens de repetities oefent de dirigent op zijn ‘instrument’ en kan hij dingen uitproberen, tijdens het concert hoor je het resultaat. Zo kunnen twee dirigenten hetzelfde stuk heel verschillend tot klinken brengen. Ook de uitvoerende stijl kan per dirigent sterk verschillen. Gustav Mahler stond bekend om zijn grote, expressieve gebaren. In zijn tijd, rond 1900, speelden er ongeveer negentig musici in een symfonieorkest. Mahler gaf hen allemaal tot in de kleinste details aan hoe ze moesten spelen, zowel tijdens de repetities als bij de uitvoering.

Net als Mahler stonden ook Arturo Toscanini en Willem Mengelberg, die maar liefst vijftig jaar chef-dirigent was van het Concergebouworkest, bekend om hun expressieve en uitgesproken manier van dirigeren. Als chef-dirigent ben je de belangrijkste dirigent van het orkest en bepaal je mede de artistieke koers. Ook Bernard Haitink was decennialang chef-dirigent in Amsterdam; hij had juist een intogen dirigeerstijl. Jaap van Zweden daarentegen staat bekend om zijn krachtige en duidelijke dirigeergebaren.

Waarom heet het eigenlijk ‘de bok’?

Vandaag de dag is de dirigent niet meer weg te denken bij een optreden door een symfonieorkest. Zijn of haar plekje voor het orkest wordt ook wel ‘de bok’ genoemd. Die naam is afkomstig van de bok op een koets, vanwaar de koetsier het voertuig bestuurt. Bij kleinere orkesten zie je ook vaak een dirigent, maar lang niet altijd: net als vroeger kan ook de eerste violist de leiding hebben door, onhoorbaar, inzetten aan te geven. Ook kan de solist het orkest leiden. Vooral pianisten nemen die dubbelfunctie bij pianoconcerten weleens op zich. Dat lijkt dus een beetje op de dirigerende klavecinist van vroeger.

Wie bepaalt straks de maat?

Een groot verschil met het verleden is dat er de laatste jaren veel vrouwelijke dirigenten zijn doorgebroken. In de twintigste eeuw verrichtten onder anderen Nadia Boulanger en de Nederlands-Amerikaanse Antonia Brico pionierswerk door symfonieorkesten te dirigeren. Zij hebben de weg vrijgemaakt voor andere vrouwen, zoals Karina Canellakis, die in 2019 tot chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest werd benoemd. Om deze ontwikkeling verder te stimuleren, wordt sinds 2020 in Parijs het concours La Maestra voor vrouwelijke dirigenten georganiseerd. De winnaressen van deze wedstrijd, zoals Rebecca Tong, reizen nu als gerenommeerde dirigenten de wereld over.

De laatste jaren zijn veel vrouwelijke dirigenten doorgebroken

Andere beroemde dirigenten van de nieuwe generatie, man en vrouw, zijn Klaus Mäkelä, Lorenzo Viotti, Elim Chan en Tarmo Peltokoski, die allen al vaak in Het Concertgebouw hebben gedirigeerd. De deur is geopend voor vrouwelijke dirigenten en aan de conservatoria worden opleidingen aangeboden in verschillende disciplines, zoals koor- en orkestdirectie. Zo kunnen alle jonge dirigenten, ongeacht wie ze zijn, voor hun kansen gaan.

Een vak dat zich continu vernieuwt

De dirigentenwereld blijft volop in beweging. Jonge dirigenten als Klaus Mäkelä, Lorenzo Viotti, Elim Chan en Tarmo Peltokoski behoren inmiddels tot de opvallendste namen van hun generatie. Dankzij gespecialiseerde opleidingen in onder meer koor- en orkestdirectie kunnen nieuwe generaties dirigenten zich steeds verder ontwikkelen. Van Lully, die met een staf de maat sloeg, tot de dirigenten van vandaag: het vak vernieuwt zich continu.
 

Onderdeel van

Bekijk ook eens