


Ronald Brautigam: ‘Beethoven is de bijbel voor pianisten’
ma 23 mrt 2026 - leestijd 3 minuten - Tekst: Frederike Berntsen - Foto: Simon van Boxtel
Ronald Brautigam herdenkt in het seizoen 2026-2027 Beethoven – de componist stierf tweehonderd jaar geleden. Op drie zondagmiddagen speelt hij hoogtepunten uit diens pianistische oeuvre.
‘In de drie concerten hoor je heel duidelijk de drie perioden waarin je Beethovens oeuvre kunt onderverdelen. Eerst is hij nog de pianist die componeert, in de tweede periode hoor je het evenwicht daarin en op het eind is er de componist die helemaal niets meer heeft met de piano, maar zich puur richt op de muziek.’
Less is more
‘De Sturm-sonate: Beethoven experimenteert met de vorm van de compositie en met wat je allemaal kunt doen met het instrument. De Waldstein-sonate, een centraal werk, net zoiets als de Eroica-symfonie: daar ontkom je niet aan. Mijlpalen. Of nummer 24, daarin hoor je dat Beethoven niet alleen maar een boos en nukkig man was, maar ook heel verliefd kon zijn en tedere muziek kon schrijven. Verliefd is een mooi woord, maar ik ben niet verliefd op deze muziek, ik hou er intens van. Verliefdheid hoort bij een bepaald moment in de tijd, houden van is iets constants. En dat voel ik heel sterk bij Beethovens muziek. Alle sonates spelen is veel, en less is more – ik laat nu de kern van Beethoven horen. Beethoven is de bijbel voor pianisten.’
Verschillende instrumenten
‘Het verschil tussen de eerste en de laatste sonate is enorm: het kan niet groter. Daarom kies ik voor drie instrumenten. De eerste twee middagen speel ik op twee verschillende fortepiano’s uit het begin van de negentiende eeuw. Het is belangrijk dat je die muziek op fel klinkende instrumenten hoort.’
Het verschil tussen de eerste en de laatste sonate is enorm
‘De laatste middag hoor je een moderne concertvleugel. Veel van de Diabelli-variaties zijn eerder voor strijkkwartet gedacht dan voor piano. Bij een moderne vleugel mengen de klanken zich horizontaler, alsof je een gestreken noot hebt. Beethoven laat hier zien hoe je uit één klein walsje een enorm werk kunt opbouwen, alsof je uit één citroen tien flessen limoncello perst. Dat is onmogelijk, maar Beethoven kreeg het voor elkaar. Voor hem ging het om de lol van het componeren, dat plezier voel ik als ik speel.’
Geen nootje onder tafel
‘Carl Czerny, een tijdgenoot, speelde eens alle Beethovensonates in korte tijd achter elkaar. Beethoven was ontstemd omdat Czerny uit het hoofd had gespeeld, hij miste misschien net wat belangrijke zaken in de partij. Ik houd me keurig aan Beethovens wens, en heb de bladmuziek voor mijn neus, een facsimile van de allereerste gedrukte uitgave. Beethoven heeft daar ook mee in zijn handen gestaan, waarschijnlijk woedend om de drukfouten die erin zaten. Met zo’n uitgave ben ik een stapje dichter bij de componist. Ik kijk naar hetzelfde notenbeeld als wat hij heeft gezien.’
Deze muziek blijft fris, hoe vaak ik haar ook speel
‘Deze muziek speel ik al erg lang. Er is niet zozeer een uitdaging als ik aan zo’n sonate begin, het is eerder genieten. Als ik speel, luister ik mee. Vaak denk ik: wat ongelooflijk mooi is dit, of wat een vreemde wending! Wat ik voorbereid, nog steeds, is de technische kant, om ervoor te zorgen dat geen enkel nootje onder tafel valt. Deze muziek blijft fris, hoe vaak ik haar ook speel, en het blijft een raadsel waarom dat zo is.’
Lastpak of geniaal componist?
‘De Eerste pianosonate was het eerste Beethovenwerk dat ik op pianoles kreeg om te oefenen. Ik vind het wel erg leuk om daarmee te beginnen. Dat stuk heeft een hele reis met mij gemaakt, en gelukkig is wat ik doe steeds iets beter geworden. Dat hoop ik tenminste. Er zijn twee Beethovens: de lastpak en de geniale componist. Voor mij is hij vooral dat laatste: de nootjes op papier, het handschrift, dat heel interessant is om te zien – daaruit spreekt een enorme sloddervos, je ziet koffievlekken en van alles. Beethoven kwam naar Wenen als jongeman die weleens even zou laten zien hoe het allemaal moest. Die overmoed in zijn muziek is heerlijk. En die hoor je in het laatste stuk uit de reeks, de Diabelli-variaties, nog steeds.’




